JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vaderlandse Geschiedenis

5 minuten leestijd

Hier volgen dan de bepalingen van het in 1635 met Frankrijk gesloten „aanvallend en verdedigend verbond."

Frankrijk zou aan Spanje en Oostenrijkde oorlog verklaren. De Belgen zouden nogmaals aangespoord worden een opstand tegen Spanje te beginnen en bij succes een onafhankelijke staat vormen. Deden zij dat niet, dan zou hun land onder beide bondgenoten verdeeld worden. Die verdeling zag er al bijzonder fraai uit. Voor Frankrijk zouden de waalse (=z franssprekende) gewesten zijn. Begrijpelijk. Het kreeg er echter ook nog bij een stuk van Vlaanderenland. En dit was ver van fraai.

Voorts zou in de veroverde gewesten de roomse godsdienst niet aangetast mogen worden. Onze predikanten waren over laatstgenoemde bepaling zeer boos. Zij zagen er een nieuw bewijs in, dat de Prins het in religiezaken niet zo nauw nam.

Ten slotte werd overeen gekomen, dat de ene bondgenoot zonder de ander geen vrede zou sluiten.

De Republiek had er op gestaan, dat deze laatste bepaling ook in het verdrag kwam, omdat zij in de da^en van het Bestand al eens de onaangename gevolgen van een afzonderlijke vredesluiting had ondervonden.

Een tiental jaren later bleek echter, dat deze bepaling voor de Republiek al even lastig was en de eenvoudigste manier (maar niet recht) was, er zich niet aan te storen en zijn eigen wegje te lopen.

6e. De resultaten van deze verbondssluiting.

Men zou er grote dingen van kunnen verwachten. Maar zeker historieschrijver merkt zeer snedig op: „De huid van de beer was verkocht, maar het dier liet zich niet onder schot brengen." En Groen zegt het al even aardig: „Een nauw verbond met Frankrijk was gesloten en — de krijg te land werd met minder nadruk gevoerd. Nederland kreeg meer franse beloften dan franse hulp." (!)

De Prins zou echter zijn best doen. Met 40.000 man (Nederlanders en Fransen) trok hij in 1635 België binnen, maar de kardinaal-infant Ferdinand (de opvolger van Isabella in 1633) bleek toch sterker dan men gedacht had. Aan de Fransen had de Prins niets. Velen waren ziek en toen hij de stad Leuven bijna veroverd had, weigerden zij nog verdere hulp ook.

Van een opstand in België tegen 't spaans bewind was geen sprake. Integendeel. De stad Thienen sloot zelfs de poorten voor de bondgenoten en werd daarom ingenomen en verbrand. Dat dit geen gunstige indruk maakte op onze zuiderburen, laat zich begrijpen. Frederik Hendrik moest teleurgesteld terug. De rest der Fransen, waarvan velen aan typhus leden, werd via Rotterdam naar Calais getransporteerd.

Deze onfortuinlijke gang van zaken was koren op de molen van de vredespartij hier te lande, wier hoofd raadpensionaris Adriaan Pauw was, een zoon van de amsterdamse burgemeester.

Deze partij was van meetaf aan tegen het verbond geweest, zij wilde vóór alles vrede.

Ook was zij beducht voor zo'n machtige bondgenoot, — vooral als hij onze buurman zou worden. Volgens Groen was deze vrees echter overdreven en voorbarig. (Men zie zijn Handboek).

Voor de Prins was raadpensionaris Pauw, die zijn plannen tegenwerkte dan ook geen persona grata. Men heeft hem ten slotte benoemd tot gezant te Parijs. Het valt op, maar het is ook begrijpelijk, dat de Prins in deze tijd meer en meer een hoge positie gaat innemen.

Zeker staat dit in verband met zijn internationale positie samenwerkend met een grote mogendheid.

Het moet erkend worden, dat hij meer als vorst optrad dan als stadhouder, Statendienaar. En dit moest de heren regenten toch niet lekker zitten. Dat Pauw verdween en werd opgevolgd als raadpensionaris door de zeer volgzame Jacob Cats, zegt wel wat.

Ook zijn titelverandering gaf reden tot ontevredenheid. Zijn bondgenoot, Lodewijk XIII, noemde hem niet meer Excellentie maar „Son Altasse" (Zijne Hoogheid) een titel, waarmee kleine vorsten en prinsen van den bloede werden aangesproken. De Sta ten-Generaal voelden voor dit gebruik aanvankelijk niet veel; gingen ten slotte er toch toe over, tot ergernis weer van de Staten van Holland, omdat niet eerst hun toestemming was gevraagd!

De Staten-Generaal vonden echter, dat nu ook hen een rangverhoging toekwam en betitelden zich voortaan als „Hoogmogende Heren." Het druppelde nog verder: de provinciale staten zouden voortaan „Edelmogende Heren" heten; Holland deed er natuurlijk voor zich zelf nog een schepje bij: „Edel Grootmogende Heren."

Er was nog iets. De Prins leek in de buitenlandse politiek nu niet bepaald de dienaar der Staten. Er was voor deze tak van dienst uit de Staten-Generaal een commissie benoemd, het „geheim be-

sogne" en met deze commissie bestuurde hij buitenlandse zaken.

Een gevaarlijk ondernemen in deze landen, ook als men er op let wie de koorden van de beurs in handen hadden.

Verder dient nog gewezen op 's Prinsen hoge plaats als veldheer en op zijn hofhouding.

Gelijk reeds vroeger gemeld was hij gehuwd met Amalia van Solms.

Het ging er vorstelijk toe. Van heinde en ver kon men er jonge edellieden aantreffen, die tevens in het legerkamp hun militaire opleiding ontvingen.

Wie moet niet bij dit alles denken aan de tijd van Willem van Oranje, Jan van Nassau, Maurits, Willem Lodewijk? Welk een verschil.

Wij gaan nog even door met de oorlogshandelingen van het Verbond. Het was maar magertjes!

In 1636 gebeurde er weinig. De schuld lag bij de Staten, die geen geld zonden, tot grote ergernis van de Gedeputeerden te velde en van de Prins, die uitriep: „Wil men geen middelen verschaffen tot de oorlog, zo mag ik het rapier wel neerleggen."

In 1637 behaalde de Prins een mooi succes: hij nam Breda weer in in 49 dagen. Spinola had voor dit karwei in 1625 10 maanden nodig gehad.

Het fraaiste staaltje was echter te zien in 1641: let wel van baatzucht, toen de Prins een aanslag wilde doen op Antwerpen. Zie volgend art.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1957

Daniel | 8 Pagina's

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1957

Daniel | 8 Pagina's