VRAGENBUS
Correspondentie voor deze rubriek aan: I ) T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam Zuld
I Correspondentie voor deze rubriek aan: I ) T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam-Zutd |
J. T. te B. vraagt of ik iets wil schrijven over de Apostolischen.
Antwoord: Deze secte is van Engelse oorsprong. Zij wordt ook wel genoemd de Irvingianen naar Ervvard Irving, de vader van deze secte. Zij kenmerkt zich door de verwachting van de spoedige wederkomst van Christus, en wil door de vernieuwing van het apostolaat de gelovigen op de komst voorbereiden. De geweldige beroeringen in het volkerenleven door de Franse revolutie, zowel als door de heerschappij en val van Napoleon, hadden de gedachten van velen heengeleid naar de spoedige wederkomst des Heeren.
Men hield bidstonden, onderzocht de profetieën en de Openbaring aan Johannes. Zulk een kring verenigde een rijke bankier op zijn landgoed te Albury, ten zuiden van Londen.
Irving verzeilt ook in deze kring. Hij wordt er de ziel van en predikt te Londen met geweldige geestdrift. In zijn oog is de kerk de „afvallige", daarom al, omdat zij de vier ambten, genoemd in Efeze 4 : 11 (apostelen, profeten, evangelisten, herders en Ieraars) niet meer in ere hield. Op 42-jarige leeftijd is deze gloeiende haard uitgebrand. Hij sterft te Glasgow op 8 december 1834.
Veel is er te schrijven over deze secte, maar ik ben bang dat deze beantwoording te lang zal worden, waarom ik mij voornamelijk zal beperken tot de voornaamste bezwaren, die tegen haar zijn in te brengen. Dat is toch het voornaamste. Als eerste bezwaar noem ik, dat zij, n.1. de Apostolischen, de H. Schrift onteren. Ik noem slechts een citaat: „Luie en trage herders drenken hun dorstige schapen met het vuile putwater van de Bijbel." Zonder op het verband te letten halen zij Schriftplaatsen aan, eigenmachtig, wanneer het in hun Icraam te pas komt. Het woord van hun apostel gaat ver uit boven de Schrift.
Ten tweede merk ik op, dat de Schrift 3 kenmerken opnoemt voor de echte apostel.
a. verkiezing door Christus (Galaten 1 : 1) b. getuige der opstanding (Hand. 1 : 22), c. grondleggende bouwers van de Christelijke kerk. Aan deze vereisten voldoen deze apostelen niet. Zij hebben zich als apostelen zelf opgeworpen. Ten derde vergoodt men de apostel. In een samenkomst sprak men van „de toegang tot de genadetroon in het hart van vader Niehaus." Dat is Godslasterlijk. Wie zou dan het hogepriesterlijk hart van Christus nog zoeken?
Ten vierde spreken zij heel veel van de „7 Geestesgaven." Maar wat zij nog van God, schepping, mens, zonde, Verlosser, genademiddelen enz. leren is bitter arm. Ten vijfde zijn in hun leer veel Roomse bestanddelen. Zij spreken van het gezag der priesters, de absolutie, het Avondmaal als een herhaald offer.
Eindelijk is hun propaganda tamelijk geheimzinnig. Vooral vrouwen en kranken pogen zij te vangen. Hun gedrag heeft al veel verdriet gebracht in het familieen huwelijksleven. Bij die propaganda moet natuurlijk de kerk het ontgelden. Helaas, zelf hebben zij een droevig beeld van liefde en eendracht gegeven.
A. P. K. te L. vraagt hoe wij moeten verstaan hetgeen Paulus schrijft in 1 Cor. 7 : 14, waar we lezen: Want de ongelovige man is geheiligd door de vrouw, en de ongelovige vrouw is geheiligd door de man; want anders waren uw kinderen onrein, maar nu zijn ze heilig."
Antwoord: Deze vraag staat in nauw verband met hetgeen in het doopsformulier gevraagd wordt: of gij niet bekent, dat zij in Christus geheiligd zijn?
Tweeërlei antwoord is op deze vraag door de oudere theologen gegeven: een antwoord in meer uitwendige zin en één, waarin de heiliging in Christus als een heiliging ter zaligheid gerekend wordt.
Wat het eerste gevoelen betreft, beriep men zich er op, dat 1 Cor. 7 : 14 niet kan doelen op een inwendige heiliging door vernieuwing van de harten der kinderen, omdat hij in hetzelfde vers zegt, dat de ongelovige man geheiligd is door de vrouw en de ongelovige vrouw geheiligd is door de man. Die ongelovige man of vrouw is door het huwelijk met een gelovige niet vernieuwd; integendeel hij volhardt in zijn ongeloof. Als van hem gezegd wordt, dat hij geheiligd is dooide vrouw, en omgekeerd de vrouw door de man, dan ziet dit daarop, dat Gods Verbond met de gelovige door het ongeloof met de andere partij niet wordt teniet gedaan. En daarom laat de apostel er dan ook onmiddellijk op volgen: Want anders waren uw kinderen onrein (als geheel vervallen uit de kring des verbonds), maar nu zijn zij heilig, " d.w.z. besloten binnen de openbaring van het verbond der genade.
Dit is ook het gevoelen van de Statenvertalers, want bij deze tekst merken zij op, dat zij in het uiterlijk Gods zijn begrepen. verbond
Zo oordeelde Calvijn, dat als Paulus de kinderen heilig noemt, als zelfs slechts één der ouders een „gelovige" is, de apostel deze kinderen dan van het algemeen mensengeslacht afzondert. Beza was van geen ander gevoelen.
Deze verklaring heeft wel degelijk grond. Zo wijst Paulus tevens aan welke kinderen gedoopt moeten worden. Geen kinderen van Heidenen, Joden of Mohammedanen, wier ouders in hun ongeloof volharden, maar die kinderen alleen, die binnen de grenzen van de openbaringsvorm des verbonds geboren worden. In zekere zin zijn die kinderen heilig, omdat ze afgezonderd zijn en onderscheiden van de kinderen der ongelovigen. Hun worden veel weldaden geschonken in onderscheiding van de heidenen. Zij worden gedragen op de vleugelen des gebeds, in Gods Woord onderwezen en verkeren alzo in de mogelijkheid om zalig te worden.Naar deze verklaring zou in „Christus geheiligd" dan betekenen, dat de gedoopte kinderen leven onder de openbaring des verbonds, zonder daarmee te willen zeggen, dat zij het wezen des verbonds deelachtig zijn.
Naar deze verklaring zou in „Christus geheiligd" dan betekenen, dat de gedoopte kinderen leven onder de openbaring des verbonds, zonder daarmee te willen zeggen, dat zij het wezen des verbonds deelachtig zijn.
Het is echter de vraag, of de strekking van ons doopsformulier niet deze is, dat gezien wordt op de heiliging in Christus tot zaligheid. U moet niet vergeten, dat ons doopsformulier gezien moet worden in het wezen van de zaak. En dan wordt met de heiliging niet de onderwerpelijke heiliging bedoeld, maar op de voorwerpelijke heiliging zoals alle uitverkorenen in Christus geheiligd zijn.
Veel godgeleerden zijn dit gevoelen toegedaan, doch dan maken zij de vraag steeds vast aan de uitverkiezing en is de beantwoording niet van toepassing op de te dopen kinderen, hoofd voor hoofd, doch op hen, die God verkoren heeft tot zaligheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1958
Daniel | 8 Pagina's