Kerkgeschiedenis
2. Maria Tudor („de Bloedige', Bloodij Manj, 1553-1588).
Onder cle regering van Eduard VI drong, zoals wij in ons vorig artikel zagen, cle Reformatie in Engeland door. En toch vond cleze geen weerklank bij cle brede massa des volks.
Daartoe werkte ook mee het wanbeheer van Eduard's regering.
Hendrik VIII had bij zijn leven ook cle volgorde van troonsopvolging voor zijn kinderen vastgesteld. Deze zou zijn: Eduard—Maria—Elisabeth.
Na cle dood van Eduard was dus Maria (Mary) aan cle beurt. Zij was de dochter van Catharina van Arragon (zie vorig artikel) en had alzo in haar jeugd heel wat meegemaakt. Het had haar gemaakt tot een fanatiek roomse vrouw.
Bovendien verbond zij zich door huwe-
lijk aan de bekende Philips II(!), zodat dit een grote dreiging voor het engels protestantisme werd. En niet alleen voor dit. Hij vertoefde zelfs van 1554—'55 in Engeland. Een contra-reformatie bleef dan ook niet uit.
Allereerst werd de pauselijke jurisdictie weer ingesteld; de anglicaanse kerk had afgedaan (1554). En nu begon de vervolging.
Onder de slachtoffers was ook Thomas Cranmar, die indertijd Hendrik VIII had ingelicht, hoe deze van zijn vrouw Catharina van Arragon kon afraken. Het verhaal van zijn marteldood (hij stierf op de brandstapel) is zeker wel bekend. Gevangen genomen, herriep hij, tot grote vreugde van de vijanden. Gedwongen, om ook in de kerk zijn „geloofsbelijdenis" (de roomse natuurlijk) uit te spreken, sprak hij wel zijn belijdenis uit, maar heel anders dan zijn vijanden verwachtten.
Vooraf verzocht hij namelijk alle aanwezigen met hem te bidden. Het werd een ootmoedige schuldbelijdenis voor God over zijn val. Hierop volgden de bekende woorden gericht tot de aanwezigen: „Dit smart mij het meest, dat ik uit vrees voor de dood mijn Heere verloochend heb. Deze mijn rechterhand heeft die grote zonde bedreven. Als ik straks op de brandstapel sta, zal deze hand het eerst de straf des vuurs ondergaan." Zo is het inderdaad ook geschied. Twee dagen later onderging hij de vuurdood. Zijn laatste woorden waren: „Heere Jezus, ontvang mijn geest."
Op geen andere wijze ging het met de martelaren Latimer en Ridley. Toen zij beiden op de brandstapel stonden riep Latimer Ridley toe: „Houd u bedaard en gedraag u als een man. Wij zullen heden door Gods genade een licht ontsteken, dat nimmer uitgeblust zal worden." Inderdaad!
Ook de vluchtelingengemeenten moesten een goed heenkomen zoeken. Ternauwernood ontsnapten een 175-tal leden van deze met 2 kleine schepen. Weer op het continent beland, werden zij door de Lutheranen — het is erg, om het neer te schrijven — verjaagd!
Een aantal kwam in Embden terecht. Later werd boven één der ingangen van de Grote Kerk een scheepje ingebracht, het „Schepken Christi" genoemd, waaronder de woorden:
Gods Kerk, vervolgt, verdreven
Heeft God hier Trost gegeven.
De franse vluchtelingengemeente vestigde zich te Wezel.
Mary stierf in 1558 kinderloos. Haar dood was voor haar volk waarlijk een opluchting!
3. Elisabeth (1558-1603).
Maria werd naar toerbeurt opgevolgd door Elisabeth, de dochter van Hendrik VIII en de protestantse Anna Boleyn.
Zij heeft ook in onze geschiedenis een grote rol gespeeld; denk maar aan haar hulpverlening in cle dagen van Leicester. Zij was 'echter nogal aan de gierige kant en voor alles politica.
Nauwelijks aan de regering gekomen, keerde het blaadje in Engeland om. Maar zij deed het voorzichtig.
Elisabeth wordt geschetst als „een zelfstandige, bekwame vrouw, schrander tot op het sluwe (!) af, weinig scrupuleus" (= weinig nauwgezet van geweten).
Gelijk bekend is zij nooit getrouwd geweest.
Wat haar verhouding tot de kerk betreft, dit stond bij haar vast: de anglicaanse kerk moest hersteld worden; een kerk onafhankelijk van het pauselijk gezag, als in de dagen van haar vader en haar broer.
Niet dat zij zo uitermate religieus was; zij was eer onverschillig. Haar streven bewoog zich meer in de politieke lijn. Bewoog zij zich op een kerkelijk terrein, dan bedenke men dat zij een dochter van Anna Boleyn was, die zo rampspoedig aan haar einde kwam. Verder vergete men niet haar gunsteling Leicester; al was hij dan niet zo bekwaam, en dikwijls het voorwerp van haar spot, zijn gereformeerdheid (denk aan de sympathie van onze predikanten voor hem tijdens zijn landvoogdij alhier) werkte dan toch maar mee haar te bewegen tot hulpverlening aan het protestantisme op het continent. Misschien moeten wij er bij voegen: voorzover dit dienstig was primo voor Engeland.
Er volgde dan weer herstel van de vroegere anglicaanse kerk; maar met enkele wijzigingen.
Het Common Prayer Book (zie ons vorig artikel) werd weer ingevoerd. Zo ook de koninklijke suprematie (= oppergezag) over de kerk, maar in enigszins gewijzigde vorm. Deze suprematie strekte zich niet meer uit over de leer. In hetzelfde jaar (1559) werd ook de Uniformiteitsakte opgesteld; d.i.: de liturgie van Eduard werd weer ingevoerd, echter met enkele afwijkingen (beelden, kruisen, kerkmuziek en priestergewaden bleven behouden).
De herinvoering van dit alles liep echter niet zo glad als men verwachten zou. Van de 16 bisschoppen weigerden er 15 de geëiste supremaatseed af te leggen en werden daarom verdreven. De overige priesterschap onderwierp zich voor het merendeel. De nieuwe aartsbisschop van Canterbury Mattheüs Parker werd in 1559 gewijd, die de apostolische successie (Rome had deze ongeldig verklaard ) bewerkstelligde.
Tenslotte werden in 1563 de 39 artikelen aangenomen: een herziening van de 42 artikelen van 1552. In deze nieuwe artikelen is de avondmaalsleer in gematigd calvinistische geest. Maar het zwaartepunt valt — als voorheen — niet op de 39 art. maar op het bovengenoemde Cornm. Pr. Book.
Berkhof typeert deze anglicaanse kerk aldus: „zij zweeft tussen het reformatorische en katholieke kerktype".
Het Ierse volk moest van deze kerk niets hebben. Wel heeft men telkens getracht haar ook in Ierland te vestigen, maar het verwekte telkens hevige onrust.
De Ieren bleven in meerderheid Rome trouw. aan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 maart 1957
Daniel | 8 Pagina's