Wat gebeurt er nu met de zending?
RONDKIJK
Wat gaat er nu met de zending in Indonesië gebeuren? Dat is een vraag, die mogelijk ook bij onze jonge mensen opkomt, nu er zulke verwarde berichten uit Indonesië tot ons komen. De Nederlanders worden uitgewezen en nu rijst de vraag, zullen ze ook de Nederlandse zendelingen wegsturen? Naar een bericht, dat we in een kerkelijk blad lazen, is hiernaar ds. B. Richters, directeur van het Zendings-Centrum te Baarn gevraagd, waarop hij moelijk een concreet antwoord kon geven. Er komt n.l. geen post uit Indonesië, waardoor in feite alle contact met zendingsarbeiders is verloren. Als de Nederlandse zendelingen het zendingsveld aldaar moeten verlaten, zal dit begrijpelijk zeer ten nadele van het zendingswerk zijn. De Roomskatholieke missie zou er wel bij varen; deze missie is een internationale gelegenheid en het zal Rome niet moeilijk vallen de Nederlandse missionarissen door missie-arbeiders van andere nationaliteit te vervangen. De mening van de zendingsdirector was, wanneer de Nederlandse zending weg is, dat Rome dan vrij spel krijgt. Hij zei er bij, dat de roomskatholieke kerk dit zeer wel inziet, wat wel blijkt uit het feit, dat reeds thans Duitse paters redemptoristen op Sumba arbeiden.
De zendingsdirector had echter hoop dat het niet zo ver zal komen. In de bladen hebben wij kunnen lezen, dat ergens op Midden Java drie zendingsarbeiders bij de regent werden geroepen, die hen toezei, dat zij de bijzondere bescherming van de overheid zullen genieten. Dit zegt niet zoveel, wat deze „bescherming" betekent, weten we nu zo zachtjes aan wel. Zouden ze echter het land uit moeten, dan zullen de Indonesische Christenen zelf het werk van de Evangelieverkondiging over nemen, zoals ze dat in 1942— '43 ook gedaan hebben, toen de Nederlandse Zendelingen door de Japanners werden geinterneerd.
Er moge maar veel gebed op gaan voor de zendingsarbeid, dat aan Jood en heiden het Evangelie verkondigd wordt en het gezegend Godsrijk worde uitgebreid tot in de verste uithoeken der aarde.
Met deze beschouwing kom ik nog even op, onze eigen zending. Dat klinkt een beetje vreemd, maar er zijn toch gelukkig symptomen, dat er in onze Geref. Gemeenten wat meer aan zending wordt gedaan. In het septembernummer „Paulus" onder hoofdredactie van ds. H. Rijksen te Vlaardingen, lazen we, dat de Deputaten voor Uitwendige zending onzer gemeenten in onderhandeling zijn met een jongeman uit Zeist, die thans in Schotland woont en daar aangesloten is bij de Free Presbyterian Church, om deze uit te zenden naar Rhodesia en Afrika. De Free Presbyterian Church staat op dezelfde grondslag als de Ger. Gemeenten, zoals wij al meer hebben verteld. Gepoogd wordt nu samenwerking te zoeken om op deze wijze zelf een zendeling die in onze Ger. Gemeenten is opgevoed, uit te zenden. De uitslag is ons nog niet bekend. Ook is door de deputaten besloten de zending in België ter hand te nemen. Er is dus een wolkje als eens mans hand. De Heere mocht de pogingen willen zegenen.
Voor degenen die het Zendingsblad der Ger. Gemeenten „Paulus" willen lezen, óf een Zendingsbusje willen plaatsen, verwijzen wij naar de administrateur, de heer D. P. Polder, Bonaventurastraat 82b, Rotterdam.
Kerk en jeugd
De Nederlands Hervormde kerk, de Gereformeerde kerken, de Christelijke Gereformeerde kerken, de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, de Geref. Gemeente en de Oud-Gereformeerde gemeente in Zeeuws-Vlaanderen hebben aan de kerken, de Overheids-en allerlei maatschappelijke instanties in dit gedeelte van de Zeeuwse provincie, een schrijven gezonden van de volgende inhoud, wat we in Daniël ook gaarne opnemen.
„Een levenseis voor vele jonge mensen in onze tijd is, dat zij deelnemen aan cursussen of lessen volgen voor hun algemene vorming of maatschappelijke positie. Evenzéér is het levenseis, dat jonge mensen het onderwijs van de kerk volgen voor hun geestelijke, godsdienstige vorming. Het wordt echter steeds moeilijker om voor dit catechetisch onderwijs een avond te vinden, waarop alle jonge mensen bijeen kunnen komen.
Daarom besloten onderstaande kerken om voortaan de woensdagavond te bestemmen voor het onderricht der kerk en voor kerkelijke activiteiten. Door het vasthouden aan één avond hopen zij enige orde en regel te kunnen brengen in de bestaande chaos.
Met klem verzoeken daarom de kerken aan alle instanties, die hiermee te maken hebben, aan alle onderwijsinstellingen en organisaties van cursussen, aan werkgevers, enz. enz. met het bovenstaande te willen rekenen bij het opstellen van hun plannen en roosters. Wij allen, en vooral de jonge mensen, zullen zeer gebaat zijn bij deze samenwerking."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 december 1957
Daniel | 7 Pagina's