De Nadere Reformatie
(VI).
Wedergeboorte
In vorige artikelen hebben we getracht, aan te tonen, dat de Nadere Reformatie principieel niet van de Reformatie verschilt. De Nadere Reformatoren brachten geen nieuwe leer; ze waren volkomen conform aan de kerkleer, ze wilden echter de objectieve waarheid subjectief beleefd zien. Op grond hiervan is het te verklaren, dat ze weieens andere accenten hebben gelegd dan bijv. Luther en Calvijn. Zo kunnen we o.a. een belangrijke accentverschuiving opmerken van de reehtvaardigmaking naar de wedergeboorte.
De grote Hervormers, Luther, Calvijn, Beza e.a. hebben de leer van de rechtvaardiging door het geloof gezien als het wezenskenmerk van de Reformatie. Met dit stuk staat of valt de Kerk. God rechtvaardigt de goddeloze zondaar, zonder enige menselijke verdienste, alléén uit genade, om Zijns Zoons Christus' wil; Hij spreekt hem vrij van schuld en straf en geeft hem een recht tot het eeuwige leven. Zo staat de gerechtvaardigde zondaar voor God, alsof hij nooit zonde had gehad of gedaan.
We moeten deze nadruk allereerst opvatten als de meest voor de hand liggende reactie op de Roomse leer. Geen menselijk werk, geen menselijke deugd, zelfs geen goede begeerte of gedachte heeft waarde voor God. Elke andere opvatting zou te kort doen aan de Goddelijke souvereiniteit, die Calvijn immers zo luide heeft verkondigd. Maar tegelijk is dit het rijkste en ruimste evangelie, dat men zich denken kan; doodarm is elke leer, waarbij iets van de mens in aanmerking komt. Het is duidelijk dat de Reformatie de Heilige Schrift in dit opzicht op haar hand heeft. De rechtvaardiging door het geloof is de kern van al de Paulinische zendbrieven. De vergeving der zonden is de hoofdinhoud van Christus' prediking.
En de formulieren van enigheid, de belijdenisgeschriften van onze Kerk, ademen geheel dezelfde geest.
Zondag 23 en 24 zijn om zo te spreken de sleutel van de Heidelbergse Catechismus, „het lied in het dogma."
Onze vaderen, de mannen van de Nadere Reformatie, hebben van dit gewichtige leerstuk natuurlijk geen duimbreed willen afdoen. Maar het kan niet worden ontkend, dat het bij hen heel wat minder accent heeft dan bij Calvijn. Bij sommigen zelfs zou men kunnen spreken van een rechtvaardiging van de gelovige, inplaats van een rechtvaardiging van de goddeloze. Daarentegen hebben zij, meer dan de Reformatoren aan de wedergeboorte een centrale plaats toegekend. Hiervoor zijn verschillende verklaringen gegeven.
Allereerst zijn de gewijzigde omstandigheden oorzaak van deze accentieverplaatsing. De mannen van de Nadere Reformatie spraken en schreven voor een ander „publiek." Luther en Calvijn hadden tot taak de rechtvaardiging door het geloof alléén te stellen tegenover de goede werken van Rome. Maar later, als de Gereformeerde waarheid heeft gezegevierd, dan treffen we volle kerken aan met mensen, die de waarheid onderschrijven, zonder haar te beleven en met mensen, die zich slechts inbeelden, haar te beleven. Dan wordt het nodig, dood en leven van elkander te gaan onderscheiden.
Zoals de geboorte het begin is van het natuurlijke leven, zo is de wedergeboorte het begin van het geestelijke leven. Daarom hebben de Nadere Reformatoren, niet nagelaten, de vele dode kerkleden toe te brengen dat ze wedergeboren moesten worden, anders zouden ze het Koninkrijk Gods zelfs niet zien!
Bij vele oude schrijvers heeft ook de persoonlijke ervaring een rol gespeeld. Verschillenden van hen waren door hun ouders reeds bij hun geboorte voor „het wondere ambt" bestemd, ze hadden ijverig gestudeerd, waren zuiver orthodox in de leer en onbesproken van levenswandel totdat hun plotseling de vraag werd voorgelegd: „Zijt gij dan een leraar in Israël en weet gij deze dingen niet? " Zo kregen ze te zien, dat hun kennis en bekwaamheid en gaven waardeloos waren, indien ze niet wedergeboren werden uit water en Geest. Typerend voor de Nadere Reformatie is de bede van een man als Schortinghuis, (die reeds predikant was, toen hij aan zichzelf werd ontdekt):
„O Heer, behoed ons voor de letter, Die duizenden vermoordt — of zet er Het stempel op van Uwen Geest."
Waren ze tot bekering gekomen, dan onderging hun prediking geen wijziging, maar wel werd ze verdiept.
Men mag hieruit niet opmaken, dat de mannen van de Nadere Reformatie een plotselinge wedergeboorte of een schokkende bekering als eis hebben gesteld. Het ging hun niet om tijd, plaats en wijze van bekering, maar om de vruchten van het nieuwe leven. De wedergeborene is zich die grote verandering in zijn leven niet terstond bewust, evenmin als een kind van de geboorte af bewust leeft. De ervaring leert echter dat de wedergeboorte plaats vindt door de werking van Woord en Geest. Daarom is nodig, getrouw te zijn in het onderzoek van Gods Woord, het zaad der wedergeboorte, en te bidden om de ontdekkende werking van de Heilige Geest (Onze vaderen spraken zelfs van de middelen der genade.)
Hoe kan men nu weten of men wedergeboren is?
Op deze vraag hebben de Nadere Reformatoren duidelijke antwoorden gegeven. De z.g.n. „kenmerkenprediking" is de kracht (en tegelijk de zwakheid!) van de Nadere Reformatie.
Doch daaraan willen we een volgend artikel wijden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 maart 1958
Daniel | 8 Pagina's