JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Herdenking 25 jaar Ringverband

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Herdenking 25 jaar Ringverband

van Jongel. Ver. der Gereformeerde Gemeente, op zaterdag 30 nov. 1957 in het kerkgebouw der Geref. Gem. te Gouda

17 minuten leestijd

Daar het vergaderlokaal voor de talrijk opgekomen aanwezigen te klein was, werd dezf» biiVe^-omst in het kerkgebouw gehouden.

Wegens ongesteldheid van de voorz. van het L.V. ds. A. Verhagen, heeft de voorzitter van de ring Gouda, de heer H. Hoogendoorn van Gouda de leiding van deze druk bezochte bijeenkomst. Deze laat zingen Psalm 146 vers 1, 3 en 8 en leest vervolgens de 46e Psalm voor. Na het gebed richt hij zich in een kort welkomstwoord tot de aanwezigen. Het verheugt ons, aldus de voorzitter, dat zovelen opgekomen zijn. Een bijzonder welkomstwoord geldt de referent voor deze middag, de weleerwaarde heer ds. H. Rijksen van Vlaardingen. Eveneens stemt het tot blijdschap vele van ouds bekende gezichten in ons midden te zien, die in vroegere jaren lief en leed met ons Ringverband gedeeld hebben. Dan wordt het woord gegeven aan de secretaris van de Ring Gouda die op voortreffelijke wijze een historisch overzicht geeft over de geschiedenis van het Ringverband in Zuid-Holland.

Tot 1946 was er één Ring, daarna 3 Ringen, wier geschiedenis ten besluite in het kort behandeld worden.

Enkele herinneringen van na 1946 en daarvoor worden nog even opgehaald. Dan is het referaat van ds. H. Rijksen aan de orde. Zijn referaat over „Karl Barth" heeft in hoofdzaak de navolgende inhoud:

In de Domkerk van Keulen is een steen, die bij aanraking het gehele gebouw vervult met een daverend geluid. Met dit beeld is de betekenis van Karl Barth voor het gehele Protestantisme te vergelijken.

Zo draagt de nieuwe Kerkenordening van de Nederlands Hervormde Kerk zijn stempel en is ook de Synode dezer kerk Barthiaans georiënteerd.

Eveneens heeft Barth een geweldige invloed op de ontwikkeling van de zedeleer gehad. Karl Barth wordt door velen zeer geroemd. Zo noemt Prof. Miskotte uit Leiden hem: de Kerkvader van de 20ste eeuw en kent aan hem een even grote plaats toe als Calvijn.

Dr. Berkhof zegt: Karl Barth heeft een Copernicaanse omwenteling te weeggebracht. (Copernicus was de man die een omwenteling heeft veroorzaakt in de kosmologie. Voor zijn tijd leerde men dat de zon draaide om de aarde, terwijl Copernicus leerde dat de aarde draait en de zon stilstaat).

Karl Barth is bekend geworden door zijn Römerbrief (d.i. een verklaring van de brief aan de Romeinen).

De Romeinenbrief heeft in de kerkgeschiedenis een grote betekenis gehad. Zo was deze voor Augustinus het uitgangspunt om tot d< °! leer der uitverkiezing te komen. Luther kwam door de Romeinenbrief tot het inzicht dat de mens uit genade zalig wordt. De opstellers van de Heidelbergse Catechismus ontlenen de indeling van de Catechismus aan de Romeinenbrief: de volgorde ellende, verlossing en dankbaarheid. Ook Marcion gebruikte de Romeinenbrief maar gebruikt hem als staving van zijn ketterse ideëen. De Römerbrief van Karl Barth verscheen in eerste druk in 1919. Een ander werk waaraan Karl Barh zijn bekendheid ontleent is zijn „Kirchliche Dogmatik", een geweldig werk getuigend van enorme belezenheid.

Er is geen Kerkvader of Barth weet ervan. Karl Barth is niet te begrijpen als je niet weet waar hij het oog op heeft. Hij is een reactie op de ethische theologie, waarvan de Berlijnse hoogleraar Schleiermacher de geestelijke vader is. De Ethischen gaan in hun godsdienst uit van de mens en van zijn godsdienstige behoeften.

Hun godsdienst is het afhankelijkheidsgevoel. In Jezus komt dit het zuiverst tot uiting en alle mensen moeten hem daarin navolgen. Zij doen de heiligmaking voor de rechtvaardigmaking gaan,

terwijl naar rechtzinnige opvatting de volgorde net andersom is.

De mens kan van zich zelf uit opklimmen naar God. De mens kan door zijn eigen kracht tot God komen volgens de Ethischen. Dit is geen theologie maar anthropologie.

Hier gaat Barth tegenin, wat onmiskenbaar een verdienste van hem is. Hij stelt geen anthropologie maar theologie.

Karl Barth werd 10 mei 1886 (in het Doleantie jaar dus toen Dr. A. Kuijper's ster glansde) te Bazel geboren. Zijn vader Fritz Barth was hoogleraar in de theologie. Zijn beide grootvaders waren predikant. Hij kwam dus voort uit een echt predikantengeslacht. Hij studeerde te Bonn en Berlijn. In 1909 wordt hij hulpprediker bij de Duits Gereformeerde Kerk te Genève.

Van 1911-1921 is hij predikant te Safenwiel in Zwitserland.

In 1921 wordt hij benoemd tot hoogleraar in de theologie te Göttingen.

In 1925 wordt hij hoogleraar te Munster en daarna in 1932 te Bonn.

In 1935 wordt hij verplicht de eed af te leggen aan Adolf Hitier.

Dit weigert hij want hij ziet het Nationaal Socialisme als een antichristelijke macht, met haar ras-bloed-en bodemverheerlijking.

Dan wordt hij verbannen. Hij zou toen tot hoogleraar in Utrecht benoemd worden, wat evenwel niet doorging. Hij ontving het hoogleraarsambt te Bazel waar hij thans ook nog woont en ondanks zijn hoge leeftijd (71 jaar) met volle kracht werkt. Naast zijn reactie op de ethische theologie, is er nog een andere-een persoonlijke factor in het spel die van invloed is op zijn leerstellingen.

Tussen zijn 25 en 35ste jaar, als hij predikant in Safenwiel is, komt er een grote crisis in zijn leven. Aan de voet van de kansel staande verkeert hij dikwijls in grote benauwdheid. Hij voelt zich onbekwaam om de wachtende gemeente zaken te verkondigen waar hij zelf niet van weet. Hij moet over God spreken en kent Hem niet. Had dit hem maar op de juiste plaats gebracht maar helaas, Karl Barth is zichzelf gaan redden, waarbij hij is gaan filosoferen.

Hij zegt: God is niet te kennen, God is de verborgen God, de onbekende. Geen mens kan God kennen. De ethische theologie zegt: De ervaring in het hart is de maatstaf, niet wat God in Zijn Woord zegt.

Barth spot daarmee en zegt: Die mensen hebben Jezus altijd bij zich, praten met hem en vinden dat heel gewoon. Maar God woont in de hemel, hij is de Verborgene, de Verhevene, de Onbekende.

De Ethischen leren de eenzijdige immanentie, waarbij zij het wezensonderscheid tussen God en de mens uit het oog verliezen.

Barth leert de transcendentie: God is de Verhevene.

Tot zover is zijn leer niet aanvechtbaar. De Catechismus zegt dat wij van God niet aards denken mogen. Maar Karl Barth gaat te ver. God is niet alleen de Transcendente (Hier legt Barth alleen maar nadruk op) maar God is ook de Immanente, God regeert alles door zijn Voorzienigheid, en in Christus heeft hij zich als Immanuel (God met ons) geopenbaard en hiervan wil Barth niets weten. Volgens Barth is God opgesloten in een bovenaards Vaticaan. Er is een Todeslinie tussen God en ons, wat betekent dat God zich aan deze kant van het graf nooit aan ons openbaart. Hij is de Gans Andere de Onbekende. Wij moeten deze grens de „Todeslinie" tussen God en mens volstrekt respecteren. Volgens Barth is God buiten deze wereld.

De fout die Karl Barth hier maakt is dat hij immanentie en transcendentie filosofisch gaat verklaren en dan sluiten ze elkaar uit. Deze beide begrippen moeten theologisch bezien worden. God is dus volgens Barth in absolute zin een verborgen God. Dit beheerst ook al zijn andere stellingen. Hij wil niet weten van een ingeschapen Godsbesef, ook niet van een openbaring Gods in de natuur. Hiermee wordt de mens alle verantwoordelijkheid ontnomen: Als dit zo is, is de mens niet te verontschuldigen. Die verborgenheid Gods betrekt Karl Barth ook op zijn beschouwing over de Bijbel.

Hij zegt dan: God geeft zijn Woord niet uit handen. Dit te zeggen is grenzeloze hoogmoed van de mens, De Bijbel is een heel gewoon mensenboek. Een volgeling van Karl Barth zegt dan ook: Je kunt je niet alleen aan de Bijbel ergeren, je moet je er aan ergeren.

Karl Barth vergelijkt de Bijbel met een Aeolusharp, (een muziekinstrument) die in een boom hangt en waar de wind door kan waaien. Waait de wind er door heen dan geeft zij geluid. Zo is het ook met de Bijbel. Als de wind van Gods Geest er door waait dan komt God zich een ogenblik te openbaren. Dan is het Gods woord en even later niet. Dit is wel rakelings langs onze opvatting heen, immers Gods woord doet kracht in ons hart als Gods Geest zich daaraan paart en anders niet. Maar het al of niet kracht doen van Gods Woord ligt niet aan de Bijbel zelf.

Volgens Barth kan God zich ook openbaren in een mensenwoord of in een struik in de natuur en volgens hen is deze openbaring geen andere dan die uit de Bijbel.

Wat de verkiezingsleer betreft, Barth wil niet weten van persoonlijke verkiezing en verwerping. Dit zou volgens hem alleen maar hoogmoed werken. Wij zijn allen verkozen en verworpen.

Toen Jezus aan het kruis hing was Hij volgens Barth de Verworpene en alle mensen in Hem verworpen. De Gereformeerde theologie zegt dat alhoewel op Christus aan het kruis de volle toorn Gods neerdaalde Hij toch de beminde des Vaders bleef. Volgens Barth is Christus bij Zijn opstanding de Verkorene en zijn alle mensen in Hem verkoren. Hij spreekt van de overwinning van de verkiezing op de verwerping. De mens kan evenwel niet zeker zijn van zijn persoonlijke verkiezing. Hij kan altijd nog verworpen worden. Hiermee wordt de troost van de trouw Gods weggenomen en een wijsgerig denksysteem er voor in de plaats gesteld.

In nog andere punten heeft Barth afwijkende opvattingen. , Zo wil hij niets weten van de toepassing des heils, omdat hij niet wil weten van enig bezit in de mens.

Dan zou God zich openbaren en dat kan niet. Hij zegt: Wij liggen allen op een hoop en een toepassing des heils is er niet. Deze toepassing wacht op de jongste dag. Wel is er verzoening, maar geen verlossing. Deze verzoening is voorwerpelijk in Christus. Predikanten die in pïaats van verlossing over verzoening spreken zijn meestal Barthianen.

De toepassing des heils is er dus niet en waar Paulus Christus noemt degene die ons verlost heeft en ons nog verlossen zal, klopt dit in Barth's theologie helemaal niet.

Daarom is Karl Barth's leer een troosteloze leer. Niemand is zeker. Er wordt over de hoofden en harten heengepreekt. Dientengevolge schreef men dan ook eens over Zwitserland, het land waar zijn leer het eerst ingang vond: Zwitserland, het land waar zijn leer het eerst ingang vond: Zwitserland is het land met de knapste theologen, maar met de leegste kerken.

De oorzaak van deze troosteloosheid ligt in de onzekerheid omtrent de persoon-

lijke verkiezing. Iemand is nooit zeker van zijn verkiezing. De psalmregel uit Psalm 89 : 8: ij steken het hoofd omhoog en zullen de eerkroon dragen, kan daarom nooit gezongen worden. Je kunt namelijk altijd verworpen worden. Om, ondanks het troosteloze van deze leer toch nog vat en invloed op de gemeente te houden ging men naar middelen daartoe zoeken. Zo zoeken vooraanstaande Barthiaanse hoogleraren in ons land het in het nadruk leggen op het priesterlijk element in de prediking, een ander raadt zelfs aan iets bevindelijkheid te prediken, terwijl een derde de mystiek onder dc aandacht van het gehoor wil hebben. In ons land heeft men van Barth's leer een troostleer gemaakt, zij het een schijntroostleer, waartoe men de lichtzijde van Karl Barth's leer heeft opgezocht. Men heeft daartoe Wet en Evangelie vermengd en gezegd: e Wet is een vorm van het Evangelie.

Wat de verzoening betreft: Je bent met God verzoend. De tekst, waar Paulus zegt: Wij bidden U van Christus' wege, laat U met God verzoenen, moet volgens de Barthianen zo verklaard worden: „Bewillig er in met God verzoend te zijn."

In hun prediking stellen zij de verzoening voorop. De Gemeente is in Christus verkoren. Het stuk der ellende wordt geheel naar de achtergrond geschoven. De volgorde des heils begint bij hen niet met ellende, maar deze is: verzoening, ellende en dankbaarheid. Ze zeggen. Als je bij het huis van Christus staat, kun je nog iets van je ellende gevoelen. In Christus is men allemaal verkoren.

Omdat dit hun uitgangspunt is heeft men het Oud-Testamentisch Psalmboek vrijwel gesloten en zingt men bij voorkeur gezangen.

In de prediking wordt de eis tot bekering verzwegen, eveneens komen vloek en zegen er niet meer in voor. Het geloof moet gepredikt worden en er op aangedrongen worden en in te willigen met God verzoend te zijn.

Tenslotte iets over Barth's invloed op de ethiek (zedeleer). Van een leven naar Gods wil kan niets terecht komen. De Bijbel is Gods Woord niet en daarom weten wij Zijn wil over ons leven niet. Hiermee is alles losgeslagen; het gezag, leven naar Gods ordinantiën enz.

Karl Barth zegt: Wij leven in de crisis van het niet te weten.

Ten aanzien van het Christelijk onderwijs zegt liij. Wat is Christelijk? Weet iemand wat God van hem wil? Een christelijke school, een christelijke opvoeding is er niet. Zo kwam het dat de Nederlands Hervormde Synode eens koos voor de openbare school inplaats van de christelijke school.

Van de antithese tussen kerk en wereld wil Barth niets weten. Hij zegt: Alle mensen liggen op één hoop. Wat de practijk van het leven aangaat, alles kan er bij door. Men kan gerust op zondag na de kerkgang des morgens, 's middags naar het voetbalveld gaan. Het behoeft geen betoog, dat dit de veroppervlakkiging zeer in de hand werkt. Het heet nog Christendom, maar in wezen is het afgodendienst.

Vergelijk dit eens met de keuze, waarvoor Bunvan gesteld werd en wat zijn beslissing was.

Bunyan was door God in het hart gegrepen, maar wilde zijn werelds leven niet vaarwel zeggen, omdat hij dacht dat het samen kon gaan. Totdat hij innerlijk voor de keuze gesteld werd: God alleen te dienen en de wereld vaarwel te zeggen; of de zijde van de wereld te kiezen, waaraan het verlies van Gods gemeenschap onlosmakelijk verbonden was. Een andere keus was er niet, Bunyan koos het eerste, waaruit blijkt dat de dienst van God niet met een opgaan in wereldse dingen te combinerbn is. Barth's leer doet ook haar invloed gelden op de Nieuwe Kerkenordening in de Nederlands Hervormde Kerk. Hierin spreekt men niet van richtingen, maar van modaliteiten. Er is géén groep, die de waarheid bezit, wat de grondslag is voor de „doorbraakgedachte."

De ene richting mag niet tegen de andere zeggen: „Je hebt het fout." We weten niet wie goed of fout is. We hebben geen van allen volkomen gelijk. We moeten samen zoeken naar de waarheid, aldus: het Barthianisme. We hebben ieder een stukje van de waarheid.

Zo is de Bijbel ingeruild voor een wijsgerig systeem. De invloed van het Barthianisme is niet te onderschatten. Laten wij het op prijs stellen Gods Woord nog ter hand te kunnen nemen om ons te wapenen tegen deze leer.

Laat ons dit doen met een biddend hart:

Uw Koninkrijk kooin' toch o Heer' Ai, werp de troon des satans neer Fegeer ons door Uw Geest en Woord Uw lof word' eens alom gehoord, en d' aarde met Uw vrees vervuld, totdat G' Uw rijk volmaken zult.

(Gebed des Heeren : 3)

Zo besloot ds. Rijksen zijn met zeer grote aandacht aangehoorde referaat, dat, daar het zo buitengewoon leerzaam was en op verzoek van een der aanwezigen, helaas wel niet woordelijk, maar dan toch zakelijk vrijwel volledig hier is weer gegeven.

Dan wordt een pauze gehouden waarin een kop koffie met koek gepresenteerd wordt en waarin velen elkander weer eens ontmoeten.

Na die pauze wordt een bespreking op het referaat gehouden. Enkele punten uit deze bespreking zijn o.a.: wat de verzoening betreft. Deze heeft bij Barth een juridisch karakter. Consequent doorgeredeneerd zou Barth leren dat ook de duivel nog zalig kan worden.

Ten aanzien van de geboorte van Christus, waarin God zich openbaart als de Immanuël, geldt Barth's dialectische theologie. Hierin zegt hij: in de openbaring ligt verberging. Ja is hetzelfde als nee, iets wat alleen filosofisch te verklaren is.

De historiciteit van de Bijbel heeft bij Karl Barth ook maar betrekkelijke waarde. Wat je, van vóór Abrahams tijd in de Bijbel leest, beschouwt hij als mythe. Jacob en Ezau ziet hij als één persoon, waarvan Jacob de verkorene uitbeeldt en Ezau de verworpene. Hierin komt Barth's neiging tot allegoriseren tot uiting. Hij gaat vergeestelijken.

Zag Luther in de kerk een medisch, soteriologisch instituut, Barth ziet de kerk als een plat vlak, waar de mens komt in de hoop iets van Gods openbaring te ontvangen. Vandaar dat het verbondsbegrip bij Barth ook erg vaag is. De kinderdoop is volgens hem aanvechtbaar. Een volgeling van hem wil de mogelijkheid tot volwassendoop openlaten. Op een vraag naar de juiste waarde van de verkiezing wordt geantwoord, dat deze het fundament der kerk is. Als we een huis zien, zien we het fundament niet.

Zo is de verkiezing verborgen, maar nochtans rust het gebouw er op. Het geeft zekerheid, dit in tegenstelling tot de onzekerheid in Barth's theologie.

De oorzaak dat Barth's theologie in ons land zo'n invloed heeft, is daarin gelegen, dat bij ons de etische theologie ook grote invloed heeft gehad, maar deze op dood spoor gelopen is.

Barth bracht als reactie daarop iets anders. Ook werd de behoefte naar eenheid onder ons volk in de oorlogsjaren sterk gevoeld en dit kon door Barth's theologie in de kerk min of meer be-

stendigd blijven. Er is namelijk volgens hem geen reden tot onenigheid, want we hebben geen van allen de volle waarheid. Ieder hebben we een stuk ervan en moeten nu elkaar daarin waarderen en samen verder zoeken.

Op etisch gebied zijn de gevolgen van zijn leer zeer groot en de gepropageerde Christelijke vrijheid leidt in wezen tot bandeloosheid.

De gevaren van het Barthianisme zijn zeer groot. Onder hun predikanten is er soms een Gereformeerde prediking te beluisteren, maar wat zij in Gereformeerde termen zeggen, bedoelen zij vaak heel anders.

Aan het einde van deze bespreking ontvangt ds. H. Rijksen een hartelijk dankwoord voor zijn leerzaam referaat, als ook voor de beantwoording der vragen.

Dan nadert de vergadering het einde. Niettemin zal de rondvraag voor de voorzitter, dhr. Hoogendoorn een aangenaam ogenblik geweest zijn. Door de afwezigheid van ds. A. Verhagen rust op de secretaris van de Ring Gouda de taak een felicitatie uit te spreken. Hierin worden in het kort de verdiensten van dhr. Hoogendoorn gememoreerd en wordt de voorzitter gefeliciteerd ter gelegenheid van dit zilveren jubileum in deze functie.

14 jaar is hij voorzitter van de Ring Zuid Holland geweest en 11 jaar van de Ring Gouda. Vele malen is hij als voorzitter herkozen, hetzij bij acclamatie of stemming. Éénmaal moest een artikel (art. 8) van het Ringreglement veranderd worden om hem in zijn functie als voorzitter te behouden. Blijkens het zeer nuttige cadeau, waartoe door de Ringen Leiden en Rotterdam en de verenigingen van de Ring Gouda geld bijeen gebracht is, wordt de arbeid van deze „art. 8 voorzitter" nog zeer gewaardeerd. Wij zijn dankbaar, dat wij deze dag mogen beleven en ook dat wij U als voorzitter op deze dag in ons midden mogen hebben. We mogen wel zeggen, dat U de gaven er toe hebt en dat de Heere Uw leven zo geleid heeft, dat U het werk onder ons als jongeren altijd hebt kunnen blijven doen. Wij zijn daar zeer dankbaar mee en hopen dat de Heere U daartoe nog vele jaren in staat zal stellen; aldus werd de felicitatie besloten.

Hierna wordt staande toegezongen Ps. 121 : 4.

De heer Hoogendoorn spreekt een hartelijk dankwoord uit zowel voor felicitatie als cadeau, waarin hij zegt, dat hem de arbeid onder de jongeren der Geref. Gem. altijd na aan het hart heeft gelegen en nog ligt.

Hierna volgt de sluiting. Ds. H. Rijksen geeft nog te zingen op 2 verzen uit Psalm 89 en sluit met dankzegging.

Hiermee is deze goede vergadering, die zeker om herhaling vraagt een gecombineerde vergadering van drie ringen, ten einde en gingen ongetwijfeld allen voldaan huiswaarts.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 december 1957

Daniel | 8 Pagina's

Herdenking 25 jaar Ringverband

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 december 1957

Daniel | 8 Pagina's