Kerkelijk besef
(4)
Als we in de a.s. oktobermaand D.V. een landelijke herdenking krijgen, weten we als jongeren dus nu, wat voor een herdenking dit is en hoe we dit jubileum moeten bezien: niet als 50-jarig bestaan onzer gemeenten, maar als 50-jarige vereniging van reeds lang bestaande kerkgroepen. Hierop dient alle nadruk te vallen, want anders gaan we de juiste toedracht der zaken uit het oog verliezen. Laten we nu eerst nagaan, wat „1907" te betekenen heeft aan de hand van de geschiedkundige gegevens. Zoals reeds vermeld, waren het twee groepen van Gereformeerde Gemeenten, die toen één werden. Deze beide groepen van kerken gaan we thans wat nader bekijken en wel in chronologische volgorde.
Het valt buiten het bestek van deze artikelenreeks de gehele en uiterst interessante geschiedenis van onze kerken tot in alle détails breedvoerig weer te geven. Deze geschiedenis kan niet in artikelen afgedaan worden, daarvoor is ze te uitgebreid en bovendien vraagt zij een geweldig vóór-onderzoek van zeer veel kerkelijke literatuur, verschenen in diverse tientallen van jaren. Wat echter nodig is te vermelden i.v.m. het verlevendigen van het kerkelijk besef onder ons, hopen we hier op objectieve Wijze weer te geven.
Allereerst dan de Gereformeerde Gemeenten onder het Kruis: vanwaar stammen zij? Om dit goed te begrijpen, moeten we terugblikken in de vaderlandse kerkhistorie.
De kerk der Reformatie, die de rechte voortzetting was van de aloude Christelijke kerk, de ware kerk dus (tegenover de valse kerk van Rome), was in en na de Franse tijd in ons vaderland in slaap gezonken, in verval geraakt, op enkele uitzonderingen na. Dit verval en deze geest der dwalingen waren linea recta een gevolg van de revolutiegeest. Wel waren na 1813 — evenals nu na 1945 de Duitsers — de Fransen uit ons land verdwenen, maar hun revolutionaire ideeën (de invloeden der revolutieleer) waren achtergebleven en deze woekerden steeds verder voort.
Deze revolutionaire tijdgeest was ook de kerk binnengedrongen. De Gereformeerde kerk in ons land, die in de 16e en 17e eeuw zo gebloeid had (al was 't toen ook lang niet alles goud, wat er blonk), werd in cle eerste jaren na cle bevrijding van het Franse juk op revolutionaire wijze ontadeld en in boeien geslagen. De overheid greep in in cle rechten van cle kerk; cle kerk werd onderworpen aan de staat. De liberale koning Willem I (Het liberalisme is één cler eerste takken van cle revolutie-boom!) legde in 1816 de kerk van bovenaf een synodaal dwangjuk op, de oude historische naam der kerk werd veranderd in „Nederduits Hervormde Kerk" („Kerkgenootschap", zei men in clie dagen nog liever; alsof cle Kerk hetzelfde was als een genootschap, een sociëteit, een vereniging!) Een reglementenbundel kwam in cle plaats van cle Dordtse Kerkenorde. Naar protesten van enkele getrouwe predikanten, kerkeraden en classes werd niet gehoord. Ziedaar wat er van cle eens zo bloeiende wijngaard des Heeren overbleef.
Maar God toonde te waken voor Zijn kerk. Hij gaf opnieuw reformatie, hervorming, her-nieuwing. De Afscheiding van 1834 brak zich baan. Evenals Luther en Calvijn had men in de vorige eeuw ook „cle kerk in cle kerk" willen reformeren. Van een zucht om te scheuren, te scheiden, zich af te zonderen was geen sprake. Maar de kerkelijke besturen (de Hervormde reglementen kenden geen classes en synoden meer, wel classicale en synodale besturen, vaste blijvende colleges clus) wierpen hen, die voor de Gereformeerde waarheid opkwamen, er uit: „weg met dezen, het is niet behoorlijk, clat zij leven!"
De Afscheiding was geen scheiding van de ware Gereformeerde Kerk in ons land. Integendeel: zij was terugkeer tot die kerk, cle ware voortzetting van de reformatorische kerk. Zij nam cle oude leer der reformatorische kerk weer aan, speciaal de belijdenisgeschriften, zoals die op de laatstgehouden „generale synode" der Nederlandse kerk (die van Dordrecht 1618 en 1619) vastgesteld waren, en vanzelfsprekend hersteld men cle aloude historische naam der kerk.
De Afscheiding vormde geen nieuwe kerk; zij en zij alleen was cle voortzetting van cle kerk der vaderen.
Kennen jullie, meisjes en jongens onzer verenigingen, het officiële gedenkstuk, het historisch document der Afscheiding: cle „acte van Afscheiding"? Hierin vind je cle juiste uiteenzetting van het afgescheiden standpunt.
Als jullie deze acte kent, weten jullie, dat cle volledige naam luidt: „acte van afscheiding of ivederkering." Hier merken we het alweer: zij, die vasthielden aan de waarheid, hebben niet de ware kerk verlaten, maar zijn er toe teruggekeerd. Men scheidde zich af van hen, clie een valse leer hadden en wederrechtelijk in de kerk der vaderen waren binnengekomen, doch die intussen niet van cle kerk waren. Men keerde terug tot de ware dienst van God, tot de leer en de tucht der vaderen.
Als jullie deze acte niet kennen, raad ik je sterk aan, deze in zijn geheel te lezen en maar eens goed na te pluizen, wat die acte allemaal inhoudt. In enkele standaardwerken over de Afscheiding staat cle acte afgedrukt. Hebben jullie deze boeken niet in je verenigingsbibliotheek en stellen jullie er prijs op, deze acte in deze artikelenreeks afgedrukt te zien, dan hoor ik het wel en zal ik hem in extenso voor jullie en voor cle verenigingen in „Daniël" laten zetten. Liefst zo spoedig mogelijk bericht dan.
Het originele exemplaar, de echte acte, bestaat ook nog, wisten jullie dat? Hij wordt zuinig bewaard in het „Afscheidings-archief." Het is wel eens aardig om dit officiële stuk onder je ogen te krijgen.
Deze acte is het lezen en bestuderen méér clan waard: hij doet ons het kerkelijk standpunt onzer 19e eeuwse vaderen en hun schriftuurlijk-reformatorisch inzicht van nabij kennen. Daarom nogmaals: leest en herleest dit waardevolle kerkelijke document met volle aandacht! We naderen nu de „Kruisgemeenten-geschiedenis." Zij volgt op cle „Afschei-
dings-geschiedenis, " die tot recht begrip voorafgaan moest.
P.S. 1. Rectificatie: in het vorige artikel stond (blz. 195, kolom 3, regel 9 van onderaf) een zinstorende drukfout: „een gedenkplaat." Dit moet natuurlijk zijn: een gedenkpaaZ.
2. Van enkele lezers ontving ik sympathieke brieven over het openen van de discussie over het kerkelijk besef bij ons en onze jeugd. Hartelijk dank! Uw ideeën en wensen hoop ik t.z.t. in het verdere van deze reeks te 1 verwerken.
3. Brieven s.v.p. adresseren: Kerkman, p.a. Administratie „Daniël", Ridder v. Catsweg 244a, Gouda.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juni 1957
Daniel | 8 Pagina's