JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een Joodse godgeleerde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een Joodse godgeleerde

6 minuten leestijd

(Vervolg en slot)

Zo spoedig mogelijk keerde Eschel naar Europa terug. Van toen af legde hij zich met inspanning van alle krachten op de studie toe. Vier jaar studeerde hij aan de academie te Praag, waar hij promoveerde tot doctor. Nu mocht hij openbare lezingen houden, maar

„Al ware het, " zegt de Apostel, „dat ik de taal der Engelen sprak, en de liefde niet had, dan was ik een klinkend metaal of luidende schel."

Zo was het ook met Eschel. Bij al zijn geleerdheid en ervaringen ontbrak hem het enige nodige. Helaas, de nodigste wetenschap, Jezus Christus en Die gekruisigd was hem ten enenmale onbekend. Hij ging voort op de ingeslagen weg en bezocht nog drie verschillende hogescholen, totdat hij zich in het huis van de Hof jood Wallich te Sonderszhausen enige tijd terugtrok.

Hier wachtte hem een nieuwe beproeving, want toen Eschels gastheer enige dagen afwezig was, drongen vijf booswichten de woning binnen. Eschel werd vastgebonden en een van hen sloeg met een ijzeren voorwerp zodanig op zijn hoofd dat hij het bewustzijn verloor. De dieven maakten zich van het aanwezige geld meester en verlieten stil het huis, Eschel in zijn bloed badend achterlatende. De andere morgen werd de inbraak ontdekt. Eschel was er erg aan toe. De touwen waren zó vast om zijn handen en voeten gebonden, dat deze met stukken uit zijn vlees moesten worden losgemaakt. De artsen vreesden het ergste, maar alles werd gedaan om hem in het leven te behouden. God heeft deze pogingen willen zegenen.

Eschel werd overgebracht naar de woning van de hof-apotheker. Voor het eerst in zijn leven zou de Joodse geleerde van nabij kennis maken met het Christelijk geloof, dat door zijn geloofsgenoten zo veracht werd. Daar was de geleerde, en wat meer zegt, de godzalige predikant Reinhardt huisvriend en bij zijn veelvuldige bezoeken was Eschel steeds tegenwoordig. Hij hoorde met de levendigste belangstelling naar de ernstige woorden van de predikant. Het duurde niet lang of de beide geleerden waren in de ernstigste gesprekken gewikkeld. Groot was de verwondering van Eschel, toen hij bemerkte dat ds. Reinhardt de Hebreeuwse taal evengoed kende als hij.

Reeds lange tijd was hij bezig geweest aan een verklaring van de profetie van Jesaja, maar om verschillende redenen had hij de studie laten rusten. De gevoerde gesprekken waren er de oorzaak van de arbeid te hervatten.

Na zijn herstel nam hij weer zijn intrede bij Wallich en zette zich ijverig aan het werk. Tweederde van het boek was doorgewerkt, totdat hij genaderd was aan het drie-en-vijftigste hoofdstuk. Hier bleef de geleerde steken. Hij kon het niet meer begrijpen en welke uitleggers hij mocht raadplegen, hij vond geen oplossing. Na enkele slapeloze nachten leek het hem het beste, dat hij er maar mee ophield. Het genoemde hoofdstuk was voor hem een te groot struikelblok geworden. Ja, voor de wijzen is het verborgen, maar aan de kinderen geopenbaard. Opeens viel hem de gedachte in, cle predikant Reinhardt te raadplegen. Die zou hem misschien wel uit de droom kunnen helpen. Zo spoedig mogelijk ging hij naar Reinhardt om hem zijn advies te vragen. Deze zei echter niets maar gaf hem bij de Joodse — ook de verklaringen van de Christenuitleggers.

Op een avond zat hij zwaar te peinzen, nee, dat kon niet, de Christenen konden geen gelijk hebben, hij kon zich niet verenigen met het denkbeeld aan een lijdende en bloedende Messias. Hoe anders was het hem toch geleerd, nog steeds verwachtten de Joden hun Messias, die komen zal met macht en majesteit en die de nakomelingen van Abraham. Isaac en Jacob weer in ere zou herstellen.

Spoediger dan ds. Reinhardt had verwacht, kwam de Rabbijn tot hem terug, met ernst en klem betuigende, dat niets of niemand in staat zou zijn hem af te houden van de enige weg ten leven.

De dag brak aan, dat hij openlijk de zijde van Christus koos. Op een Sabbath, toen hij in de Synagoge het woord voerde, sprak Eschel met vrijmoedigheid tot zijn geloofsgenoten, hoe zij tevergeefs de Messias verwachtten en bewees hen, door Mozes en de profeten, dat Hij reeds lang gekomen was en hoe hun vaderen Hem als een vloek aan het kruishout hadden genageld. Hij overtuigde hen hoe Zijn bloed om wraak riep over hun zonden en hoe deze wraak door hen ondervonden werd door hun ballingschap en verstrooiing over de ganse aardbodem. En toen aan het einde van zijn toespraak was gekomen werd hij schier door aandoening belet bij het gezicht op zijn hem zo dierbare vrienden, betrekkingen en geloofsgenoten, daar zij door hun hardnekkige Christusverwerping niets dan een eeuwige rampzaligheid te wachten hadden. Hij vermaande, bad en smeekte alle aanwezigen zich tot Jezus van Nazareth te wenden. Eschel besloot zijn ontroerende toespraak met „Ach! of Hij niemand uwer tot een val moge bevonden worden in de dag aller dagen."

De uitwerking van zijn woorden was zeer verschillend, sommigen ontstaken in woede en trachtten hem volgens de gewoonte der Joden uit de Synagoge te dringen, anderen verlieten het gebouw met gebogen hoofden. Zo vreselijk was de vijandschap van de Joden, dat Eschel een toevlucht zocht bij ds. Reinhardt.

Het was op de tweede Kerstdag van het jaar .1722 dat Eschel gedoopt werd. Ds. Reinhardt had een tekst gekozen uit Jesaja „Een hoop kemelen zal u bedekken, de snelle kemelen van Midian en Efas; zij zullen allen uit Scheba komen; goud en wierook zullen zij aanbrengen, en zij zullen den overvloedigen lof des Heeren boodschappen."

Nadat hij vier jaar te Gotha aan de hogeschool gestudeerd had, werd hij later als predikant te Eschenberg beroepen, waar hij tot het einde van zijn leven werkzaam was in de wijngaard des Heeren.

Hij wilde ten allen tijde niets anders weten dan Jezus Christus en Dien gekruisigt, de Joden wel een ergernis en de Grieken een dwaasheid, maar hem,

en een ieder die gelooft, een kracht Gods tot zaligheid. Zijn arbeid werd kennelijk gezegend, menige parel hechtte hij in de kroon van Sions koning en in Diens naam als geestelijk justitieambtenaar, arresteerde hij menige rebel om op het geroep van „genade" een volledig pardon te ontvangen. Hij was een heilige worstelaar, die het heil zijner gemeente op de knieën behartigde, in volkomen afhankelijkheid van zijn Zender. Zo heeft de Jood Eschel de Christus gepredikt met wegcijfering van zichzelf. Reeds enkele eeuwen rust hij in het stof der aarde, maar zijn ziel juicht voor de troon van het Lam, Die ook hem uit vrije genade vrijkocht.

De vloek was weggenomen en ondanks de bittere vijandschap van zijn betrekkingen en andere Joden, volhardde hij tot het einde toe. Hoe dikwijls had hij zijn ouders niet vermaand, gesmeekt zich toch niet te bedriegen voor de eeuwigheid. Telkens weer opnieuw zei hij tot hen, dat de Messias reeds was gekomen, maar tevergeefs, zij wilden niet horen, uitgezonderd twee Rabbijnen die naar het verstand overtuigd werden en naar het Christendom over kwamen.

Veel strijd en hoon was hem ten deel gevallen, maar toen het einde kwam, was het vrede. In zijn jeugd was het zijn hartewens naar Jeruzalem te trekken, nu mocht hij uit vrije genade, niet naar het aardse Jeruzalem, maar naar het Hemelse Jeruzalem gaan, welks kunstenaar en bouwmeester God is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1958

Daniel | 8 Pagina's

Een Joodse godgeleerde

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1958

Daniel | 8 Pagina's