JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Kerkgeschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkgeschiedenis

5 minuten leestijd

6. De Broeders des Gemenen Levens waren goed katholiek, zo schreven wij in ons vorig artikel.

Dit wil echter niet zeggen, dat men in hun kring geen reformatorische geluiden vernam.

Ook was het van belang, dat onder hen de humanistische studiën ingang vonden.

Er was liefde voor de Bijbel; de Broeders en de Windesheimers wilden teruggaan op de H.S. en de Kerkvaders. Men bestudeerde de grondtalen, grieks en hebreeuws.

Ook Geert Groote en Florentius kenden hebreeuws. Eerstgenoemde lette zeer scherp op een juiste tekst van de Vulgaat, „opdat niemands geweten door onjuiste vertalingen van deze mocht worden gekwetst." De Windesheimers hebben zich veel moeite gegeven met dit werk.

Deze arbeid, de bestudering der grondtalen moet men niet gering achten. Het werd de weg om later de zin der H.S. beter, juister te vatten.

Als beroemde zetel voor deze humanistische studiën wordt genoemd de domschool van Deventer; rector van deze was Alexander Hegius.

Geeen wonder dus, dat door de gedurige omgang met de H.S. ook wel reformatorische denkbeelden werden vernomen maar ook hun humanisme een typisch religieus karakter kreeg.

Wessel Gansfort.

Als beroemd voorbeeld van dit streven willen we kort het leven en de denkbeelden van deze man weergeven.

Hij draagt de toenaam „lux mundi" (=: licht der wereld) vanwege zijn grote geleerdheid. Men vindt in hem de bijbelse humanist en de devoot samen.

Hij was van geboorte een Groninger, studeerde te Zwolle en verkeerde daar in de kring der Broeders, waar hij vooral omgang had met Thomas a Kempis. Later ging hij naar Keulen, Leuven, Parijs en Heidelberg. In Parijs doceerde hij ook. Op 't eind van zijn leven keerde hij naar zijn geboorteplaats terug en vertoefde daar in de beroemde abdij van het nabije Aduard, waar hij met vele gelijkgezinden omgang had. Hier is hij in 1489 gestorven.

Zoals we reeds schreven, was hij een buitengewoon geleerd man. Hij kende uitnemend grieks en hebreeuws.

Zijn omgang en verkeren met de H.S. deed hem uitgaan van het uitsluitend gezag van deze. Zo moest hij wel in botsing komen met zijn kerk, waarin hij zoveel zag, dat van de H.S. afweek. Hij keerde zich tegen zijn kerk, omdat zij hoe langer hoe meer in een rechterlijke instelling ontaardde.

Vóór alles wilde hij (en hier komt de geest van de moderne devotie aan 't licht, waarin hij verkeerd had) „een religieuse gemeenschap, waarin de geest en de liefde heersen."

„Hoger dan alle mogelijke vormen van uitwendige gehoorzaamheid aan wetten en gebodsbepalingen, stelde hij het leven uit de Geest en het persoonlijke leven in afhankelijkheid van God." (v. Rhijn).

Ook over de kwesties van die dagen liet hij zijn mening horen. Paus en concilie konden dwalen; de H.S. is de enige bron, maatstaf en rechter.

Zonden vergeven kan God alleen. Omtrent de rechtvaardiging leerde hij, dat deze alleen berust op Christus' gerechtigheid en Gods genade.

Het is te begrijpen, dat Luther, toen hij jaren later één van Wessel's geschriften las, tot zijn grote verwondering bemerkte, dat Wessel over sommige leerpunten evenzo dacht als hij.

Anderzijds hield hij vast aan een vagevuur, maar gaf daaraan een heel andere beschouwing dan de kerk! Hij vergeestelijkte het! Het is volgens hem geen „voldoening" door een werkelijk vuur zoals Rome leert, maar een „zuivering" door „het vuur der liefde." Ook Erasmus hield er later zo'n soort spiritualistische mening over 't vagevuur op na.

Nu nog iets over zijn avondmaalsbeschouwing. Prof. v. Rhijn schrijft, dat er nooit een periode geweest is, waarin zoveel verwarring heerste over de leer van het II. Avondmaal als in de late Middeleeuwen (waarin Wessel leefde) en dat dit ook zijn invloed deed gelden in deze landen. Men begon te twijfelen aan de kerkleer hieromtrent!

Wessel nu bestrijdt de leer der transsubstantiatie van zijn kerk niet, maar. .

stelt er een andere avondmaals-beschouwing naast! Hij stelt een geestelijk eten en drinken, waarbij Christus in zijn vlees en bloed, in zijn gehele menselijkheid, dus lichamelijk, tegenwoordig is voor hem, die zijn dood gedenkt. Daardoor ontvangen de gelovigen geest en leven, (v. Rhijn).

„Hij (= de gelovige) nuttigt de Heere, die smaakt dat Hij zoet is. Zo heeft Magdalena genuttigd, toen zij aan Jezus voeten zat.

Op deze wijze aan het lichaam en bloed deel hebben en het aldus nuttigen is meer dan ontelbare malen de eucharistie (= het roomse avondmaal) aan het altaar uit de hand van de priester te ontvangen met een dor gemoed, met een koude wil, al is het dan ook in staat van genade."

Men zou nu kunnen vragen, welke invloeden hier bij Wessel gewerkt hebben; ilzo de achtergronden van deze beschouwing. Maar dit zou ons in dezen te ver voeren.

Ook de aflaten bestreed hij. Hij noemde ze „piafraus" (— vroom bedrog). Hij heeft zelfs stellingen tegen deze geschreven, van soortgelijke inhoud als Luther een halve eeuw later voordroeg. v d O

Het is te begrijpen, dat de haat zijner kerkelijke tegenstanders groot was. Hij wist het wel, dat de inquisitie op hem loerde. Koude rillingen joegen hem aan als hij dacht, wat zijn lot zou zijn als hij gevangen genomen werd. Gelukkig had hij onder de hogere geestelijken nog vele vrienden, en zo heeft de inquisitie nooit de hand aan hem kunnen slaan. Z V

Maar wel hebben de bedelmonniken vele van zijn geschriften verbrand. M h

Tekenend voor hem is ook, dat hij voor zich geen zielmissen begeerde! z n d

Zeer opmerkelijk is echter voor ons, wat Dr. Berkhof schrijft na de behandeling van deze voor-reformatische bewegingen. „Ze bereikten slechts een betrekkelijk kleine groep hoofdzakelijk monniken en nonnen. Het gewone volk leefde in een geheel andere wereld. Zonder veel nadenken onderwierp men zich aan het gezag der kerk, die het leven harer kinderen van stap tot stap met haar bor A m o g B r v e ennatuurlijke krachten sterkte en leide."

, welk een droeve toestand!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 1957

Daniel | 7 Pagina's

Kerkgeschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 1957

Daniel | 7 Pagina's