Een machinebouwer in Berlijn
Waar een schoolkind zich al niet voor interesseert! Het kan moeilijk zeggen wat het later worden wil. Meestal wil het worden wat het laatst wordt gezien. Bijzondere mannen wekken bewondering. Daarom worden boeken, waarin grote daden worden beschreven, verslonden. Kinderen kunnen in vuur geraken als ze horen van prins Maurits, over Heemskerk en Barents, over Napoleons krijgsbedrijven en wat niet al.
Zo was het ook met het zoontje van dominee Mackay in Rhynie, een plaatsje in de buurt van Aberdeen aan de Schotse kust. Vader Mackay was predikant bij de vrije Schotse Kerk en de ouders, maar vooral moeder, zouden graag zien, dat Alexander, hun zoontje, voor predikant werd opgeleid. Tekenen die daar op wezen, waren er echter niet. Alex kon heel gemakkelijk van zijn boeken weglopen om te gaan kijkij bij de gasfabriek of bij de dorpssmid, de timmerman of de zadelmaker. Eens had hij zelfs acht mijlen gelopen om een locomotief te zien, en bij zijn terugkomst raakte hij niet uitgepraat over de machinist, die dat grote ding bestuurde. Neen, dominee, dat zou Alex voorlopig nog niet zijn. Toch luisterde hij graag naar zijn vader, die zo prachtig vertellen kon. Vader vertelde of hij er zelf was bij geweest. Dan moest je hem horen over de zendeling-dokter-onderzoeker Livingstone! Nogal geen kleinigheid ook; vader deed of hij in de boot van Livingstone zat, toen die boot bij de bocht in de rivier kwam. en daar een bende wilde krijgslieden met pijlen en bogen en speren gereed stonden om de blanke man tegen te houden. „De Schotse held wierp zich over de rand van de boot en waadde door de rivier naar de kant, met zijn handen boven zijn hoofd. In de taal van de wilden riep hij: „Ik kom in vrede, ik ben wel van het blanke ras, maar mijn hart gaat naar de zwarte mannen uit. Ik kom niet om jullie tot slaven te maken, maar om jullie te vertellen, dat er één Heere van allen is, of we nu zwart zijn of wit. Ik wil een pad banen door jullie land om elkaar te leren kennen en dan goede vrienden te zijn." Toen sprak de leider van de bende: „Werpt niet met de speren en schiet niet met pijlen. Deze blanke is geen slavenhandelaar zoals de Portugezen, die onze vrouwen en kinderen hebben afgenomen."
Livingstone was een held in de ogen van de jonge Mackay, en deze man kwam uit zijn land, uit Schotland! Als hij ook. zo eens. . . .! Weg was de locomotief, weg de smid en de timmerman en de zadelmaker. Hij zou naar Afrika gaan. Nee, dat was te inooi; dat zou nooit kunnen. Dat land was zo verschrikkelijk ver van Rhynie verwijderd.
Alexander moest leren, eerst op de gewone school; toen op het gymnasium te Aberdeen om vervolgens student te worden in de hoofdstad Edinburgh. Als student werkte hij ook op de grote scheepstimmerwerven te Leith, Het lawaai van de klinkhamers was muziek in zijn oren en niets liever zou hij worden dan machinist. Hij nam een besluit en hij ging zich bekwamen in de machinebouw. De jonge man werkte
en studeerde hard. Hij had aanleg voor het gekozen vak, ai werd er zo bedreven in, dat hij uitgekozen werd om bedrijfsleider te worden in een Duitse machinefabriek in Berlijn.
We zouden zeggen: nu heeft Alex het wel gevonden!" En toch was dit niet zo. Kijk maar eens wat de instructeur schrijft in zijn dagboek:1 mei 1874. „Verleden jaar op deze dag stierf Livingstone, een Schot en een Christen, die God en mensen liefhad, in het hart van Afrika."
Dat is niets bijzonders, maar kijk ook eens wat hij er nog onder zet: „Ga gij en doe ook zo." Deze woorden .spreekt Alex tot zichzelf. Is hij dan niet tevreden met die mooie baan in Berlijn? Men zou denken van niet, want dan schrijf je zo'n regel er niet bij.
Mackay heeft Kerstvakantie en hij heeft zijn studieboeken opzij gezet. Hij leest in een boek. Kijk maar gerust naar de titel. Daar zie je staan: „Hoe ik Livingstone vond." De schrijver van het werk is de Amerikaanse ontdekkingsreiziger Stanley. Lees maar een stukje met Alex mee.
„Gedurende vier maanden en vier dagen woonde ik met Livingstone in hetzelfde huis, of in dezelfde boot, of in dezelfde tent, en ik heb nooit een fout in hem gevonden. Iedere dag, die ik met hem samen was, kreeg ik meer bewondering voor hem. Zijn vriendelijkheid week nooit van hem, zijn hoop verliet hem nooit. Hij bezit de Spartaanse heldhaftigheid, de onverbiddelijkheid van de Romeinen, de vastberadenheid van de Angelsaksen. De man heeft mij veroverd."
Nu kijkt Mackay even op uit zijn boek. Zijn jeugdjaren komen hem voor de geest. Hij hoort zijn vader nog vertellen van de grote zendeling, en nu leest hij over Livingstone. Als kleine jongen zou hij ook zo groot willen worden. Hij is nu volwassen en werkt in Berlijn. Vroeger heeft hij acht mijlen gelopen om een locomotief te zien en nu maakt hij ze, veel mooier en groter dan die hij in Schotland zag. En met Stanlev moet hij zeggen: „De man heeft mij veroverd."
Alex leest niet verder in zijn boek. Hij moet eerst het Edinburghs Nieuwsblad inzien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 oktober 1957
Daniel | 8 Pagina's