Een Joodse godgeleerde
i.
Indien wij een oog ontvangen om te zien en op te merken de wonderlijke leidingen en wegen der Voorzienigheid Gods met de mensen, dan is het vaak zo dat de gedachten des Heeren geheel anders zijn dan de onze. En waar wij steeds onze vleselijke rust en genoegen bedoelen, daar heeft de Heere een weg beraamd in strijd met vlees en bloed, een weg, waarop geen rust maar onrust te vinden is. Dit leert ons de geschiedenis van de Joodse rabbijn Abraham Eschel, die door God werd getrokken om de door zijn volk versmade Christus te prediken.
Op 29 juni 1691 werd de Jood Abraham Eschel te Frankfort een zoon geboren, die reeds in de wieg bestemd werd, om als een geleerde te schitteren in de rij der Joodse godgeleerden. Het was de wens van zijn vader, die een aanzienlijk vermogen bezat, dat hij niets anders zou doen dan te studeren.
De jonge Abraham had een helder verstand, maar wilde niet; vreemde landen wilde hij zien en vooral het Heilige Land. Abraham dacht noch droomde van iets anders dan van de schoonheden van Kanaan.
Toen hij vijftien jaar was, werd zijn wens vervuld. Op zekere dag kwam er een zekere Jekutiël uit Jeruzalem bij zijn vader op bezoek, toen waagde hij een poging toestemming van zijn ouders te verkrijgen, om de reis met de zendeling Jekutiël te mogen meemaken. Na veel gepraat verkreeg hij de zo begeerde toestemming. Eindelijk brak de lang verwachte dag aan en met verscheidene reizigers aanvaardden zij de tocht. Toen zij tot in de Krim genaderd waren en weldra de oever van de Zwarte Zee hadden bereikt, werden zij plotseling overvallen door een bende Tartaren. Verscheidene reizigers werden gedood, anderen lagen zwaar gewond op de grond. Als door een wonder, werd Abraham niet getroffen, hij trachtte te vluchten, doch werd door een der rovers ontdekt en na een wilde jacht gegrepen. Daarna bonden zij hem met stevige touwen op een paard. De Tartaren deden dit echter zo ruw, dat hij van die dag af een kromme rug behield. Vreselijk was het leed van de arme Joodse jongen. Alles moest echter medewerken ten goede en hoewel onbewust moest Abraham genezen worden van zijn begeerte naar het aardse Jeruzalem, opdat hij zou leren kennen het hemelse Jeruzalem, welks kunstenaar en bouwmeester God is. Hij was nu slaaf en met andere slaven werd hij zwaar geboeid aan boord van een schip gebracht. Aan boord wachtten hem nieuwe beproevingen; een Turk die eertijds Jood geweest was maar nu Mohammedaan was geworden, was zijn geleider. Deze man kwelde en martelde hem op allerlei wijze om hem over te halen de leer zijner vaderen af te zweren. Alle pogingen waren echter tevergeefs. De jonge Jood verachtte de afvallige.
Toen het schip zich bij Kaffa bevond, stak er een hevige storm op en na enige dagen te hebben rondgeslingerd op de woeste golven, leden zij schipbreuk.
Abraham werd op een schip geworpen, waar hij drie dagen in honger en kou moest verblijven, voordat hij gered werd. Hoe donker was voor die jeugdige Israëliet de levensweg en hoe zwaar moest hij boeten voor zijn begeerte om Jeruzalem te zien.
Weer werd hij als een soort van koopwaar ingescheept en werd ergens aan wal gezet, waar hij met andere slaven ten toon werd gesteld, om verkocht te worden. Eerst kwam er geen enkele koper, zijn vervallen en afgemat voorkomen waren hier de oorzaak van. Eindelijk werd hij het eigendom van enige Smyrnasche kooplieden, die de levende waar op kamelen naar hun land vervoerden. Op zekere dag hield het gezelschap stil, om in een stad hun godsdienstige plichten waar te nemen. Na het vertrek had zich een andere koopman bij hen gevoegd, die een Jood was, hoewel hij zich als Turk voordeed. De jonge Eschel hoorde, toen het Sabbat was, hoe hij zachtjes voor zich heen een Joods lied zong. Hij ging naar de koopman toe en vertelde hem wie hij was.
De koopman kocht hem van de eigenaar, die hem op zijn beurt in Turkije weer verkocht aan de Joden. Deze stelden Eschel in volkomen vrijheid.
Zijn eerste gang was naar de Synagoge en daar dankte hij op de knieën de God van Israël, Die hem verlossing had geschonken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 november 1957
Daniel | 8 Pagina's