JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De vijand neemt wraak

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vijand neemt wraak

4 minuten leestijd

Hoe moeilijk werd het voor Mackay, nu drie voorname mannen uit Uganda zijn werk met kracht poogden af te breken! De jonge koning met zijn handlangers zouden niet rusten, voordat ze het christendom hadden uitgeroeid. De katikiro, de eerste minister, en Musaji, het hoofd van 's konings lijfwacht, stookten de koning op, om geweld te plegen tegen de christenjongens, die door de witte man van het werk tot een ander leven waren gekomen. Voor Mackay was het gemakkelijk om Uganda te verlaten en de strijd, die gewis zou volgen, te ontlopen. Hij zou nog best een bekwaam ingenieur kunnen worden. Het Brits-Afrikaans genootschap bood hem een prachtige positie aan, maar dan buiten Uganda. Generaal Gordon zou hem graag gehad hebben in zijn leger in Egypte. Zijn vrienden in Engeland vroegen of hij naar het vaderland terug wilde komen; ook het Zendingsgenootschap wou hem graag in Engeland terug.

Niets mocht baten. Mackay gevoelde zich op zijn post, al was de vijand sterk en listig en duivels. Hij schreef: „Waarom schrijven jullie: kom naar huis? Zeker nu, nu we zo'n vreselijk gebrek aan arbeidskrachten hebben, is het niet de tijd voor iemand om zijn post te verlaten. Zendt ons slechts onze eerste twintig mannen en dan kan mij gevraagd worden te komen helpen om de tweede twintig te vinden."

Er kwam geen twintigtal medewerkers naar Mackay. Slechts één kwam hem helpen: Aslie. Vergezeld van deze Ashe en van een vijftal jongens, zien we op zekere dag Mackay zijn huis verlaten om af te dalen naar het meer. Dat meer moet overgestoken om aan de overzijde brieven af te geven aan dragers, die ze naar Zanzibar moeten brengen om ze vervolgens door middel van een boot naar Engeland te zenden. Het scheepsvolk draagt de bagage en de roeiriemen op het hoofd, dan volgen de jongens en achteraan lopen de twee zendelingen. Permissie om over het meer te trekken, hebben ze: de koning en de katikiro hadden geen bezwaar.

Opgewekt lopen de mannen en jongens de heuvel af. Mackay kijkt even achter zich. Wat is clat? Een troep krijgers komt aan rennen. „Wat betekent dat? " vraagt hij aan Aslie. Ashe weet het niet.

Zonder iets te zeggen snelt de troep voorbij.

„Waar gaan jullie heen? " vraagt de zendeling.

„Wij zijn uitgezonden door Musaji, om vrouwen van de koning gevangen te nemen; die zijn weggelopen, " is het antwoord van de achtersten. Even later haalt een nieuwe groep krijgers het gezelschap van Mackay in.

„Ik vertrouw dat zaakje niet, " zegt Mackay tegen Ashe. „Die mannen voeren iets in hun schild, dat voor ons niet te best zal zijn."

„Moeten we nog ver lopen, " vraagt Ashe.

„Nog een paar mijl. Zie je dat bos vóór je? "

„Waar die mannen in zijn verdwenen? "

„Ja. Dat moeten we door en dan zijn we aan het meer."

Pas heeft Mackay dit gezegd, of honderden mannen komen uit het bos te voorschijn. Ze lopen het gezelschap van de zendeling tegemoet. Ze zwaaien met geweren en speren. En wie voert ze aan? Het is Musaji, het hoofd van de lijfwacht! „Terug, terug!" schreeuwt de bende. De speren en geweren worden op Mackay en zijn mannen gericht. Deze blijven stilstaan. Rustig zegt Mackay: „Hoe durft u ons aanvallen? Wij zijn vrienden van de koning en hij heeft toestemming gegeven om hier te reizen."

„Vooruit, mannen", zegt Mackay, „we gaan verder!"

Maar daar komt niets van in. De soldaten van Musaji pakken de wandelstokken van de reizigers af en beginnen er mee te slaan. De twee zendelingen gaan aan de kant van de weg zitten. Musaji ziet dit en komt nader.

„Waar moeten jullie heen? " vraagt hij op bitse toon.

„Wij reizen naar de haven en we hebben toestemming van de koning en de katikiro, " zegt Mackay.

„Je liegt, " schreeuwt Musaji.

Nu komen de soldaten op hen af en de mannen worden gedwongen terug te keren. Zo niet, de lopen van de geweren rusten op hun borst. De terugtocht moet aanvaard. De overmacht is te groot om daar tegenin te gaan.

In de hoofdstad teruggekeerd, mag elk zijns weegs gaan, behalve. . .. drie jongens, die gevangen worden genomen en naar het hoofdkwartier van de koning worden gebracht.

Moedeloos keren Mackay en zijn vriend Ashe naar huis. Daar aangekomen, knielen ze neer om voor de arme jongens te bidden. De andere jongens, die vrij mochten weg gaan, wordt aangeraden zich uit de voeten te maken. De koning is immers tot alles in staat! Ze moeten vluchten en zich verschuilen om hun leven te behouden.

Wat zal er met de drie gevangenen gebeuren?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 februari 1958

Daniel | 8 Pagina's

De vijand neemt wraak

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 februari 1958

Daniel | 8 Pagina's