De prins der dichters over de grote admiraal
In vele gevallen worden de verdiensten van bizondere en voorbeeldige mensen pas na hun dood in het licht gesteld. Er zijn kunstschilders arm en vergeten gestorven en na hun verscheiden worden hun namen over de hele wereld genoemd. Niet alzo met onze grote zeeheld Michiel de Ruyter. Joost van den Vondel, die zich vaak veqilaatste in de Oudheid, had ook een open oog voor de dingen die in zijn leven gebeurden. Hij schrijft over het Twaalfjarig Bestand, over Gustaaf Adolf, over het verbranden van het Stadhuis van Amsterdam; hij kan niet zwijgen als Ernst Casimir sneuvelt, als Grotius zijn gevangenis ontvlucht — zou hij dan ook niet naar zijn ganzevecr grijpen, wanneer onze vloot de felle tegenstanders overmeesterde?
Tijdens de tweede Engelse oorlog zijn er twee bizondere voorvallen te noemen, die voor ons land zulke grote gevolgen hadden: de Vierdaagse Zeeslag en cle bekende Tocht naar Chatham. Over clie beroemde zeeslag schreef Vondel o.a.:
Tromp schijnt scheutvrij, en verandert, Moedig op uw leeuwenstanderd, Zevenmaal van kiel op kiel. Toen cle nood hem overviel, Kwam held Ruyter aangeschoten, Streven door cle donderkloten, Als een salamander fier, Ongezengd in 't oorlogsvier, Onder bliksems van kartouwen Met een ongeschokt vertrouwen: Driewerf dondren z' op het meer Door Britanje heen en weer Met grofzwangre schutgevaarten, Tot met ingekrompen staarten Alle waterhonden vlug,
Na de vierde maal, de rug Biedende, zich zeewaarts deilen, En met uitgezette zeilen Henendruipen zonder moed, Door een zee van Engels bloed.
Vondel heeft clie zeeslag in gedachten meegeleefd. Er zit vaart in het gedicht: het ritme is kort en gehaast, om het woelige van de strijd uit te beelden. Het doet de dichter goed, dat de honden met de staart tussen de poten het hazenpad moeten kiezen; dat horen we aan de uitbundige toon.
Het tweede gedicht over clie geduchte zeeslag heeft een lang opschrift, zoals men in die tijd gewoon was te doen: „Zegezang over de zeestrijd der doorluchtige Heren Staten door cle weledele en gestrenge Heer Michiel de Ruyter, Luitenant Admiraal der Vrije Nederlanden."
De dichter gebruikt het beeld van een muziekstuk, dat onder directie van De Ruyter wordt uitgevoerd:
Deez' zeeheld gaf de maat en wetten Aan zo veel stemmen van trompetten, Kartouw' en donderbuss' in een, Als naar cle zangkunst, hecht gesloten, En rolde, op korte en lange noten, De oorlogsgalm op 't water heen. Meerminnen, meermans, Tritons horen De bas en bovenzang der koren Van Mars, gestegen in de mars, Die met de koningsvlag kwam dalen Al juichende, op de zeekoralen In 't houte en ijzre krijgsgekners, En twijfelen der oorlogskansen, Nu zwijgen d' oude harnasdansen.
In de mars, het kraaiennest, zit cle god van cle oorlog, Mars, en de geesten van de zee (meerminnen, Tritons) luisteren toe. De ijzeren kogels versplinteren het hout van cle schepen, de kansen gaan op en neer (twijfelen), het is volle ernst en iets anders dan de oude krijgsdansen.
De tocht naar Chatham werd ook in twee gedichten bezongen: „Zeegevier der Vrije Nederlanden op den Teems" en „De Zeeleeuw op den Teems."
In het laatste laat Vondel Engelands koning Karei II snoevend spreken en zich verheffen als God:
Ik, de koning van de Britten, Ben door de openbare blijk Gode zelf alleen gelijk, Dat 's gerust en stil te zitten, Aan te zien, in top gevoerd Hoe 't zich al rondom mij roert: Want van Kalis tot aan Doever Hangt ons waterketen vast, Dat er niet een enkle mast
Doorsluipt tussen elke oever, En ons dondrende metaal Brandt al 's aardrijks kusten kaal. Zo sprak Karei, trots gezeten Op de troon, waar onlangs prat Zijn onthalsde vader zat.
De Heere hoort het snoeven van Karei en wat gebeurt nu? De Hollandse vloot kiest zee en koerst naar het hol van de leeuw, de plaats, waar de Engelse oorlogsbodems gemeerd liggen.
Vondel gaat in gedachten mee.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1957
Daniel | 8 Pagina's