De vier beschrijvingen éne evangelie van het éne evangelie
(V)
(Marcus)
De tweede Evangeliebeschrijving is het werk van Marcus. De naam van deze Johannes Marcus treffen we in het Nieuwe Testament menigmaal aan.
Toen Petrus uit de gevangenis verlost was ging hij naar het huis van Maria, de moeder van Johannes Marcus. We le-r zen immers in Hand. 12 : 12: En als hij alles overlegd had, ging hij naar het huis van Maria, de moeder van Johannes, die toegenaamd was Marcus, alwaar velen samenvergaderd en biddende waren."
Als bijzonderheid vermelden we, dat er verklaarders zijn, die menen dat in deze zelfde zaal in het huis van de moeder van Marcus, waar toen de gemeente biddende was om Petrus' verlossing, de Heere Jezus met Zijn discipelen het laatste Pascha heeft gehouden en het Heilig Avondmaal ingesteld. Daaruit zou dan te verklaren zijn, dat de gemeente in Jeruzalem later zo bijzonder gehecht was aan deze zaal en er menigmaal bijeenkwam. Verder laten we dit voor rekening van de verklaarders.
Johannes Marcus, de zoon van Maria en schrijver van het tweede Evangelie, vergezelde Paulus en Barnabas op hun eerste zendingsreis, zoals meegedeeld wordt in Hand. 12 : 25 en 13 : 5. Marcus heeft echter deze zendingsreis niet tot het einde toe meegemaakt, want halverwege scheidt hij van Paulus en Barnabas om terug te keren naar Jeruzalem (Hand. 13 : 13).
Op de tweede zendingsreis wil Barnabas zijn neef Johannes Marcus weer meenemen, maar Paulus is hier een tegenstander van en daardoor komt er onenigheid tussen Paulus en Barnabas.
Het gevolg van deze onenigheid over het al of niet meegaan van Marcus is, dat Barnabas en Paulus uit elkaar gaan en dat Barnabas met Marcus dan naar Cyprus reist. (Hand. 15 : 37-39).
Paulus was ontstemd over Marcus omdat hij hem op de eerste zendingsreis in de steek had gelaten en teruggereisd was naar Jeruzalem en daarom wil hij hem thans niet meer meenemen. Dat deze ontstemming van Paulus jegens Johannes Marcus echter niet blijvend van aard is geweest, blijkt echter wel uit het latere leven van Paulus, waarin hij zeer waarderend over hem schrijft. Zo lezen we in Colossenzen 4 : 10 dat Paulus schrijft: U groet Aristarchus, mijn medegevangene en Marcus, de neef van Barnabas, aangaande welken gij bevelen ontvangen hebt; zo hij tot U komt, ontvangt hem." Hier blijkt dus, dat Marcus weer in het gezelschap van Paulus verkeert. Ook in Filemon : 24 lezen we: U groeten Marcus, Aristarchus, Demas en Lucas, mijn medearbeiders." En op het laatst van zijn leven, als Paulus in gevangenschap in Rome verkeert, verzoekt hij aan Timotheiis om Marcus naar hem toe te sturen, als we lezen in 2 Tim. 4 : 11: Neem Marcus mede en breng hem met U; want hij is mij zeer nut tot den dienst."
Al was Marcus, na de aanvankelijke onenigheid, dus nauw met Paulus verbonden, toch schijnt Marcus nog meer in liet gezelschap van Petrus te hebben verkeerd. Petrus noemt hem zijn zoon in 1 Petrus 5 : 13 „U groet de medeuitverkorene gemeente, die in Babyion is en Marcus, mijn zoon."
Petrus verkeert dan dus met Marcus in „Babyion". Waarschijnlijk wordt met „Babyion" Rome bedoeld.
Dat Marcus heel nauw met Petrus is verbonden geweest, blijkt ook uit zijn Evangeliebeschrijving.
Zijn Evangelie is namelijk als het ware een weergave van de prediking van de Apostel.
Doch daarover hopen we de volgende keer D.V. nader te spreken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 april 1957
Daniel | 8 Pagina's