Statenbijbel opnieuw verschenen
I RONDKIJK I
Twee forse, fraai uitgevoerde delen van de Statenbijbel, heruitgegeven bij Uitgeverij W. den Hertog te Utrecht, zijn reeds van de pers gekomen. Met het derde deel hoopt men dit najaar gereed te zijn.
Het heeft nogal wat moeilijkheden gegeven, eer de uitgevers den Hertog onze oude Statenbijbel van Jacob en Pieter Keur het licht mochten laten zien. De laatste uitgave was van N.V. Kok in Kampen, die meende dat met deze nieuwe uitgave het auteursrecht werd overtreden en daarom de rechter om een uitspraak vroeg. Firma den Hertog werd in zijn ongelijk gesteld, waarom de uitgave moest worden gestaakt. Gelukkig is er tussen beide uitgevers een overeenstemming gevonden en kunnen er voorlopig 10.000 exemplaren van worden gedrukt. Zoals gezegd zijn daar nu reeds 2 delen van verschenen.
We zijn zeer blij met deze uitgave en verheugen ons, dat de Utrechtse uitgever de moed heeft gehad de weerstanden die voor de uitgifte moesten overwonnen worden het hoofd te bieden. Anders was het er naar gaan uitzien, dat de „Nieuwe Vertaling" (met aantekeningen) onze oude Statenvertaling zou beginnen hebben te verdringen.
Wijlen Prof. Wisse, die in het eerste deel een „Aanbevelend geleide" heeft geschreven (1957) heeft dit raak getypeerd. We laten er hieronder enige zinsneden van volgen: „Tot nog toe blijft de Statenbijbel de meest betrouwbare. Vooral zijn de kanttekeningen van zeer grote waarde voor het verstaan van de inhoud des Woords. Nu weten we wel, dat meermalen is geprobeerd een nóg betere vertaling uit de grondtekst te leveren. Maar wat dien aangaande van de pers is gekomen, b.v. in de z.g.n. Nieuwe Vertaling, is altijd nog van die aard, dat we vrijmoedig durven zeggen: Zet er de Statenbijbel niet voor op zij. Te meer, daar in de kanttekeningen zo 'bijzonder, de aloude, gereformeerde belijdenis met haar beleving naar voren komt.
De Statenvertaling heeft, met haar zeer gewijde taal en zuivere weergave van de reformatorische belijdenis-inhoud, een nog altijd geldende autoriteit. We moeten helaas toestemmen, dat in de Nieuwe Vertaling de zuivere, reformatorische opvatting is verdonkerd; cm niet te zeggen soms verminkt! Dit is zelfs zó waar en zó ernstig van aard, dat zelfs in de kring der „Nieuwe-Vertalings-mannen" al gevraagd wordt om herziening. We verstaan dat waarlijk niet het slechtse deel van ons volk vragen blijft naar de aloude Statenvertaling. De ondernemende uitgever voldoet aan een gerechtvaardigde wens van ons oude, Gereformeerde Hollandse volk."
Tot zover wijlen Prof. Wisse. We stemmen volkomen met hem in.
De Statenbijbel is gelukkig bij een groot deel van ons volk nog bemind, al is er een ander groot deel, dat deze bijbel als „ouderwets" aan de kant zet en de gebruikers er van als „conservatief" brandmerkt. Een van die conservatieven was Prof. Wisse en ik wil er hier ook nog een noemen uit een andere kerkgroep, van een predikant uit de Gereformeerde Kerk, dr. C. Veltenaar, destijds predikant te Tholen en naar ik meen enige jaren geleden te Maassluis overleden. Van hem is een brochure in mijn bezit getiteld: „De Statenvertaling en haar bestrijders" (1928). Deze brochure is geschreven toen de Leidse vertaling was uitgekomen en zijn Gereformeerde broeders theologen „ene nieuwe vertaling of herziening der Statenvertaling" wilden ter hand nemen. Vrij scherp gaat hij hen te lijf en zegt daarin o.m.: „Van geslacht tot geslacht is ons Bijbellezend en Bijbelvast volk bij deze vertaling opgevoed, ons volk is in den tekst doorkneed, wij voelen de minste, de kleinste afwijking van den tekst als iets kinderlijks En bovendien, de vertalers zullen mannen moeten zijn, die niet alleen leven uit de Schrift, die leven uit de belijdenis der kerk — maar mannen vol des geloofs en des Heiligen Geestes."
Afgezien van de noodzaak van een nieuwe vertaling, twijfelde hij er sterk aan, dat zulke mannen in deze decadente tijd en gescheurdheid van het Protestantisme, zouden te vinden zijn. „Voorwaar — zo schreef hij — men moet religieus, philologisch, literair, aesthetisch, wel zeer hoog staan, zal niet iedere greep naar de Statenvertaling misgreep en vergrijp zijn!"
„Verderfelijk conservatisme" werd deze Gereformeerde theoloog toen al verweten, omdat hij een nieuwe vertaling hoogstens als commentaren, als studie materiaal op de Bijbel bezag.
„Conservatieven? Soit!" — Zo besluit hij zijn brochure. „Te Antiochië werden de volgelingen des Heeren Christianen — Christenen genoemd (Handel. 11 : 26) N'ayé pas peur, Madame, ce ne sont que de Gueux! IJet zijn maar Geuzen! Maar zij namen Den Briel."
Uw rondkijker wil mede tot deze conservatieven (vertaald: behoudend) behoren. Gelukkig zijn er meer van die conservatieven. Ook in onze Hervormde kerken. In vele van die komt de Nieuwe Vertaling niet op de kansel.
Op de Statenvertaling is onze Psalmberijming gebouwd, de taal er van is overgenomen in onze Belijdenisschriften en formulieren. En het is ook de taal van onze gebeden. Nu de Nieuwe Vertaling er is, moet voor de kerkzang een andere Psalm-of liever liederenbundel komen; aan onze belijdenisgeschriften wordt getornd en onze formulieren deugen niet meer. Nietwaar? Dat gaat samen.
En wat de taal in onze Statenbijbel betreft, waar men zoveel op tegen heeft, op de scholen voor middelbaar en gymnasiaal onderwijs worden Vondel en Huygens en onze klassieken toch ook nog gelezen? En wat worden er niet een schatten uitgegeven voor restauratie en bewaring van oude molens en monumenten! Laat men dan ook zuinig zijn op onze grootste schat, de Statenbijbel!
We geven hier een afbeelding bij van de drie, mooie forse delen. Doordat het een 3-delige uitgave is, is deze ook zeer handig voor het tafelgebruik. Waarom zal men deze bijbel niet als leesbijbel gebruiken? Is er dan eens iets onduidelijk en wordt er na het lezen door de huisgenoten iets over een bepaalde tekst gevraagd, kon dit direct worden nagezien. Het kan dus tot grote lering strekken.
Wij vernamen dat er grote vraag naar deze Statenbijbel is. Het eerste deel was direct al uitverkocht, wat echter weer in herdruk komt. Toch is het het beste niet te lang met. bestellen te wachten. Deze uitgave moge velen tot een rijke zegen worden. De kosten zijn zeer laag. n.l. ƒ 15.— per deel, of ƒ 45— totaal. In iedere boekhandel kunnen ze worden besteld. Voor onze J.V.'s en M.V.'s is het ook een onmisbaar werk, waarom het zeer zeker voor iedere bibliotheek zal worden aangeschaft.
RONDKIJKER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 mei 1958
Daniel | 8 Pagina's