De Nadere Reformatie
(XI)
Waardering
In de voorgaande artikelen hebben we slechts enkele tonen laten horen van het machtige lied dat cloor do het veelstemmig koor der Nadere Reformatie is aangeheven. Volledigheid is in dit kort bestek niet mogelijk en ook niet nodig, immers, de Nadere Reformatie heeft geen eigen theologie. Er is geen sprake van een verschil inzake de leer tussen de Reformatie en de Nadere Reformatie — slechts bepaalde aspecten van de Gereformeerde theologie zijn door de Nadere Reformatoren wat nader belicht.
Het is de grote verdienste van de Nadere Reformatie geweest, dat ze heeft
geijverd voor de harmonie tussen leer en leven; dat ze de noodzakelijkheid van de wedergeboorte en van de heiliging des levens heeft geaccentueerd; dat ze door een Schriftuurlijke kenmerkenprediking het echte van het valse trachtte te onderscheiden.
Bij dit alles is deze beweging, hoewel ze slechts een klein deel van de kerk uitmaakte, niet tot secte vervallen of zelfs tot een kerkje in de kerk, maar is ze zich haar kerkelijke en nationale roeping bewust gebleven. Ze heeft, van Teelinck af tot van der Groe toe niet nagelaten volk en overheid op te roepen tot bekering, ook al wilde het volk en de overheid daar voor het grootste deel niet van horen. Zo heeft de Nadere Reformatie als een zoutend zout gewerkt in de geesteloze kerk van de 17de en 18de eeuw.
Bezwaren
Dat alles neemt niet weg, dat we ook bezwaren hebben. De „oude schrijvers" waren mensen en niemand van hen zou het goedkeuren, dat we hun woord naast of boven Gods Woord stelden. De Heilige Schrift is het einde van alle tegenspraak en we hebben de belijdenisgeschriften die door de kerken van Gereformeerde signatuur als gezaghebbend worden beschouwd. En, niet te vergeten, daar is ook nog de veel geprezen en weinig gelezen Calvijn, bij wie het licht der Refonnatie helderder schittert, dan bij welke „oudvader" ook.
Er mogen dan onder de Nadere Reformatoren geen „richtingen" of „scholen" zijn, er is toch wel sprake van „modaliteiten". In het algemeen kunnen we zeggen dat de boodschap van de Reformatie beter doorklinkt bij de 17de eeuwse dan bij de 18de eeuwse schrijvers (waarbij we terstond een grote uitzondering moeten maken voor Comrie, die, hoewel 18de eeuwer, zeer dicht bij Calvijn staat.)
Datzelfde verschijnsel deed zich trouwens ook in Schotland voor, want de zojuist genoemde Comrie (Schot van geboorte!) schrijft ergens dat men de bevindelijke werken van de Schotten tot 1634 veilig kon lezen, maar dat men na die tijd enige voorzichtigheid moest betrachten!
Wie ook maar enigszins thuis is in de wereld der „oude schrijvers" zal terstond beamen dat er een groot verschil is tussen de aangrijpende toon van Brakel Sr en de gemoedelijke betoogtrant van zijn zoon en dat, al riepen ze beiden op tot boete en bekering, de profetische stem van Lodenstein warmer aandoet dan die van Van der Groe. De gemoedelijkheid en de zelfingenomenheid van de 18de eeuw zullen daarin wel een rol gespeeld hebben.
We wezen voorts reeds op een beklemtoning van de wedergeboorte ten koste van de rechtvaardiging. Dit leerstuk wordt door de latere schrijvers nog wel tegen allerlei dwaling verdedigd, maar het staat niet meer centraal. De beloftenprediking schuift iets naar de achtergrond en maakt plaats voor de kenmerkenprediking. Het genadeverbond komt, anders dan bij Calvijn, onder beheersing van de uitverkiezing (De reactie komt bij Kuyper, die in een ander uiterste overslaat). En het bevindelijke genieten krijgt iets meer waarde dan het gelovig aanvaarden. Doch dit alles komt niet voort uit een dogmatisch verschil, we hebben slechts te doen met de verplaatsing van het accent. Bij de besprekingen van de verschillende grote figuren uit de Nadere Reformatie komen deze dingen wellicht nog nader aan de orde.
Invloed
Het is nogal goedkoop om met verschillende kerkhistorici te zeggen, dat de Nadere Reformatie snel uitgebloeid is en weinig of geen betekenis heeft gehad voor de Kerk. Hoogstens zou de Kerk door deze beweging weer besef hebben gekregen van haar zendingsplicht (Het Piëtisme heeft namelijk een aantal voortreffelijke zendelingen opgeleverd).
Wie zo redeneert, laat één factor buiten beschouwing: dat de Heilige Geest Zijn werk niet laat beoordelen aan de hand van statistieken. Met andere woorden, het is voor ons niet na te gaan, hoeveel vruchten de Nadere Refonnatie heeft afgeworpen voor het persoonlijk-geestelijk leven.
Voorts weten we niet, hoe de Kerk en de Gereformeerde gezindte er zou hebben uitgezien als er geen Nadere Reformatie was geweest. Ongetwijfeld is het Gereformeerde Piëtisme van betekenis geweest voor de strijd tegen het modernisme in de vorige eeuw. Het is wel merkwaardig, dat juist in die streken, waar de Nadere Refonnatie niet veel ingang heeft gevonden, zoals in Friesland, Drenthe en Noord-Holland, de vrijzinnigheid zo gemakkelijk terrein kon winnen. Daarentegen zijn Zeeland, Zuid-Holland, Utrecht en de Veluwe bolwerken van de orthodoxie gebleven (Het volkskarakter spreekt natuurlijk ook een woordje mee).
Het Réveil (Bilderdijk, da Costa en Groen) ligt waarschijnlijk ook in het verlengde van de Nadere Reformatie, terwijl een figuur als Kohlbrügge kennelijk sterk beïnvloed is door de „oude schrijvers."
Zo komen we met Prof. van Genderen tot de conclusie „dat de balans van de Nadere Reformatie nog opgemaakt moet worden."
Gebruik
„En nu, " zoals Smytegelt spreekt, „nog een woord tot een stichtelijk slot." De oude schrijvers hebben ons dingen te zeggen, die van betekenis zijn ook voor ons geestelijk en kerkelijk leven. In onze eeuw met z'n verwrongen kerkbegrip, z'n twisten over Verbond en Sacrament, z'n discussie rondom de Christelijke levensstijl en vooral z'n armoedig geestelijk leven, is het nodig, opnieuw naar hen te luisteren. .
De oude schrijvers waren kinderen van hun tijd en ze hebben gesproken over zaken, die in hun tijd actueel waren, maar die voor ons dikwijls van weinig of geen betekenis zijn. De gemeente van vandaag heeft niets aan een bestrijding van de secte der Hattemisten of aan een uiteenzetting van het gevoelen van Roëll. Wanneer de oude schrijvers in de leesdiensten worden gebruikt, moesten dergelijke dingen weggelaten worden. Hetzelfde geldt voor oorlogen, ziekten en rampen van die tijd. Als een ouderling in een droge zomer leest, dat de hele oogst dreigt te mislukken door de vele plasregens, dat is meer tot bevordering van de lachlust dan tot stichting der gemeente. En even dwaas klinkt het in een klein dorpje als er een woord gericht wordt „tot de magistraat, de schout en de schepenen van deze grote stad"!
Als kinderen van hun tijd hebben de oude schrijvers gesproken in de taal van hun tijd. Die taal is helemaal niet dierbaar of gewijd of verheven en ze bevat ook op zichzelf niets geestelijks, want het is dezelfde taal, waarin de „Nieuwstijdinghe" werd gedrukt. Als we dus de stijl en cle terminologie van de oudvaders nog willen overnemen, dan ontstaat er alleen maar een vorm zonder inhoud. We zouden het toejuichen, als de werken van de Nadere Reformatoren werden herdrukt in de taal van onze eigen tijd, zonder de inhoud ook maar iets te verminken. Ze zouden wel iets van hun eigenaardige bekoring verliezen, maar we zouden hen beter verstaan en daar
is het hun in de eerste plaats om te doen geweest.
We zouden de oudvaders weer meer op de kansel willen zien. Dat wil zeggen, dat er in sommige Ger. Gem. toch niet geklaagd moest worden dat er nooit meer een oud vader gelezen wordt! Hoe stichtelijk Floor, v. d. Oever e.a. ook mogen zijn, de vergelijking met de „oude schrijvers" kunnen ze toch niet doorstaan.
En we wensten de oudvaders ook in meer jonge handen. Onze verenigingen moesten door behandeling van deze figuren de belangstelling onder cle jonge mensen aanwakkeren. Theologen van naam nemen ze weer ter hand, zouden wij ze dan onder het stof laten liggen? Het aantal klachten over de Kerk is in onze tijd niet minder groot dan twee en drie eeuwen geleden — terecht. De waarheid wordt ondermijnd, de praktijk der godzaligheid weinig beoefend en de Kerk door twistvuur verteerd. Maar we durven niet zeggen dat de Heere van Zijn Kerk geweken is, omdat de Geest, Die in alle waarheid leidt, Die op de Pinksterdag zonder mate is uitgestort en Die cle mannen van de Nadere Reformatie bezield heeft, volgens de belofte van Christus, nimmer van Zijn Kerk zal wijken.
Ons blijft dan alleen over het gebed van Asaf:
„Herdenk de trouw, aan ons voorheen [betoond. Denk aan Uw volk, door U vanouds [ verkregen. Denk aan Uw erf, het voorwerp van [Uw zegen, Aan Sions berg, waar G' eertijds hebt [gewoond."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1958
Daniel | 7 Pagina's