Zending in Rhodesia
Zending in de praktijk
De stammen, waaronder de zending van de Vrije Presbyteriaanse kerk van Schotland werkt, hebben in hoofdzaak nog geen kennis gemaakt met de zaligmakende werking van het evangelie en dragen cle tekenen van het heidendom nog in zich om. Dit komt duidelijk uit in hun opvattingen en gewoonten. In het eerste hoofdstuk van cle Romeinerbrief lezen we de levenswijze van de heidenen, inzonderheid in het laatste gedeelte. En nu is het wel zo, clat de meest schandelijke zonden zijn onderdrukt, maar het verlaten van de boze weg zal dan pas geschieden, wanneer het evangelie door de Heilige Geest aan het hart van de heiden zal worden toegepast.
Hoofdzonden zijn wel: de veelwijverij, het aanbidden van cle geesten der voorvaderen en dan het geloof in de kracht van vele geesten. Onzedelijkheid en liegen worden door de mensen niet als zonden aangemerkt. We kunnen wel begrijpen hoe moeilijk het is voor cle zending daar vaste voet te verkrijgen en blijvende invloed uit te oefenen. De moeilijkheden worden nog verzwaard door de leer en de praktijken van het valse christendom. Onder de mensen in Rhodesia werken ook de Rooms-Katholieke kerk, cle Anglicaanse kerk, cle zevende-dags-aclventisten en meer anderen. De Vrije Presbyteriaanse kerk staat in Rhodesia evenzeer alleen als de Free Presbyterian Church in Schotland, omdat zij de eis stelt om naar Gods Woord te leven. Daarom moet het als een wonder van Gods genade worden beschouwd, dat daar te midden van duisternis en valse godsdienst nog geluisterd wordt naar een prediking, die naar de mening van Gods Geest is, althans, onder biddend opzien tot de Heere, poogt te zijn.
Dagelijks komt de zending in aanraking met ingewikkelde en moeilijke problemen, die voortvloeien uit de gewoonten van de inboorlingen. Lange afstanden moeten afgelegd, vaak over slechte wegen, om diensten te leiden. Het gebeurt, dat de nacht dan onder de blote hemel moet worden doorgebracht. Vaak worden de arbeiders in God Koninkrijk teleurgesteld door mensen, die ze juist wél wilden doen.
Maar gelukkig worden ze van tijd tot tijd ook vertroost, als ze zien, dat de Heere het werk, Zijn werk, zegent, wanneer een zondaar gebracht wordt tot de kennis der Waarheid. Daarom hebben ze voortdurend genade van God van node om staande te blijven en niet te vertragen.
Als een inboorling tot God wordt bekeerd, volgt er voor zo iemand een zware strijd, zwaarder dan voor een bekeerling in een christenland. Zo'n inboorling moet breken met de gewoonten van zijn stam en daardoor haalt hij al dadelijk de haat van zijn stamgenoten op de hals. Van alles krijgt zo'n bekeerde inlander de schuld: als er natuurrampen plaats vinden, of als de oogst mislukt, dan wordt dit toegeschreven aan cle christen, die de godsdienst van zijn voorvaderen heeft verlaten en de geesten heeft vertoornd. Daarvandaan kan het voorkomen, dat een gedoopte inboorling het christendom weer vaarwel zegt, soms voor een tijd, maar het kan ook zijn voor altijd.
Dit alles moet ons niet verbazen. Bij de grote heidenapostel gebeurden deze dingen ook. Paulus moest schrijven, dat Demas hem had verlaten, omdat deze de tegenwoordige wereld had lief gekregen. Aan Timotheüs schreef hij, dat Hymeneüs en Filétus van cle arbeid waren afgeweken en sommiger geloof verkeerden. Aan cle Galaten stelde hij de vraag, wie ze had betoverd en de Corinthiërs hield hij voor, dat er een goed uitgevoerde kerkelijke discipline moest zijn om de zuiverheid van de kerk te bewaren.
Het zendingsterrein van de Vrije Presbyteriaanse kerk van Schotland strekt zich uit tussen Ingwenya en Mbuma. Ds Fraser is de enige europese predikant. Twee jaar geleden werd Petros Mzamo, na zijn studie voltooid te hebben, tot inlands predikant aangesteld. Een andere europeaan, Mr. Norman Miller, is hoofdinspecteur van het onderwijs, en leidt ook geregeld kerkdiensten.
Iedere zondag worden er in het kerkgebouw te Ingwenya diensten gehouden. Om acht uur 's morgens is er een samenkomst, waarna de zondagsschool begint. Die school wordt bezocht door 90 kinderen van het internaat en door nog een aantal, dat uit hun afgelegen kraalwoningen naar de zendingspost komt. Om half twaalf is er een dienst, die evenals de kerkdienst in het vaderland wordt geleid. Dan is er een pauze van ongeveer een uur en dan volgt de middagdienst om twee uur. Die diensten worden gehouden in de taal van de inboorlingen. Om vijf uur is er een dienst in het engels, die door ongeveer 130 personen wordt bijgewoond.
Elke donderdagmorgen wordt een gebedssamenkomst gehouden, die ook door jongens en meisjes wordt bezocht. In 1956 bezochten twee predikanten uit Schotland het zendingsgebied in Zuid-Rhodesia. In een verslag van hun reis lezen we:
„Vrijdag, 25 februari 1956 hielden we een kerkdienst in Ntabanende, 40 km van onze zendingspost. Meer dan dertig inlandse mannen en vrouwen waren in het kleine schoollokaal verzameld om Gods Woord te horen. Zij hadden allen kleren aan, behalve twee mannen, die alleen een lendedoek droegen. Verscheidene vrouwen hadden hun baby's bij zich. in een doek op hun rug gebonden. Een vrouw zoogde haar kind gedurende de preek. Dit is een vrij algemeen schouwspel, dat we dikwijls zagen gedurende de vele diensten die wij ook elders hielden. Na de dienst bleven de toehoorders wachten totdat wij hen allen de hand hadden gedrukt. Deze zelfde vriendelijke houding namen wij later ook elders waar, behalve in één plaats, waar de mensen zich vijandig toonden."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1958
Daniel | 7 Pagina's