JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

3 minuten leestijd

Correspondentle voor deze rubriek aan : I | T MOLENAAR, t .eede 8. Rotterdam Zuid

P. G. M. te A. vraagt wat de betekenis is van Ps. 39 : 14, waar we lezen: Wend U van mij af, dat ik mij verkwikke, eer dat ik henenga, en ik niet meer zij."

Antwoord: De dichter van Ps. 39 is door goddelozen in diep ongeluk gestort. Hij ziet hen in vol geluk en in het genot van al zijn goederen. Eerst heeft hij in eigen kracht beproefd te zwijgen. Het is hem echter niet gelukt op die wijze de rechte stilte en overgave te verkrijgen. Het zichzelve opgelegde zwijgen deed slechts de met geweld teruggedrongen smart groter worden en hij zondigde met zijn tong door allerlei uitbarstingen van moedeloosheid. Ziende dat het voornemen in eigen kracht onuitvoerbaar is, wendt hij zich tot de Heere en bidt, dat Hij hem stille vergeving lere, terwijl hij zich troost met de beschouwing van de kortheid des levens.

In het tweede deel van de Psalm zien we, dat er een keerpunt gekomen is in Davids toestand en nu erkent hij Gods hand in zijn lijden en dat hij niets beters verdiend heeft. Hij zegt in het tiende vers: „Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want Gij hebt het gedaan." En in het elfde vers getuigt hij: „Neem Uw plage van op mij weg, want ik ben bezweken van de bestrijding Uwer hand."

Als hij nu zegt in het veertiende vers: „Wend U van mij af", dan wil dit zeggen, dat David bidt of God Zijn vertoornd aangezicht van hem wil afwenden. Hij heeft behoefte aan Gods gunst, waarom hij smeekt om te ervaren Gods genade eer hij heengaat en niet meer zij.

A. B. te O.-S. hoort weieens zeggen, dat Rachel de moeder Israëls genoemd wordt. Daar heeft hij bezwaar tegen. Hij vindt het beter, dat Lea die eretitel ontvangt.

Antwoord. Daar kan ik mij wel mee verenigen. Rachel is wel een moeder Israëls, want de Heere heeft ook uit haar het huis Jakobs gebouwd, maar de moeder Israëls is boven alle twijfel Lea, niet omdat zij meer kinderen heeft gekregen, maar omdat uit haar is voortgekomen Juda, van wie Jakob op zijn sterfbed getuigde: „Juda, gij zijt het, u zullen uw broeders loven; uw hand zal zijn op de nek uwer vijanden; voor u zullen zich uws vaders zonen nederbuigen. De sehepter zal van Juda niet wijken; noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt en dezelve zullen de volken gehoorzaam zijn."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 maart 1957

Daniel | 8 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 maart 1957

Daniel | 8 Pagina's