De Synode van Embden
(5).
Voorbereidende maatregelen
Wij komen nu tot het punt, waarop wij niet meer van oorzaken spreken kunnen, die tot het houden van de Synode aanleiding hebben gegeven, maar waarop wij van welbewuste voorbereidende maatregelen tot het bijeenkomen der Synode hebben te handelen.
Opmerkelijk is dat juist cle vluchtelingengemeenten zo'n grote rol hebben gespeeld in het tot stand komen der Synode. Dit is verklaarbaar. Er waren meer dan 100.000 vluchtelingen buiten cle grenzen. Men leefde daar meer apart, men voelde daar het gebrek aan eenheid meer aan door het bemerken van verschillende gewoonten. Zij bleven ook in levende betrekking met cle gemeenten in het Vaderland en voelden zich daarmede verbonden al was men dan nu door cle nood een vluchteling in den vreemde. Zij zagen verlangend uit naai' de dag, clat zij konden wederkeren. Zij geloofden, clat die dag komen zou. Daarom voelden zij het als roeping om de openbaring der eenheid reeds tot stand te doen komen aleer cle dag der vrijheid er was.
Wij hebben in ons vorig artikel gesproken over de vergadering, clie in Bedbur in het Sticht, dat is het grondgebied van Keulen, gehouden werd. Nu, op die vergadering is het besluit genomen om een Generale Synode te houden van de Nederlandse Kerken, zowel cle vluchtelingen-gemeenten als cle kerken in het Vaderland, clie nog onder het Kruis waren, omvattende. Er waren namelijk enige broeders geweest, die het voornemen tot zulk een vergadering genomen hadden. Zij hadden daartoe mannen naar Heidelberg en Frankenthal gezonden en hun toestemming en medewerking gevraagd. Die werd van ganser harte gegeven. Daarom zond men van Heidelberg een schrijven naar de vluchtelingen in Wesel en andere plaatsen en vroegen ook hun medewerking. De eerstgekomen broeders waren echter door cle medewerking van cle Heidelbergers zo verblijd en bemoedigd, clat zij onverwijld naar cle Prins van Oranje gereisd zijn om zijn medewerking te vragen en cle hulp en cle raad van Marnix in te winnen, die bij de Prins van Oranje was. Zij keerden huiswaarts met cle wetenschap, dat de Prins deze vergadering niet alleen aanbeval, maar er ten zeerste mee ingenomen was en beloofde om zijn autoriteit te gebruiken om het welslagen van hun voornemen te bevorderen. Zo keerden zij huiswaarts en zo kwamen zij op cle vergadering van 3 juli 1571 te Bedbur. Op deze vergadering waven niet alleen cle vluchtelingen uit het land van Keulen en Aken, maar ook afgevaardigden van cle gemeenten te Gulik en van andere gemeenten in Duitsland en Brabant aanwezig. Ook een predikant uit Brussel en een ouderling van Antwerpen. Daarenboven was Marnix van St.-Aldegonde aanwezig. Wij vergissen ons niet als wij het mede aan zijn invloed toeschrijven dat het besluit om een Synode te houden daar op clie vergadering genomen is. Niet alleen een besluit, maar ook maatregelen zijn genomen om het besluit uit te voeren. Men zou alle gemeenten schrijven en opwekken om aan de Synode deel te nemen. Twee afgevaardigden werden benoemd om met cle gemeente van Embden te raadplegen. Deze waren Gerard van Kuilenburg en Jhr. Willem van Zuvlen van Nijevelt. Men besloot te laten overwegen de Synode te houden te Embden óf in Frankenthal óf in Siegen in het grondgebied van cle Nassaus. Men wilde als het kon de Synode liefst nog in cle zomer van het lopende jaar. De lastbrief werd staande cle vergadering in gereedheid gebracht en men bracht 24 daalders bijeen als reisgeld voor de afgevaardigden. Dat men tot een besluit kwam was mede te danken aan cle aansporing van de Prins van Oranje, die de wens uitsprak, dat de vergadering „met Gods hulp ontwijfelijk tot een goede salighen eyncle zou ghedijen".
De door cle vergadering benoemde deputaten gingen aan het werk. Zij kwamen te Wesel en kregen hartelijke instemming; cle vluchtelingen in cle Cleefse en Eemdelandse gemeenten verenigd juichten het toe; daarna naar Embden. Hier waren bezwaren, maar deze zijn overwonnen, zodat ook „de uitgeweken dienaren en broederen van verscheidene provinciën" hebben toegestemd. Eenparig werd dus besloten tot het houden van cle Synode. Nu moest besloten waar en wanneer cle Synode zou samen komen. Dit was niet eenvoudig. Men zocht een plaats, waar men zonder gevaar vergaderen kon. Daarenboven moest uiterste geheimhouding betracht worden, met
het oog op verraad, daar de duivel en zijn trawanten nooit slapen. Daarom zouden deze beraadslagingen pas aan enkelen mogen bekend zijn. Een commissie werd benoemd. De twee deputaten, die door de vergadering in Bedbur benoemd waren maakten er deel van uit. Vervolgens van elke natie, (wij moeten daaronder provincies verstaan, n.1. de natie, der Walen, der Zeeuwen, der Brabanders, Hollanders enz.) waarvan in Embden vluchtelingen waren, één persoon. Deze commissie zou tijd en plaats bekend maken aan hen, die als deputaten voor de Synode zouden worden aangewezen en wel zo kort mogelijk vóór de dag, waarop de Synode zou samenkomen. Het werd een commissie van zes. De Vlaanderse broeders benoemde Ger rard Mortaigne; de Waalse gemeente benoemde haar predikant [oannes Rolyander; de Brabantse en Zeeuwse broeders Cornelius Rhetius, terwijl IJsbrand van Harderwijk de Friezen vertegenwoordigde.
De commissie besloot, dat de Synode 1 oktober 1571 in Embden zou gehouden worden. Men koos Embden, opdat de broeders vanuit de Engelse vluchtelingegemeente daardoor gemakkelijker zouden kunnen overkomen. Daarenboven was Embden al jarenlang een herberg der gemeente Gods en waren de graven van Oost-Friesland, ofschoon zelf Luthers, altijd de Gereformeerden niet ongenegen geweest. Men koos de le oktober omdat die dag de kermis en jaarmarkt in Embden begon, zodat men dan zonder op te vallen in Embden vergaderen kon, wat met het oog op de veiligheid wel noodzakelijk was in acht te nemen. Er was met spoed gewerkt. De 4e juli was de vergadering in Bedbur gesloten en de 24e juli was de zaak voorbereid en gingen de brieven naar' de gemeenten. Er ging een brief met 5 bijlagen, naar elke gemeente. De bijlagen waren gemerkt met de letters A, B, C, D, E. Het stuk dat met een D. gekenmerkt was, was verzegeld en mocht alleen geopend worden door degenen, die naar de vergadering zouden worden gedeputeerd opdat tijd en plaats van vergaderen zoveel mogelijk verzwegen werd met het oog op de gevaren, die dreigden.
In bijlage, gemerkt met de letter E, was een brief van Marnix opgenomen, waarin hij opwekt om mede te werken aan de Synode en toch vooral deputaten te
zenden. Hij geeft daarin ook een verslag van de gebeurtenissen, die tot het besluit om de Synode te houden, geleid hebben.
De brief, die door de beide deputaten Van Kuilenburg en Van Z. van Nijevelt aan de gemeenten geschreven werd, bevatte ook een omstandig verhaal van de gebeurtenissen, die tot het besluit om de Synode te houden, geleid hebben, alsook van de instemming van de verschillende gemeenten, die bezocht zijn, ais van de getroffen maatregelen. In de brief aan de Engelse gemeenten wordt om verschoning gevraagd, dat zij niet eerst geraadpleegd zijn, maar dit had niet kunnen geschieden vanwege de kortheid van de tijd der voorbereiding. Men vertrouwde echter, dat het niet kwalijk genomen zou worden. Men verzocht om de open brieven te copiëren en toe te zenden aan de gemeenten waarvan men de adressen niet heeft.
De brief is in Londen aangekomen. Hoe dachten de Engelsen erover?
We weten, dat het plan grote sympathie had onder de Nederlandse vluchtelingen in Engeland. Men kon echter niet aanwezig zijn, daar op zijn vroegst de antwoorden van de verschillende gemeenten in Engeland pas eind september bij de gemeente van Londen konden binnen zijn. De vergadering zou 1 oktober al beginnen, zodat men geen deputaten zond, daar deze toch niet op tijd konden aanwezig zijn.
De gemeenten in Nederland werden geraadpleegd. Zij werden aangespoord ook deputaten te zenden, voorzovèr dit mogelijk was met het oog op de droeve toestand, waarin men zich bevond. Men oordeelde er echter in Nederland niet zo gunstig over. De redenen daarvan zijn niet bekend. Alle krachten werden echter ingespannen om hen van gedachten te doen veranderen, waartoe de Prins van Oranje en de predikanten van Heidelberg Petrus Dathenus, Jean Taffin en Petrus van Culen om hun medewerking verzocht werden. Uit de gevolgen kunnen wij opmerken, dat deze pogingen niet zonder succes gebleven zijn.
De Prins van Oranje werd ook verzocht om Philips van Marnix van St. Aldegonde naar de Synode te zenden.
De Nederlanders in het sticht van Keulen hebben veel gedaan tot het welslagen van de Synode. Een voorbeeld voor alle tijden is hun lastbrief met instructies, waarop niet minder dan 24 artikelen voor kwamen, waarvan 5 artikelen generale punten bevatten, die dus het algemeen welzijn betroffen en de andere 19 particuliere vragen waren, dus kerkelijke vraagstukken op bijzondere gevallen doelende, waarover het oordeel van de Synode gevraagd werd.
Van de andere gemeenten zijn de instructieve-brieven niet bekend.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1958
Daniel | 8 Pagina's