JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het geloof niet verloochend

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het geloof niet verloochend

5 minuten leestijd

Vóór het Nederlandse Gouvernement vaste voet had gekregen in de Toradjalanden, waren de Toradja's voortdurend in talrijke oorlogen gewikkeld. In de vlakten was men niet veilig en daarom werden de dorpen terdege versterkt, zodat het kleine vestingen geleken. Bittuang, in het district Rantepao, had zelfs een aparte vesting, waarin de bevolking in uiterste nood kon terugtrekken. Die „bunker" was wel honderd meter hoog en had steile wanden. Bovendien was de vesting aan alle zijden omringd door moerassen, zodat de vijand niet gemakkelijk kon binnen dringen. Toch werd in 1905 Bittuang aangevallen door wrede vorsten, clie met een grote bende waren opgekomen. Met wel 300 geweren was de troep bewapend.

De bewoners van de plaats vluchtten naar de vesting, die geducht werd beschoten. Om de „bunker" in te nemen waren evenwel zwaardere wapens nodig. De aanvallers begrepen dat wel en daarom poogden ze cle sterkte in bezit te krijgen door middel van uithongering. Het zou echter lang duren eer het zó ver was, want de belegerden hadden een grote voorraad voedsel, en water konden ze betrekken door een geheime gang, die naar de rivier leidde. Als er evenwel van een voorraad geregeld wordt afgenomen en er niets bij komt, kan de toestand nijpend gaan worden. Dat ondervonden ook de opgeslotenen in de vesting van Bittuang. Op het eind van de vierde belegeringsmaand begon het eten op te raken. Slecht enkele maiskolven waren nog aanwezig, en wat gebeurt er niet als de honger gaat knagen! Dan is de honger een scherp zwaard. Het verwonderd ons dan ook niet, dat er om de laatste mais werd gevochten.

Het einde zou dus volledige overgave moeten zijn. Maar wat dan? Iedereen begreep wel dat er wrede slavernij zou volgen en dat men zijn hele leven nooit meer vrij zou zijn. Kwam de vijand met een stormaanval, dan zou men niet meer in staat zijn te vechten, want de krachten waren té zeer afgenomen. Drie dagen was men al zonder voedsel, en zo brak de morgen van de vierde dag aan. De wachters hadden, als elke vorige dag, het oog gericht op de hoogten, waar men de vijand wist. Maar wat was dat?

Een overhaaste vlucht! Zonder iets mee te nemen, kozen de aanvallers het hazenpad.

Grote blijdschap bij de uitgehongerde mensen in de vesting! Dat zou men denken, nietwaar? En toch nee, de belegerden waren voorzichtig: kon het niet een krijgslist zijn van de vijand? Probeerde die niet om de uitgehongerden uit de vesting te lokken? Eerst nog maar wat afwachten. Hoe spannend werd het! Dan duren minuten wel uren.

Niet langer dan enige minuten duurde de spanning, want zie, er komt een bode, die snel nadert. „De compania, de compania!" roept hij uit.

Het Nederlandse Gouvernement was in het district Rantepao gekomen en had op tijd redclig gebracht. Het was op het laatste nippertje geweest!

Vanaf dat ogenblik kwam er rust in de Toradjalanden en kon ook de zending een aanvang nemen en met vrucht. Luister maar even naar het onderzoek voor cle toelating tot de Heilige Doop. Daar zit een Toradja om te antwoorden op de vragen die hem gesteld zullen worden. „Heeft de Heere Jezus ook doden opgewekt? "

Het antwoord van cle Toradja luidt: „De jongeling te Naïn, het dochtertje van Jaïrus en Lazarus."

„Wekt de Heere Jezus nu ook nog doden op? "

„Zeer zeker!"

„Wie clan en waar? "

En dan komt een antwoord, met grote overtuiging uitgesproken: „Mij, uit de dood van het heidendom, en eenmaal zal Hij mij opwekken zoals Hijzelf is opgewekt. Dan zullen de engelen op de bazuinen blazen!"

Vóór de Tweede Wereldoorlog waren in het district Rantepao kleine gemeenten ontstaan, die veracht werden en moeite hadden in leven te blijven. De zending werkte met alle macht door middel van evangelisten en goeroes. Scholen werden gebouwd en met grote overgave streed men tegen het ingewortelde heidendom.

In deze streek mocht na de oorlog geen predikant een voet zetten. De bevolking stond bloot aan terreur en had vreselijk te lijden van guerilla's. Vier jaren geleden (september 1953) kregen twee predikanten de gelegenheid naar Rante-

pao te gaan. Hoe benieuwd waren deze om te zien hoe het [laar wel gesteld zou zijn! Het ergste vreesden ze. Uit het verslag van een dezer predikanten nemen we dit veelzeggend stukje:

„Naar aanleiding van wat wij gehoord hadden was onze verwachting volkomen niets. Wij dachten, dat de kleine gemeenten, tenminste wat daar nog van overgebleven zou zijn, nog wel zouden bestaan, maar dat de heidenbevolking onder sterke druk van de terroristen wel in haar geheel tot de Tslam zou zijn overgegaan. Maar tot onze grote verwondering ontmoetten we daar gemeenten, die springlevend waren, terwijl bijna alle bewoners tot het geloof in de Heere Jezus gebracht waren.

De Heere heeft wonderen gedaan en Zijn belijders het Woord van de Heiland doen verstaan en in practijk brengen: Gij zult Mijn getuigen zijn; gij zijt het licht der wereld."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 september 1957

Daniel | 7 Pagina's

Het geloof niet verloochend

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 september 1957

Daniel | 7 Pagina's