Vaderlandse Geschiedenis
De tocht naar Duinkerken. Voor het jaar 1631 stond een tocht naar Duinkerken op het programma.
Het zou dus een herhaling worden van de tocht van 1600, die in Nieuwpoorts duinen was blijven steken.
Duinkerken handhaafde nog altijd de „roem" (of wilt ge de beruchtheid) een verschrikkelijk piratennest te zijn.
In 1583 had Panna hier een admiraliteit gesticht. Hij had geen geschikter plek uit kunnen kiezen. Aanvankelijk was het
zijn bedoeling geweest van hieruit een tocht naar Engeland te ondernemen; maar daarvan kwam niets. Nu begunstigde hij het uitrusten van kaperschepen, die de schepen der rebellen (de Nederlanders), koopvaardij-en visserschepen, moesten kopen.
De heren Duinkerkers bleken voor dit bloedig handwerk uitermate geschikt, zodat onze zeevaart ontzaglijke verliezen leed.
Na het Bestand begon het werk opnieuw, nu ijverig gesteund door de bekwame Spinola, die er ook een geschikt middel inzag, de opstandelingen veel schade toe te brengen. In de Vlaamse havens zag men oorlogsschepen en kapers. Maar Duinkerken spande de kroon. De haven werd beschermd door een fort, het fort Mardijk, en „het houten wambuis" een schans van palissaden in zee. (Men zie eens een afbeelding in een llist. Atlas). De Spanjaarden hadden nog meer plannen met Duinkerken. De stad moest niet alleen een uitval spoort voor de kaperij zijn; men wilde er ook een zetel van koophandel van maken.
Wie er een kijkje nam, zag er twaalf grote oorlogs vaartuigen. Men noemde ze „de twaalf apostelen". Dat was de kern van de officiële zeemacht, die komen ging.
Maar tevens lagen er in de haven talrijke kaperschepen, die voor eigen rekening werkten.
De „baten" bleken niet gering. Soms sleepten ze bijna hele vissersvloten naar hun haven.
Een paar getallen. Enkhuizen verloor eens in één jaar 100 haringbuizen en Maassluis in 6 jaar 200 schepen. Niets was voor hen veilig. Oost-Indië-vaarders, Oostzeevaarders, Straatvaarders (= schepen, die naar de Middellandse Zee voeren) werden weggekaapt. Zelfs kwamen ze wel met begeleidende oorlogsschepen van ons thuis! Men begreep hier, dat er tegen die kaperijen maatregelen getroffen moesten worden, om onze koopvaardij en visserij te beschermen.
Men rustte oorlogsschepen uit ter bescherming; de koopvaardijschepen voeren in „admiraalschap', d.w.z. in groepen van 30 a 40 schepen met de bijbehorende oorlogsbodems. Vooral de Straatvaarders kregen extra-voorschriften.
In Zeeland rustte men kaperschepen uit, om ook het hunne tot hulp bij te dragen.
Menigmaal is zeer bloedig gevochten en werden van weerskanten vreselijke wreedheden bedreven.
De Duinkerkers spijkerden gevangen Nederlanders met één oor aan het dek van het veroverde schip. Omgekeerd zag men aan onze stranden hele rissen gevangen Duinkerkers aan de galg hangen. Men was hier te lande zo verbitterd, dat de kooplui hun kapiteins lieten zweren elke gevangen Duinkerker „de voeten te spoelen, " d.i. direct in zee te werpen.
Toch wilden onze manschappen dit niet altijd doen. En menig kapitein had een afschuw van dit wreed bedrijf.
Van admiraal Comelis Jol staat vermeld, dat, als hij het bevel toch opvolgde, hij in grote stappen het dek op en neer liep, dreigend met de vinger naar Den Haag wees en uitriep: „Voor uw rekening, mijne heren de Staten!"
Premies werden zelfs door Holland uitgeloofd en dat vuurde onze manschap zo aan, dat zij de kapers nazaten tot in de engelse havens en de bemanningen vervolgden ver landwaarts in. (Van Rysens).
Tn deze tijd leerden mannen als Tromp, Van Galen, De Ruyter, Dubbelwit Jan en Cornelis Evertsen het handwerk; mannen die in de latere zeeoorlogen zich een naam gemaakt hebben.
Piet Heyn sneuvelde in de strijd tegen de Duinkerkers in 1629. De beroemde man had zich voorgenomen ons hele
vlootwezen te reorganiseren. zeer nodig. Dat was
De oorzaak van de successen van de piraten met hun snelle fregatten zat voor een groot deel in de desolate toestand van ons zeewezen.
Wij keren thans terug naar de tocht naar Duinkerken. Deze liep op niets uit.
Tussen Gent en Brugge vernam men, dat een vijandelijk leger in aantocht was. De Gedeputeerden te Velde (men kent deze heren afgevaardigden van de Staten-Generaal) wilden, dat Frederik Hendrik zou terugkeren.
Uiteraard had de Prins daarin niet veel zin. Het gold hier inderdaad de eer van het land en van het leger.
Maar niets hielp; de heren bleven op hun stuk staan en de Prins moest terug. Dit gaf de vijand moed. Een spaansduinkerkse vloot deed een inval in Zeeland (sept. 1631). Met 100 schepen en een groot leger onder bevel van graaf [an van Nassau (hij was een half-broer van Johan Maurits van Nassau, katholiek geworden en in spaanse dienst overgegaan).
Maar de Zeeuw Hollare van Valckenisse versloeg de vloot in het Slaak (ten noorden van Tolen) en maakte niet minder dan 4000 gevangenen.
De Zeeuwen hadden hun bodem kranig verdedigd.
Tocht langs de Maas. In 1632 kwam een zuid-nederlands edelman de graaf van Warlusée naar Holland. Wij weten, dat de Zuidelijke Nederlanden tot de gehoorzaamheid van Spanje waren teruggekeerd.
Genoemde graaf bekleedde ginds het ambt van voorzitter van de Raad van Financiën.
Hij deelde mee, dat zich in het Zuiden tengevolge van het verkeerd spaans regiem een toenemende geest van ontevredenheid openbaarde, vooral onder de adel.
De oorzaken van die ontevredenheid waren de volgende. Het ging niet goed met de welvaart; en plannen om daarin verbetering te brengen kwamen niet tot uitvoering.
Verder was men in hoge mate ontevreden over de toeneming van de spaanse invloed op het bestuur in die gewesten. Dit bleek duidelijk, toen na het vertrek van Spinola niet graaf H. v. d. Berg maar de Spanjaard Santa-Cruz aan het hoofd der troepen werd gesteld.
Evenzo verging het edelen als Aerschot en Egmond, voor ons bekende namen uit de dagen van Margaretlia van Parrna wier nazaten zij waren en wie iets dergelijks overkomen was. Dat was circa 70 jaar geleden.
Warfusée en H. v. d. Berg, de stadhouder van Limburg, knoopten nu in 't geheim onderhandelingen aan met onze regering en stelden een veldtochtsplan op, dat er als volgt uitzag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juni 1957
Daniel | 8 Pagina's