JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vaderlandse Geschiedenis

6 minuten leestijd

In ons vorig artikel Vad. Gesch. vermeldden wij cle grote ontevredenheid in cle Z. Nederlanden onder cle adel aldaar, gevolg van cle treurige toestanden in clat gebied, het uitblijven van verbeteringen; maar vooral over de achteruitzetting van sommige edelen door cle toenemende spaanse invloed.

Verder zagen wij, hoe een tweetal der edelen Warfusée en H. v. d. Bergh contact zochten met onze Republiek. Echter ook met Frankrijk, waar toen kardinaal de Richelieu de leiding had.

De heren hadden hun plan bij zich. Er volgde te Rijswijk een samenspreking met de Prins, raadpensionaris Pauw en de franse gezant.

De Prins zou een inval doen in Limburg, waar toen Van den Bergh stadhouder was, cle Fransen in Walenland (Z.-België), terwijl Warfusée en v. d. Bergh zouden trachten een opstand uit te lokken om de Spanjaarden te verdrijven.

Dit was schijnbaar een veldtocht. Het was echter meer, een verdelingsplan! Hoor slechts. De beide heren wilden als beloning ieder ƒ 100.000 plus ambten en goederen en als de bevrijding gelukte zou Frankrijk Wallonië krijgen de Republiek de beide Vlaanderens, Brabant en Limburg. Maar — de privilege's dezer

gewesten moesten behouden en de katholieke godsdienst gehandhaafd blijven. De Staten-Generaal en de Prins waren direct voor dit plan te vinden en het leger werd in orde gemaakt voor een tocht langs cle Maas vanuit Nijmegen. De omstandigheden leken gunstig, want in Duitsland had de zweedse koning (Gustaaf Adolf) de keizerlijke troepen verslagen en was doorgedrongen tot in Beieren. Van die kant dreigde dus geen gevaar, als Oostenrijk soms Spanje had willen bijspringen.

De tocht van cle Prins ging nog al voorspoedig; we kunnen zelfs zeggen: hij schoot hard op. Eerst ging het naar Venlo. Toen Van den Bergh hoorde, dat de Prins in aantocht was, liet hij cle stad aan zijn lot over, die zich na 3 dagen overgaf.

Onze Staten-Generaal had clan tevens een manifest in deze streken laten verspreiden, waarin cle bevolking van het Zuiden werd opgeroepen cle Spanjaarden te verdrijven. Zij zou alle megeiijke bijstand ontvangen, haar privilegiën gehandhaafd blijven, alsmeae de K.a: hoüeke godsdienst. Op deze voorwaarden had Venlo zich dan ook overgegeven.

Graaf Ernst Casimir, cle iriese stadhouder, neef en medewerker van de Prins was alvast naar Roermond opgerukt, maar sneuvelde in een voorhoede-gevecht. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Hendrik Casimir.

Na 1 dag viel de stad in 's Prinsen handen en nu ging het op Maastricht los, dat echter langer belegerd moest worden. 't Was een belangrijk punt.

Had men verwacht, clat het Zuiden tot opstand zou geraken, daarvan kwam niets. Het volk was blijkbaar te bang, dat het zijn godsdienst zou verliezen. Volgens zeker schrijver stond Den Bosch na de overgave in 1629 hun voor ogen en het verwachtte eenzelfde lot.

Ondertussen ging het beleg van Maastricht door. De Prins paste hier dezelfde tactiek toe als bij Den Bosch. Het was als een herhaling van dat beleg, 't Was nodig ook.

Twee vijandelijke legers rukten aan om de stad te ontzetten: een spaans onder Santa Cruz, komende uit het Westen een keizerlijk onder de ruitergeneraal Pappenheim, komende uit het Oosten. Doel was: vereniging van beide legers en aanvallen.

Het werd voor Frederik Hendrik wel gevaarlijk. Ver van huis en clan het niet in opstand komen van het Zuiden: hij zou afgesneden kunnen worden. Gelukkig is het zover niet gekomen. Santa Cruz wist hij een tijdlang op de linkeroever van de Maas te houden, zodat er aanvankelijk geen vereniging met Pappenheim kon plaats hebben. Toch is deze later geschied en nu volgden hevige aanvallen, waarbij ook van uit de stad. De Prins sloeg clie aanvallen echter af en Maastricht gaf zich tenslotte over op voor hen gunstige voorwaarden (o.m. handhaving van de roomse godsdienst!)

Maar verder gaan zou te gevaarlijk zijn, ook als men acht gaf op hetgeen in Duitsland geschiedde, waar immers Oostenrijk en Spanje samenwerkten. Wel waren cle Zweden in opmars, maar hoe onverwachts kon alles een ongunstige keer nemen. En die ommekeer is gekomen na cle slag bij Lützen (Nov. 1632) waarin Gustaaf Adolf sneuvelde.

Ook is uit het voorgaande gebleken, clat Ri'helieu, hcewel een vijand van het huis Habsburg zich maar stil hield en op zijn best achter cle schermen werkte, Een jaar later stierf aartshertogin Isa-bella. De Z. Nederlanden kwamen nu 1 onder rechtstreeks bestuur van ~ "unie onder landvoogdij van kardinaal dm Fernando, een broer van de spaan-se kening Philips IV.

5. Het aanvallend en verdedigend ver-bond met Frankrijk (1635).

Toen de Prins in 1629 en 1632 Den Bosch en Maastricht belegerde, ging Spanje weer over vredesluiten spreken. Vooral Holland en bijzonder Amsterdam waren er voor en dat om de handel.

Maar Zeeland, dat veel verdiende met de kaapvaart was er beslist tegen. Zuiver belangenmotieven dus.

De Prins dacht er niet aan de strijd op te geven en spoorde steeds aan tot volharding. Hij zag al te duidelijk het groot gevaar in het buitenland, dat schuilde in het Spaans-Habsburgse Huis.

Toen Richelieu in Frankrijk de leiding kreeg (1624) kwam in hem een groot tegenstander van het huis Habsburg aan de regering. Er was voor hem alles aan gelegen, dat cle Republiek geen vrede sloot met Spanje. Hij gaf daarom jaarlijkse subsidies, maar stelde ook zekere voorwaarde: namelijk zonder Frankrijk geen vrede te sluiten en dit land z.n. bij te staan in de krijg,

De Hugenoten-opstand bracht ons toen in grote moeilijkheden en stuitte hier te lande, begrijpelijkerwijs, op groot verzet: We zouden namelijk mee moeten helpen onze broeders ginds te bestrijden bij 't beleg van hun vrijplaats La Rochelle (Haultain).

Men ziet hier weer de gevolgen van dit politiek bedrijf, waarbij geestelijke drijfveren eenvoudig uitgeschakeld zijn! Men merke wel op, dat hier nog geen sprake is van een verbond.

In 1634 kwam hier het vredesbeweeg, waarover wij zoeven schreven weer sterk op. Dit deed de Prins ook te sterker aandringen weer contact met Richelieu te zoeken. Het lukte. Het zou weer gaan op de oude manier door middel van een subsidie-verdrag; geen verbond dus. Hevig was cle tegenstand van Holland en Amsterdam (zie boven).

In hetzelfde jaar moest Richelieu echter kiezen of delen. Op 6 sept. had de slag bij Nordlingen plaats, die cle Zweden verloren en hun macht in Duitsland feitelijk vernietigde.

Richelieu begreep, clat hij nu openlijk voor cle dag moest komen. Het gevaar werd al te groot; te meer omdat ook in zijn land onder de franse adel een streven was, Spanje en Oostenrijk te steunen. Verder drong Zweden er sterk op aan samen te gaan en ook cle Prins was er sterk voor.

En zo kwam in 1635 het aanvallend en verdedigend verbond tot stand. In een volgend artikel geven wij cle bepalingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1957

Daniel | 8 Pagina's

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1957

Daniel | 8 Pagina's