Kerkgeschiedenis
2. De tijd vóór de Reformatie in de Nederlanden (eind 14e en de loe eeuw).
In deze tijd ontstond in de Nederlanden een nieuwe godsdienstige en zedelijke beweging, clie men cle Moderne Devotie noemt, in navolging van haar voornaamste geschiedschrijver: Johannes Busch.
In t begin der vorige eeuw kwam er voor de bestudering van deze beweging grote belangstelling. Men ging zelfs spreken van „Voorlopers cler Reformatie", maar clit is beslist fout.
Niet alleen met de Reformatie, ook met het Humanisme en de Contra-Reformatie heeft men haar in verband gebracht. Maar hierop kunnen wij, hoe interessant de stof ook is, niet verder ingaan.
Haar oorsprong ligt bij Geert Groote (1340—1384; zijn naam wordt verschillend geschreven) een schepenzoon uit Deventer. Ds. Berkhof noemt hem een leke prediker. Hij was naar Parijs getogen om er theologie te studeren en kerkrecht. Plotseling viel er iets voor in zijn leven. Eens hoorde hij de Korthuizer Hendrik van Calcar prediken en dit greep hem zo aan, dat er een totale verandering in zijn levensgang kwam. Hij kiest cle ascese, doet afstand van zijn beneficiën en geeft zijn huis ter bewoning aan godsdienstige vrouwen. Let wel. het werd geen klooster, maar is beter een communiteit of „hofje" te noemen. Hij zelf trok naar het zeer strenge Karthuizer-klooster Munninkhuizen bij Arnhem en verbleef er drie jaren. Hij legde echter geen kloostergeloften af. Zou men verwachten, clat hij cle priesterwijding zou zoeken, dit geschiedde niet. De reden is echt rooms; hij achtte de priesterstand zo hoog, clat hij clie hogere wijding niet wilde zoeken. Alleen de diaken wijding wilde hij ontvangen en als zodanig kreeg hij van de bisschop van Utrecht verlof tot prediken.
Wc klra zien wij hem als prediker, beter gezegd als boetprediker, in onze noordelijke gewesten optreden. Vooral moes-
teii cle foearisten en simonisten zijn felle aanvallen verduren.
Foearisten waren geestelijken, die met vrouwen samenleefden, een toen algemeen voorkomend euvel; simonisten zijn bekend: luitjes, die zich door geld in het ambt indrongen. Bekend is zijn geschrift: Sermo contra focaristos: tegen de eerstgenoemden gericht.
Ook zijn talrijke brieven getuigen, dat zijn strijd in de eerste plaats ging tegen cle onchristelijke levensopenbaring bij geestelijken en leken. Zo wilde hij cle gewetens wakker schudden om te komen tot een morele levenshouding.
Men ziet hier het grote onderscheid met de latere Reformatie: Deze vangt aan met een hervorming van de leer, om van hieruit te komen tot de reformatie van het leven.
Het is te begrijpen, dat deze bestrijding bij de geestelijken veel haat veroorzaakte. En toen men bemerkte, dat hij in zijn kerkbegrip afweek van de roomse leer, zocht men hem te treffen en onschadelijk te maken. In 1483 werd zijn preekconsent door de bisschop ingetrokken en een jaar later overleed hij.
Na zijn dood drukte zijn leerling en medestander Florentius Radewijnsz, zijn voetstappen. Hij verzamelde om zich heen in zijn huis geestelijken en leken tot een gemeenschappelijk devoot leven. Ook zij waren door geen plechtige geloften verbonden. Dit was het eerste broeder-of fraterhuis. Weldra volgden meerdere van deze broeder-en zusterhuizen.
Men sprak van „Broeders en Zusters des Gemenen levens." Zij brachten hun tijd niet in ledigheid, niet in enkel devotie, door. Zij bedelden niet voor hun onderhoud (vandaar de boosheid der bedelmonniken tegen hen), maar arbeidden. De zusters hielden zich op met vrouwelijke bezigheden: De broeders met het overschrijven van boeken, ook met zielszorg. Voorheen werd het wel voorgesteld, dat zij ook in de scholen arbeidden; dit is echter niet juist.
Maar wel was van grote betekenis voor de bestaande kapittel-en andere scholen, dat zij internaten stichtten voor de leerlingen die soms van zeer ver kwamen, en zo onder hun voortdurend geestelijk opzicht stonden.
Slechts op een paar plaatsen waren „fraterscholen". De beroemde school van Zwolle, waarvan Joh. Cele rector was, was een stadsschool, oorspronkelijk echter een parochieschool. Deze Cele was een groot vriend van cle Broeders, eensgeestes met hen en maakte gaarne gebruik van hun godsdienStig-zedelijke invloed op zijn leerlingen. Hij was trouwens cle boezemvriend van Groote geweest; samen hadden ze de mysticus Ruusbroec bezocht; maar de „meester", hoe geleerd ook, begreep die beiden niet. Er is nog iets waarop bij de Broeders te wijzen valt, namelijk het prediken in de landstaal in de open lucht. Men noemde deze predikaties „collaties". Alzo geen gebruik van het kerklatijn, maar van de volkstaal, die juist de eenvoudigen begrepen.
Over de inhoud van deze collaties behoeven we niet veel te zeggen: het was naar het voorbeeld van Bernard een aansporing tot het vrome leven in de navolging van Christus.
Ook in Zuid-Nederland en Duitsland verrezen fraterhuizen.
Speciaal noemen wij, clat op de Agnietenberg te Zwolle; ook omdat de bekende Thomas a Kempis, cle schrijver van het veel gelezen boek „cle navolging van Christus" daar heeft vertoefd. Althans men neemt meestal aan, clat hij cle auteur is. Er worden er echter wel vier genoemd. Oorspronkelijk in 't latijn geschreven is het in allerlei talen overgezet. Over de waardering van dit boekje blijkt nogal verschil. Ook veel protestantse vertalingen bestaan. Het doet hierbij wel wat vreemd aan, als Thomas dan in zijn woordgebruik soms tot een protestant gemaakt wordt.
Merkwaardig is echter, dat in deze beweging tenslotte toch ook weer kloosterstichting optrad. Het schijnt, clat op gemelde Florentius daarover al met Groote op het eind van diens leven gesproken en deze er zich toen niet tegen verklaard had.
Zo ontstond te Windesheim (bij Zwolle) een echt klooster onder de regel der Requiere kanunniken van St. Augustinus.
Ook op andere plaatsen ontstonden dergelijke kloosters: samen vormden ze het kapittel of cle Congregatie van Windesheim. Tevens ontstonden in deze kring vrouwenkloosters. Het eerste was dat van Diepenveen; hoofd er van was de rector Joh. Brinckerink.
Zij kenmerkten zich door een strenge observantie (= waarneming der kloosterregels). Er zijn wel kloosterhervormingen van hen uitgegaan. Men make dus onderscheid tussen de gewone congregaties der Broeders en Zusters en genoemde Devotenkloosters de Congregatie van Windesheim.
De geleerde Erasmus had niet veel op met de fraters en zei er wel eens lelijke dingen van. Eens heeft de bekende pater Brugman het daarom voor hen opgenomen.
Heeft nu deze beweging betekenis gehad voor de komende Reformatie ook in deze gewesten. Wij schreven reeds: in de leer waren zij goed katholiek en hen voorlopers der Hervorming te noemen is beslist onjuist. Dit moet men altijd goed voor ogen houden. Er is echter nog meer, waarop ook even dient gewezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juli 1957
Daniel | 8 Pagina's