Kerkelijk besef
(i.)
Onder cle na-oorlogse verschijnselen binnen cle kerkmuren neemt het verflauwen van het kerkelijk besef steeds omvangrijker vormen aan. Dat dit verflauwen mede een gevolg is van cle Duitse Revolutie, die niet nagelaten heeft haar revolutionaire sporen ook diep in het kerkelijk leven van het Gereformeerde volksdeel in ons land in te drukken, is voor wie even cle samenhang doorziet, niet twijfelachtig.
Wat bedoelen we eigenlijk met de uitdrukking: „kerkelijk besef"? Allereerst dit: het besef, het innerlijk weten bij zijn of haar kerk groep te behoren om bepaalde redenen en zich in heel zijn handel en wandel daarnaar te gedragen. Vervolgens kunnen we onder kerkelijk besef ook rangschikken het beseffen, aanvoelen, begrijpen en belijden van zaken als deze:
1 wat is de Kerk?
2 waar is de Kerk?
3 hoe is het met de Kerk?
4 waarom ben ik lid van een bepaalde kerk?
Dit viertal vragen, die vanzelf nader toegelicht en aangevuld behoren te zijn, is met nog andere te vermeerderen. We hopen ze in het vervolg van deze reeks beter onder cle ogen te zien. Hier zijn ze slechts aangestipt om te laten zien, wat met cle uitdrukking „kerkelijk besef" bedoeld wordt.
Ook in onze kring is de genoemde verflauwing van dit kerkelijk besef terdege op te merken. Er zijn er — helaas moet ik schrijven: vooral onder de jongeren, maar ook onder ouderen in onze gemeenten komt het voor —, die zo heel gemakkelijk onze gemeenten verlaten.
Waarheen? Och, dat neemt men zo nauw niet meer. Afgezien hen, die (naar zij menen) „alles vaarwel zeggen" (meestal uit volslagen onbegrip van kerkelijke toestanden en gebeurtenissen), zijn er anderen, die heengaan en alle kerken over één kam gaan scheren, ze voor precies gelijk gaan houden en redeneren: „of ik nu lid ben van deze of van die kerk, dat zal eenmaal het voornaamste niet zijn."
In de laatste jaren is deze houding nog meer om zich heen gaan grijpen dan kort na de tweede wereldoorlog. Men blijft niet in de kring onzer Gereformeerde Gemeenten, men zoekt het elders en overal!
Men schroomt niet de kerk van vader en moeder te verlaten, de kerk, waarin we geboren en gedoopt zijn, waarin we vanaf onze prilste jaren grootgebracht zijn, waar we ons catechetisch onderwijs ontvangen hebben, waar ze zelfs misschien al belijdenis van ons geloof hebben afgelegd en waarbij we als het ware met een eed van trouw, voor Gods aangezicht en in het midden van de gemeente afgelegd, beloofden te zullen blijven.
Vanwaar komt toch deze houding?
Het is niet alleen nuttig, maar dringend nodig, ja het is zelfs dure plicht, ons als blad van de jeugd onzer gemeente, clat leiding geeft aan het denken en doen van onze jonge vrienden en vriendinnen op de verenigingen, hierop ernstig te bezinnen, er over te spreken en duidelijk uiteen te zetten, waarom wij kerkelijk besei dienen te hebben. Vervolgens verdient dit besef — na „beseft", ingezien, overdacht te zijn — verstevigd en aangemoedigd te worden.
Behalve taak van de ouders, hun opgroeiende kinderen recht begrip van en hartelijke liefde voor de kerk bij te brengen, is het vervolgens taak van de catechisatie, de a.s. leden der gemeente te doen zien, waarom men zich verbindt
aan deze bepaalde kerkgroep in ons vaderland.
Maar ook voor de jeugdverenigingen ligt hier een grote opdracht, waaraan men zich niet onttrekken kan en mag. Tot deze laatste taak voor onze jeugdverenigingen bepalen wij ons in ons eigen blad. ^
lk geloof niet ver mis te tasten, als ik constateer, dat aan de vervulling van deze taak op de verenigingen nog wel iets zal ontbreken; met een ere-saluut aan die verenigingen, die — zelf levende uit kerkelijk besef — hun leden al voorlichting hierover geven.
Allen daarbij behulpzaam te zijn met raad en daad, de opbouw van een gezond kerkelijk leven (onder de zegen des Heeren) voor ogen houdend, is de enige bedoeling van deze simpele schetsen.
Het gebruik van omsluierde taal, van ouderwetse geijkte termen, die de hedendaagse jeugd niets meer zeggen (omdat wij leven in déze eeuw en derhalve denken, spreken en schrijven in de taal van deze eeuw) zal daarbij vermeden worden. De wijzers van de klok der geschiedenis en der taal lopen 1111 eenmaal vóóruit. Het is onmogelijk deze terug te draaien. Wat wél mogelijk en noodzakelijk is: de geschiedenis en de taal van vroeger naar ons toe te halen, opdat wij het begrijpen, cle kostelijke en de degelijke lectuur uit vorige tijden niet ongebruikt zullen laten, maar er ons nut en eeuwig voordeel mee doen.
Naar aanleiding van de vragen van enkele J.V.'s op cle laatste jaarvergadering deel ik mee, dat het — Deo favente — ook in de bedoeling ligt de geschiedenis der Reformatie en de reformatorische beginselen zelf, waar nodig bij ons „kerkelijk besef-gesprek erbij te betrekken.
I Iet zou niet ondienstig zijn, als alle lezers en lezeressen van ons blad zichzelf al vast eens de vraag voorlegden en voor zichzelf trachten te beantwoorden (gezamenlijk op cle vereniging kan dit natuurlijk ook!), de vraag, die ons voorlopig bezighouden zal:
„Waarom ben ik (zijn wij) a.s. lid der Geref. Gemeenten? Proberen we dit eens onder elkaar? Aan cle meer of minder juiste antwoorden, die in gezins-of verenigingsverband gegeven en besproken worden, hebben we dan een goede maatstaf voor onszelf om de stand van kennis over ons persoonlijk kerkelijk besef enigszins te peilen.
De noodzaak van het stellen van de kwestie „kerkelijk besef" onder ons zal blijken zeer dringend te zijn.
Speciaal, daar het dit najaar D.V. een halve eeuw geleden zal zijn, clat de „vereniging" tot stand kwam.
Welke vereniging is er toen opgericht? horen we vragen. Er is 50 jaar geleden geen nieuwe vereniging opgericht, maar er is in 1907 een ver-e-ni-ging, een samengaan van twee gelijkgezinde kerkgroepen tot stand gebracht.
Deze gecombineerde kerkengroep nam de naam aan, die ons kerkverband nog steeds draagt en onder welke naam zij aan de overheid van ons land kennis van haar bestaan gegeven heeft: , de Gereformeerde Gemeenten in Nederland." Dat de toevoeging „in Nederland" soms niet erbij gezegd of geschreven wordt, is slechts een zaak van afkorting en dit verandert dus niets aan cle wettig beschreven naam onzer gemeenten.
Als we clan ook — zo de Heere wil en wij leven — dit gouden jubileum der „vereniging" hopen te herdenken, is er meer clan ooit reden, ons te bezinnen op de vele vragen rondom het kerkelijk besef: „Waarom bestaan cle Geref. Gemeenten eigenlijk? Hebben zij recht en reden van apart zelfstandig bestaan? Waarom bestaan wij naast andere Gereformeerde kerkfonnaties? Die hebben toch ook dezelfde belijdenisgrondslag, n.1. cle 3 formulieren van enigheid, waarop de Gereformeerde gemeenten in ons vaderland ten tijde van cle grote Dordtse synode zich ver-e-nigd hebben? "
We voelen het: al deze vragen eisen een goed, een gefundeerd antwoord.
Als er onder cle lezers en lezeressen van ons blad nu al vragen wakker geroepen worden of zijn, is er al iets bereikt; al zijn we nog niet, waar we beslist wel zijn moeten. We moeten een zaak eerst zien, alvorens haar te kunnen aanvatten en begrijpen.
Leven er wensen en/of gedachten op dit terrein bij de diverse jeugdverenigingen of bij de lezers zelf, houdt ze niet achter, maar schrijft ze mij. Zo mogelijk, hopen we ze in deze reeks te verwerken of te beantwoorden.
Een volgend maal hopen we iets verder van wal te steken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 mei 1957
Daniel | 8 Pagina's