Hei oude Bondsvolk en zijn sociale voorzieningen
De erfgrond der kleine boeren, (vervolg) De Heere beloofde aan de Israëlieten een land, overvloeiende van melk en honing, het beloofde land. Na bezitneming van dat land is het ideaal van de Israëliet geworden: en gelukkig en vredig leven en het ijverig bewerken van de familieakker. Daarin past een vervloeking over hen, die de grensstenen van zijn naaste verlegt: Vervloekt zij, die zijns naasten landpale verrukt! en al het volk zal zeggen: men." (Deut. 27 : 17). Achter deze vervloeking ligt de behoudende tendens om voor elke familie het oorspronkelijke bezit te bewaren. De deuteronomische Wetgever wil dus de klasse der kleine boeren, die bedreigd worden door de uitbreidingszucht van het grootgrondbezit, de hand boven het hoofd houden. En de priesterlijke wetgever bedoelt hetzelfde, wanneer hij zijn voorschriften geeft over het jubeljaar, dat na zeven sabbatsjaren, dus na negen en veertig jaar, gevierd moest worden. Hij geeft echter niet alleen een sociale, maar vooral een religieuze grondslag. De grond van Israël is een Goddelijk eigendom en daarom hebben de Israëlie-
mijn gerechtigheid ontledigd. Maar daarmee is het bezoek, God zij lof, niet geëindigd. Want gelijk de Heere God onze eerste ouders heeft bekleed met rokken en vellen, zo heeft Hij mij bedekt met de gerechtigheid van de grote Offerande en mij psalmen in de nacht gegeven. Het was nacht, maar dat bezoek des Heeren was geen droom; metterdaad, ik liet af van dromen en kreeg met de realiteit der dingen te doen."
Ik beëindig dit antwoord met de opmerking, dat er van Spurgeon veel goeds te zeggen is, maar dat betekent niet, dat ik alle uitdrukkingen voor mijn rekening neem. Er zijn soms verklaringen bij, die ons niet lusten.
M. v. d. B. te M. vraagt wat het woord „charisma" betekent.
Antwoord: Charisma is afgeleid van charis, dat gunst of genade betekent. Behalve in de brief van de apostel Petrus komt het alleen voor in de brieven van de apostel Paulus.
van de apostel Paulus. In 1 Petrus 4 : 10 lezen we: Een iegelijk, gelijk hij de gave ontvangen heeft, alzo bediene hij dezelve aan de anderen, als goede uitdelers der menigerlei genade Gods."
Al wat de Heilige Geest in het rijk der herschepping uit de volheid van Christus put, om aan Zijn kerk te schenken, is charisma. Welke charismata (meervoudsvorm) er echter worden aangetroffen, dit zal altijd hun kenmerk en toetssteen moeten zijn, waarnaar ook Paulus hun waarde afmeet, of zij strekken tot stichting, d.i. tot opbouw der gemeente en of zij ondergeschikt zijn aan hetgeen het uitnemendste van alle charismata is. n.1. de liefde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1958
Daniel | 7 Pagina's