Vrije tijd
RONDKIJK
In een eeuw tijd is er veel veranderd. Ook wat de vije tijd aangaat. Deze is volgens het Centaal Bureau voor de Statistiek in honderd jaar driemaal zo groot geworden.
In 1850 werd er in Nederland? ongeveer 56 procent van de totale tijd aan werk besteed, 33 procent aan slapen en elf procent vrije tijd. In 1950 werd er volgens het C.B.S. heel wat minder lang gewerkt, namelijk gedurende 28 procent van de totale tijd. Aangezien de 33 procent slaaptijd dezelfde is gebleven, is de vrije tijd driemaal zo groot geworden, namelijk 39 procent. Tegenwoordig heeft men dus méér vrije tijd, dan men slaapt of werkt. We zijn nu intussen weer zeven jaar verder en het ziet er naar uit, dat in de toekomst nog meer vrije tijd beschikbaar komt. In het april-nummer van „Wapenveld" het maandblad van de vereniging van academici op Gereformeerde grondslag lazen we daarover een zeer lezenswaardig artikel onder de titel „Wrange Welvaart". We geven daaruit een gedeelte aan onze lezers door.
„In de ontwikkeling van het sociale vraagstuk wordt weerspiegeld welke explosieve krachten de industriële revolutie heeft vrijgemaakt. Van draagwijdte, omvang en sterkte van deze krachten heeft men in de 19e eeuw geen flauw idee gehad en deze worden ook thans veelal nog onderschat. In het bijzonder op het sociaal terrein heeft men echter wel moeten ervaren met welk een snelheid deze krachten op de structuren hebben ingewerkt. En nauwelijks zijn we de gevolgen van de eerste industriële revolutie te boven of we staan weer voor een tweede. Ja, we verkeren zelfs reeds in de beginfase van de tweede industriële, die der volautomatisering, die, zoals het zich laat aanzien, gepaard zal gaan met geweldige structuele omvormingen en verschuivingen. Bij het opvangen hiervan gaat het om de vraag hoe gewaarborgd kan worden dat de mens een „waardige" plaats behoudt en dat de onderlinge verhoudingen tussen de arbeidende mensen „menselijk" blijven, opdat het „menswaardig bestaan" niet het slachtoffer wordt van deze stormachtige ontwikkeling.
Het is van belang in dit verband op een ander aspect te wijzen. De Industriële revoluties hebben met zich medegebracht en zullen met zich medebrengen een geweldig welvaartaccres, welke niet alleen t-> t uitdrukking komt in een vermeerdering van physieke goederen, maar ook in die van immateriële goederen, in het bijzonder in het beschikbaar komen van meer vrije tijd. Het is zelfs zo, dat de vrijetijdsbesteding een sociaal probleem geworden is, n.1. hoe men tot een verantwoorde vrijetijdsbesteding kan komen van de gemassaficeerde mens. Welke proporties de toeneming van de hoeveelheid vrije tijd in de naaste toekomst aan zal nemen wordt ons duidelijk wanneer we letten op de Verenigde Staten, het land dat in deze ontwikkeling steeds een streepje voor is. De voorzitter van de bond van werknemers in de staalindustrie in de Verenigde Staten, Davis Mac Donald, maakte onlangs bekend, dat hij het mogelijk acht, dat, als gevolg van de voortschrijdende automatisering, gekomen kan worden tot een vierdaagse werkweek van 32 uren of tot een vijfdaagse van 30 uren, terwijl om de vijf jaar boven de normale vakantieregeling een extra vakantie gegeven kan worden, met behoud van loon, van drie of vier maanden."
Tot zover de schrijver van dit artikel, de heer G. Verwey te Den Haag. Deze scribant knoopt er terecht aan vast, dat in het ene werelddeel de mensen praten over een 30 of 32urige werkweek en in andere werelddelen (Azië en Afrika) miljoenen mensen van honger omkomen. Hij confronteert de lezers met het ontzaglijke probleem, dat de een in welvaart leeft en dat in Zuid-India om de 2 minuten iemand sterft van de honger. „Gaat onze welvaart nu niet wat wrang smaken? " stelt de schrijver de vraag. Of is het zo, dat wij de zaak zo niet stellen mogen, omdat wij niet verantwoordelijk zijn voor die mensen? Wat kunnen wij daar als enkelingen aan doen?
We zijn het eens, hoewel we daarvoor niet in directe zin verantwoordelijk zijn, wij deze vragen niet kunnen ontlopen. Het betreft hier ons Christenzijn in de wereld; de elders op de wereld in-nood-verkerendemens heeft ons wat te zeggen. Het betreft onze naaste, die we lief dienen te hebben als ons zelf. Terecht wordt in dit artikel aangehaald de tekst uit 1 Joh. 3 : 17: Zo wie nu het goed der wereld heeft (dat is onze welvaart) en ziet zijn broeder gebrek hebben en sluit zijn hart voor hem toe, hoe blijft de liefde Gods in hem? "
Het kan nuttig zijn onze lezers van „Daniël" dit ook eens onder de aandacht te brengen. Hoe besteden wij onze vrije tijd? Is deze enkel gericht op ons zelf, op lange vakanties, buitenlandse reizen, genietingen van allerlei aard — óf ter ere Gods? Als het laatste zo is, zal er ook liefde tot onze naaste zijn. Dat gaat samen: ees 1 Joh. 4 : 19—20.
Wij kunnen de aangestipte grote wereldnood wel niet opheffen, maar ons er ook niet mee afmaken dat we er niets aan kunnen doen. Het is de moeite waard er eens over na te denken en nodig, om dat in het rechte licht te leren zien. Dat wij in de voorrechten van grote welvaart leven, terwijl anderen verkommeren, kan dit een rem zijn, om ons uit te leven in onze vrije tijd. Hebben wij rechten? Kon het niet zo zijn, dat ons hetzelfde lot was toebedeeld, als die arme mensen in India? Dat mocht ons wel verootmoedigen. We hebben toe te zien, dat wij, die onder het Evangelie leven, niet vet gemaakt worden voor de dag der slachting.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 mei 1957
Daniel | 8 Pagina's