JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De Nadere Reformatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Nadere Reformatie

4 minuten leestijd

(ii)

Reformatie in de leer

De lezers, die nog geloven aan het sprookje van „die goeie ouwe tijd" moeten zich op een teleurstelling voorbereiden. Het beeld van een Kerk, die van de Dordtse Synode tot de Franse revolutie een ongekende bloei zou hebben beleefd, is geheel vertékend. Lodenstein's „Beschouwinge van Zion" en Witzius' „Twist des Heeren met Zijnen wijngaard" geven ons wel een andere kijk op het kerkelijk en geestelijk leven in de Gouden Eeuw!

Een kerkhistoricus heeft eens opgemerkt dat de geschiedenis van elke kerk bestaat in een krachtige opkomst, een korte bloeitijd en een lange periode van steeds dieper verval, die tenslotte een nieuwe Reformatie nodig maakt. De Kerk in Nederland is op die regel geen uitzondering. Dat komt, omdat men nooit waarlijk gereformeerd kan zijn, als het hart niet gereformeerd is. Al is de leer gereformeerd, daarom is het volk het nog niet!

Het Nederlandse volk heeft geen gereformeerde inslag en was niet bij uitstek geschikt om Calvinistisch te worden, zoals Doumargue, de levensbeschrijver van Calvijn, eens heeft gezegd. Ons volk is in meerderheid ook nooit gereformeerd geweest. De gemiddelde Nederlander is een humanist, die meent dat de mens nu eenmaal z'n goede en z'n slechte eigenschappen heeft en dat hij door niet te vloeken, niet te stelen, ieder het zijne te geven en een matig leven te leiden, al een heel eind gevorderd is op „het pad der deugd." De levensbeschouwing van een man als Erasmus vindt veel meer weerklank bij ons volk dan de theologie van Calvijn.

Maar hoe kon dan het Gereformeerd Protestantisme juist onder ons volk meer ingang vinden dan in welk land ter wereld ook en hoe kon Nederland dan het Calvinistische land bij uitstek worden? Allereerst, doordat God Zelf hier de kandelaar der waarheid wilde oprichten. Daarbij hebben ook sociale, politieke en nationale factoren een rol gespeeld.

Vóór de Reformatie was de maatschappelijke toestand, vooral onder het gewone volk, erbarmelijk slecht, zodat velen uitzagen naar betere sociale voorzieningen. De machtspositie van de geestelijkheid en het wellustige leven van vele priesters legden ook gewicht in de schaal. Het bewind van Filips II en Alva stond voor de meeste Nederlanders gelijk met de heerszucht van Rome. Door dit alles vond de Reformatie hier te lande een goede voedingsbodem.

Een andere trek van ons volkskarakter is, dat de Nederlander volgzaam is en zich heel gemoedelijk aanpast bij de bestaande situatie. Vóór de Reformatie gaf de Roomse Kerk de toon aan en toen was de bevolking in zijn geheel Rooms-Katholiek. Na de Reformatie kreeg een kleine groep Calvinisten de macht in handen. De Hervormde Kerk werd staatskerk: wie niet tot haar behoorde, was uitgesloten van de ambten.

De waarlijk gereformeerde kern blijkt nooit groter geweest te zijn dan 10 %. De overigen waren slechts Gereformeerd in naam!

Er waren streken in ons land, waar de bevolking bij wijze van spreken Rooms naar bed ging en Protestants ontwaakte. Er waren priesters, die 's zaterdags nog de mis bedienden en na afloop bekend maakten dat ze 's zondags het avondmaal zouden vieren „nae de wijse der gereformeerden"! In zulke gevallen kon men moeilijk van een geestelijke omwenteling of van een Reformatie spreken! Het is nu eenmaal onmogelijk, Gereformeerd te zijn met het verstand en Rooms in het hart.

Behalve tegen Rome had de Kerk in het stadium van haar wording ook de strijd te voeren tegen de Wederdopers, nog later tegen de Remonstranten. Op de beroemde Dordtse Synode werd het pleit beslecht. De Remonstranten werden voor een voldongen feit geplaatst: ze hadden de keuze tussen non-activiteit en verbanning. Ongeveer 200 predikanten met Remonstrantse sympathiën werden uit het ambt ontzet en de zuivere leer werd vastgelegd in de Canones, de Leerregels van Dordrecht. Dat was geen heerszucht of betweterij, het was de konsekwentie der Hervorming. De Dordtse vaderen hadden te kiezen tussen geloof en werk, tussen Goddelijke souvereiniteit en menselijke werkzaamheid: ze kozen met beslistheid het eerste en wezen het laatste met verontwaardiging van de hand. Als er nog énig werk van de mens in aanmerking kwam, dan was immers de hele worsteling met Rome tevergeefs geweest! Zo hebben de grondbeginselen van de Reformatie „Sola Scriptura, Sola Gratia, Sola Fide" in 1619 ten tweeden male gezegevierd.

De Kerk was dus van dwalingen gezuiverd, maar wie belette het onkruid welig voort te tieren? De Roomsen hadden hun schuilkerken, waar ze de mis konden bedienen.

De Remonstranten werden ongemoeid gelaten, toen ze in het geheim hun godsdienstoefeningen begonnen te houden. Naar Calvinistische beginselen had de Overheid dit moeten verhinderen, maar de Overheid beleed zelf de waarheid slechts „om den brode", enkele goeden niet te na gesproken! Zó stond het met cle leer, en hoe zag het leven er uit? Daarover in een volgend artikel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 januari 1958

Daniel | 8 Pagina's

De Nadere Reformatie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 januari 1958

Daniel | 8 Pagina's