Een Joodse godgeleerde
in.
In ons vorig nummer is bij de plaatsing van het artikel: Een Joodse godgeleerde (vervolg en slot) door ons een abuis gemaakt. Er hoorde n.1. nog een gedeelte tussen, wat hieronder volgt.
De belangstellende lezer moet dit gedeelte lezen tussen de 2e en 3e regel van de derde kolom, bladz. 107 in het vorige nummer (no. 14 van 3-l-'58)
De nacht was reeds bijna ten einde en nog zat Eschel in zijn studeervertrek. Nee, hij zat niet altijd, herhaalde malen zonk hij op de knieën en smeekte de God zijner vaderen om klaarheid.
Het uurtje der minne was aangebroken. God liet hem zien, wie hij was in zijn verdoemelijke staat. Als een worm kruipend smeekte hij of er nog een weg was tot ontkoming. Hoe bitter was het de Christus zo versmaad, gehoond, en gelasterd te hebben. Hoe groot was zijn haat geweest tegen Hem, Die hem nooit begeven nog verlaten had en Die hem nu kwam te trekken uit de duisternis tot dat wonderbaarlijke Licht. Vele tranen waren door hem in deze nooit te vergeten nacht geschreid en toen de dag aanbrak lag de Jood aan de voeten van de Man van smarten, volkomen overtuigd, dat Jezus Christus de aan de vaderen beloofde Messias was, Die hij nu aanriep tot redding van zijn onsterfelijke ziel. Al zijn geleerdheid was niets anders geweest dan blote kennis; Eschel erkende, dat hij niets maar dan ook niets
had geweten tot zaligheid, hij beleed, dat hij en zijn vaderen hadden gezondigd en mede deel hadden aan het bloed van die Onschuldige, waarvan zij eenmaal uitgeroepen hadden „Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen." Het was hem, of Jeruzalem geheel was veranderd, de schaduwen waren voorbij, het Woord was vervuld, het voorhangsel was gescheurd. Met de blinde Bartimeüs smeekte hij: „Heere Jezus! ontferm U mijner!"
Het duurde niet lang of hij bracht een bezoek aan ds. Reinhardt, die hij zijn ervaringen meedeelde, hem tevens verklaarde dat het zijn voornemen was, openlijk voor de mensen de Christus te belijden.
De predikant wilde hem echter op de proef stellen en stelde hem de ontzettende gevolgen voor, wees hem op de vervolgingen, die hem vanwege de Joden te wachten stonden, waardoor hij zelfs zijn leven in gevaar zou brengen, en al was het, dat het niet zover zou komen, dan kon het niet anders, of hij sloot zich de weg toe een eervolle betrekking te krijgen, armoede en verachting zou zijn deel zijn.
Doch de Heere had hem Zelf bearbeid en hem van tussen de struiken van zijn vormelijke godsdienst, Joodse vooroordelen en menselijke wijsheid vandaan getrokken, om hem uit vrije genade die witte keursteun, die niemand kent, dan die hem ontvangt, te schenken.
Met kinderlijke ootmoed antwoordde Eschel op de woorden van de predikant, terwijl de tranen zijn ogen verduisterden: „Wanneer het mij om tijdelijke voordelen te doen was, of om eer en aanzien bij mijn volk, dan zou ik blijven, waar ik was, maar nu de Heere Jezus mij beeft opgezocht en ik Hem heb gevonden, nu vraag ik naar niets dan naar Hem alleen, en noch mijn aanzienlijk erfdeel, noch mijn moeder, die ik zielslief heb, noch de genegenheid van mijn volk zal mij weerhouden, om Hem openlijk voor de wereld te belijden die de aan de vaderen beloofde Messias en de enige Redder ter behoudenis is."
Ontroerd was ds. Reinhardt, toen hij de eenvoudige maar vastbesloten verklaring had gehoord. Het was genoeg, hij was door deze woorden van zijn oprechtheid overtuigd.
Toch hield Reinhardt bij hem aan, om nog enkele dagen te wachten, voor de wereld er voor uit te komen. Voordat zij echter van elkander scheidden knielden beiden voor de troon der genade en mocht de in de geestelijke strijd grijs geworden dienstknecht, de jeugdige discipel van Christus de genade aanbevelen. Hij smeekte de Heere om kracht en sterkte, omdat het te vrezen was, dat de wereld en de Joden hem met alle middelen zouden aanvallen.
Gesterkt stonden de twee mannen op en Eschel ging naar zijn woning.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 januari 1958
Daniel | 8 Pagina's