Michiel Adriaanszoon de Ruyter
24 maart 1607 29 april 1676
Het is goed dat een volk zijn grote zonen eert. Daarom willen we ook in „Daniël" enkele woorden wijden aan de nagedachtenis van Neerlands grootste zeeheld.
In verschillende plaatsen in ons land worden voorbereidselen gemaakt om in de komende weken het feit te herdenken dat De Ruijter 350 jaar geleden te Vlissingen geboren werd. Met name in zijn geboorteplaats stelt men zich voor, een groot feest te gaan vieren. Over de vraag of men hiermee in de geest van De Ruijter handelt, schijnt men zich helemaal niet te bekommeren. In onze tijd, en vooral na de oorlog, doet het verschijnsel zich voor, dat men elke gelegenheid aangrijpt om een „feest" te organiseren. Meestal zijn het commerciële motieven die hierbij een hoofdrol
spelen. De neringdoenden hopen dat de vele bezoekers het geld zullen laten rollen, zodat er goede zaken gedaan worden. Het feit waarom men feest viert komt zodoende vaak op het tweede plan. Men is blij dat er weer eens iets te# „beleven" is, en dat is voor velen het voornaamste. Van een dergelijke „herdenking" moeten we ons distaneiëren.
Anderzijds moeten en mogen we dankbaar gedenken wat God ons 111 de persoon van De Ruijter geschonken heeft. In menig opzicht is hij ons sympathiek. In de eerste plaats om zijn Godsvrucht, vervolgens 0111 zijn karakter, en tenslotte om zijn bekwaamheid. Deze drie facetten van De Ruijters persoonlijkheid zijn niet los van elkaar te denken. Een oud spreekwoord zegt: „De beste Christen is de beste burger". In sterke mate komt dit bij De Ruijter uit. Geheel zijn optreden: als mens tegenover zijn medemens, als ondergeschikte tegenover zijn lastgevers, als opperbevelhebber tegenover zijn minderen, wordt beheerst door het diepe besef dat hij afhankelijk is van, en verantwoording schuldig is aan een almachtig en alwetend God. Niet de adelsbrieven of de gouden keten van de Deense koning, niet de hertogsmantel van de koning van Spanje, maar die sieraden, waarvan we lezen in Spreuken 1 vers 9: „ zij zullen, uw hoofd een aangenaam toevoegsel zijn, en ketenen aan uw hals' zijn De Ruijters mooiste oud er s cheid in gen.
Zijn eenvoudig, kinderlijk geloof zet een stempel op zijn daden. Voor dit geloof heeft hij zich, ook toen hij op het toppunt van zijn roem stond, nimmer geschaamd. Daarvan hebben we verschillende bewijzen. Nimmer zou hij de strijd aanbinden, voor hij in zijn kajuit zijn knieën gebogen had. Na de overwinning gaf hij God de eer. Had men stormgevaar doorstaan, dan werd een dankgebed voor de redding opgezonden. Toen in 1673 de verenigde Engelse en Franse vloten de onze ver in grootte overtroffen, sprak hij de merkwaardige woorden: „Omdat onze vloot klein schijnt te zijn, heb ik te groter vertrouwen op een goede uitkomst, niet op onze macht, maar op Gods almachtige arm."
Bekend is verder, hoe hij, waar hij ter wereld kwam, in de bres sprong voor verdrukte geloofsgenoten. Tegenover de onderkoning van Napels schaamde hij zich niet openlijk getuigenis van zijn geloof af te leggen, toen het er om ging de Hongaarse predikanten vrij te krijgen van de galeien. Daarvóór had hii eens in Algiers een aantal Christenslaven vrijgekocht.
Echter niet alleen ter zee, ook aan de wal was zijn levenswandel nauwgezet. Als hij niet op de vaart was, bezocht hij 's zondags, maar ook door de week, trouw de kerk. Zijn ontspanning bestond in het lezen van Gods Woord. De grootste van onze zeehelden vond het geen tijdsverspilling en achtte het niet beneden zijn waardigheid de Bijbel ter hand te nemen. Integendeel: dit boek was hem even onmisbaar als spijs en drank
voor het natuurlijk leven. Zijn schoonzoon, G. Brandt, getuigt van hem: „Vindende zijn hoogste vermaak in de kerken en in 't horen van stichtelijke predikatiën, niet alleen des Zondags, maar ook in de week. Den meesten tijd van den dag besteedde hij in 't lezen der Heilige Schrift, en men zag hem zelden andere boeken in de handen hebben."
Wanneer we nu nog even stilstaan bij De Ruijters karakter, dan kan het niet anders, of de invloed van zijn kinderlijk geloof is in de verschillende trekken van dit karakter merkbaar. Hij bezat een grote mate van plichtsgetrouwheid. Zijn opdrachtgevers konden op hem rekenen. Hij zou liever schade geleden hebben dan tekort geschoten zijn in de uitvoering van zijn plicht. In dit opzicht zou men hem een lichtend voorbeeld kunnen noemen voor onze tijd, waarin men vaak, óók voor onze jongen mensen geldt dit, zo schromelijk in zijn plicht te kort schiet, men zo lichtvaardig over trouw en plicht spreekt, men het zo gemakkelijk met zijn geweten op een akkoordje gooit.
Een ander kenmerk van De Ruijter was zijn eenvoud en soberheid. Hij was matig in eten en drinken. Hij was een vijand van dronkenschap en verachtte de dronkaards. Ook deze karaktertrekken, eenvoud en soberheid, worden bij ons volk, jammer genoeg, steeds schaarser gevonden.
Trek uit het bovenstaande nu niet de conclusie dat De Ruijter een somber, droefgeestig gestemd man was. O neen, zijn tijdgenoten schetsen hem als blijgeestig en vrolijk van aard, met een aangeboren gevoel voor humor. Overigens was De Ruijter een man van weinig woorden. Ook in dit opzicht was hij sober!
Tenslotte willen we ook nog iets zeggen over zijn bekwaamheid. Hij was een ervaren zeeman. Van zijn elfde jaar af had hij het ruwe zeemansleven leren kennen. De navigatie beheerste hij als weinig anderen. Zijn taktische bekwaamheden boezemden zijn tegenstanders groot respekt in. Ofschoon de discipline streng was, werd hij door het zeevolk bemind. Vloeken werd op zijn schip niet geduld.
Verder heeft De Ruijter als organisator van onze vloot grote betekenis gehad. Het bestek van ons artikel laat niet toe op dit alles verder in te gaan.
Ons doel is geweest, u duidelijk te maken, hoe door Gods genade een eenvoudige burgerjongen de hoogste positie verwierf bij onze marine, maar door diezelfde genade er voor bewaard bleef, dat de aardse roem hem naar het hoofd steeg. Hij heeft zich zijn afkomst en zijn geloofsovertuiging nimmer geschaamd. In dit opzicht kan hij als karaktervormend ideaal aan onze jeugd tot een voorbeeld worden gesteld.
Aanschouw clen Ileld, der Staten [ rechterhand, Den redder van 't vervallen vaderland, Die in één jaar twee grote koninkrijken, Tot driemaal toe, de trotse vlag deed [strijken: Het roer der vloot, den arm daar [God door streê. Door hem herleeft de vrijheid en cle vree. G. Brandt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 maart 1957
Daniel | 8 Pagina's