JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

6 minuten leestijd

r N Correapondentte voor deze rubriek aan: j T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam-Zuid | V J

Op de Landdag van de Mëisjesvereniging te Utrecht werd de vraag gedaan waarom de Roomsen de verlovingsring aan de rechterhand en de trouwring aan de linkerhand dragen?

Antwoord: Na onderzoek is mij het volgende gebleken: Wanneer in de Roomse kerk een huwelijk wordt ingezegend (zo spreekt men althans bij Rome; wij zeggen, dat het huwelijk, dat op het Gemeentehuis is voltrokken in de kerk wordt bevestigd) worden de twee ringen gelegd in een zilveren schaaltje en nadat ze met wijwater zijn besprenkeld, neemt de bruidegom zijn ring en doet deze aan de linkerhand van de bruid. Dit naar het voorschrift van de rituale romanum. Dit laatste zouden we kunnen noemen het formulier, dat gelezen wordt bij de huwelijksinzegening. De volle nadruk val bij Rome op hetgeen de bruidegom doet, omdat hij is het hoofd der vrouw. Vanzelf doet de bruid nu ook haar ring aan de linkerhand van de bruidegom. Daarop valt niet de nadruk, maar is een logisch gevolg van hetgeen de bruidegom doet.

En waarom nu juist aan de linkerhand? Rome zegt, omdat de linkerhand het dichtst is bij het hart, cle plaats der liefde. Om die hartelijkheid uit te drukken geven ook de padvinders elkaar niet de rechter-maar de linkerhand.

Tot zover de vraag, die te Utrecht gesteld werd. Maar nu een andere vraag. Is het niet wereldsgelijkvormig om een ring te dragen? Ik weet, dat er in onze kringen mensen zijn, die nogal bezwaar hebben tegen een ring. Vanzelf neem ik het niet op voor die mensen, die verschillende ringen aan hun vingers hebben, wat voor mij een uiting is van pronkzucht en ijdelheid. Daar moeten we verre van blijven. Maar wat verlovings-en later trouwring wordt daarin is voor mij geen bezwaar. Ik meen daarin grond te vinden in Gods Woord. In Hooglied 5 : 12 lees ik: Zijn ogen zijn als der duiven bij de waterstromen, met melk gewassen, staande als in kasjes der ringen." De verklaring van de Statenvertaling is: dat is gelijk de stenen in de kasjes (vullingen) der gouden ringen staan of zitten, gelijk een edele steen in een schone ring gevat, zodanig zijn de zuivere ogen van de Bruidegom, n.1. Christus Jezus." In de gelijkenis van cle verloren zoon wordt ook gesproken van een ring. In Lukas 15 : 22 lees ik: En geeft een ring aan zijn hand." Verklaarders tekenen hierbij aan, dat die ring herinnert aan Gods vaderliefde en trouw, met welke Hij de zijnen van eeuwigheid heeft liefgehad. Ik zou niet weten welk bezwaar er tegen in te brengen zou zijn, wanneer twee geliefden hun trouw en liefde willen uitdrukken door middel van een verlovings-of huwelijksring. Hier zijn we op het terrein van de symboliek. Tussen het symbool en het gesymboliseerde moet een vaste betrekking bestaan, waardoor het mogelijk is, dat het waargenomen symbool niet aan iets willekeurigs doet denken, maar aan datgene waaraan men door het symbool gedacht wil hebben. Men kan symboliek een taal in beeld noemen. Zo is de zandloper, die vroeger diende, om de tijd te meten, het symbool geworden van het snel voorbijgaande leven. De zeis wordt gebruikt als symbool van de dood, die het leven afsnijdt gelijk de zeis cle korenaren. Een slang, die zijn staart in de bek houdt, en waar geen begin of eind aan is, is zinnebeeld van de eeuwigheid. Zo is cle palmtak het beeld van de overwinning, de olijftak dat van de vrede en de

VRAGENBUS (vervolg)

weegschaal met het zwaard het symbool van de gerechtigheid.

Verder, oordeel ik niemand. Heeft iemand bezwaar en verlovings-of trouwring te dragen, hij zij in zijn gemoed verzekerd. Hij oordele echter niemand, die zijn bezwaar niet deelt en het symbool van liefde en trouw wel draagt.

A. d. B. te O. vraagt hoe men ouderlingen en diakenen moet verkiezen. Bij de vraag schrijft hij mij het volgende: „Ik had het mij zo gedacht: Het kerkbestuur stelt de candidaten en worden voorgedragen aan de gemeente; daarbij kan de gemeente haar bezwaren indienen tegen de gestelde candidaten. Komen b.v. de eerste 14 dagen geen bezwaren, zo kan men verder gaan en tot verkiezing overgaan.

Antwoord: Deze voorstelling van zaken is niet juist. Ook het woord „kerkbestuur" gebruik ik liever niet. Wij spreken van „kerkeraad". „Kerkbestuur" doet denken aan een bestuur van een vereniging, maar zo is het niet. Naar het Gereformeerde of Presbyteriale stelsel moet men uitgaan van de volgende grondbeginselen: a. Christus is Koning, Die Zijn kerk regeert; b. Hij oefent die regering ook door de gaven, die Hij uitstort, en het ambt der gelovigen, maar in het bijzonder door de dienst der ambtsdragers; c. Hij doet dit in de plaatselijke kerken. Deze macht van de ambtsdragers moet zijn een dienenden en geestelijke macht. Artikel 22 van de Dordtse Kerkenorde handelt over de verkiezing van ouderlingen en art. 24 van de diakenen. In art. 22 lees ik: „De ouderlingen zullen door het oordeel des kerkeraads en deidiakenen verkoren worden, zodat het naar de gelegenheid van een iedere kerk vrij zal zijn, zoveel ouderlingen als er van node zijn de gemeente voor te stellen, om van die zelve (ten ware dat er enig beletsel voorviel) geapprobeerd (goedgekeurd) en goedgekeurd zijnde, met openbarqf gebeden en stipulatiën (bepalingen) bevestigd te worden; of een dubbeltal, om het halve deel bij dé gemeente verkoren te worden, en op dezelfde wijze in de dienst te bevestigen, volgens het formulier daarvan zijnde." Over de verkiezing van de diakenen lees ik: „Dezelfde wijze die van de ouderlingen gezegd is, zal men ook onderhouden in de verkiezing, approbatie en bevestiging der diakenen."

Hieruit blijkt dus, dat de kerkeraad de kerkeraad kan kiezen.

In onze gemeenten volgt men meestal de volgende manier. De kerkeraad stelt candidaten en roept de gemeente, met bekendmaking van de namen der candidaten, op om op de ledenvergadering tot verkiezing over te gaan.

Heeft de verkiezing plaats gehad, dan wordt aan de gekozen broeders gevraagd of zij de benoeming aanvaarden. Zo zij bevestigend antwoorden, dan worden zij tweemaal de gemeente voorgesteld en als er dan geen bezwaren komen kunnen zij in hun ambt bevestigd worden.

Dit is ook overeenkomstig het formulier, dat gebruikt wordt bij de bevestiging van ouderlingen en diakenen. Het formulier begint: „Geliefde Christenen, gijlieden weet, hoe wij nu tot verscheiden reizen u voorgedragen hebben de namen van onze tegenwoordige medebroeders, die tot de dienst van het ouderlingschap (en van het diakenschap) dezer gemeente verkoren zijn, enz." Verder lees ik: „Het is alzo, dat voor ons niemand verschenen is, die iets wettigs tegen hen voorgebracht heeft, enz." IJ ziet, dat eventuele bezwaren pas ingebracht worden nadat iemand verkoreu is tot de ambtelijke bediening.

Waarom kunnen nu bezwaren worden ingediend pas wanneer iemand dooide gemeente is verkoren? Omdat er gevallen kunnen zijn, die onbekend zijn aan de kerkeraad en die toch van die aard zijn, dat het niet wenselijk is dat zo'n gekozen broeder het ambt uitoefent. Ik wil er enige noemen. Wat denkt u van een ouderling of diaken, die tot over zijn oren is verzekerd? Hoe oordeelt U over een ambtsdrager, die tweetongig is of zeer loslippig, zodat er vreze bestaat, clat hij ambtelijke geheimen aan ruchtbaarheid prijs geeft. Zo zijn er meer gevallen, die niet heilzaam zijn voor d< gemeente, waar toch zo'n broeder eer leidende positie moet innemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1958

Daniel | 7 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1958

Daniel | 7 Pagina's