Het Landelijk Verband
van Jongelingsverenigingen der Geref. Gemeenten ie Uirechi in 21e jaarvergadering bijeen
Dat de jaarvergadering van het Landelijk Verband nog onveranderd een evenement is voor onze J.V.ers, is weer duidelijk gebleken uit de vergadering, die woensdag 27 februari j.l. is gehouden; het kerkgebouw te Utrecht was stampvol. Zeer zeker zullen de bezoekers blijvende herinneringen hebben aan die dag, alleen al om de eensgezinde stemming, die merkbaar ivas en om het gevoel als jonge mensen van de Gereformeerde Ge 1 meenten bijeen te behoren, welk gevoel weer echt is versterkt.
Huishoudelijke vergadering
De huishoudelijke vergadering met cle stemgerechtigde afgevaardigden werd dinsdagavond gehouden.
Ds. A. Verhagen, voorzitter van het L.V. laat bij de aanvang zingen Ps. 1 : 1 en 2, leest Psalm 1 en gaat voor in gebed.
In zijn openingswoord wijst de voorzitter erop dat wij nu weer in Utrecht bijeen zijn, waar wij altijd vriendelijk worden ontvangen, maar dat wij vorig jaar onze jubileumvergadering te Gouda hielden, omdat daar het L.V. is opgericht.
Voorz. spreekt de wens uit, dat wij in aangenaamheid bijeen mogen zijn en alles in orde mag geschieden, heet de afgevaardigden hartelijk welkom en verklaart de vergadering voor geopend.
De notulen worden goedgekeurd, de aftredende bestuursleden M. Nijsse en II. Hoogendoorn herkozen, waarna het voornaamste aan de orde komt, het behandelen van de vragen en voorstellen. Vanzelf is een en ander breder genotuleerd, maar stippen wij in dit verslag de voornaamste dingen aan.
Het aansnijden van actuele onderwerpen in „Daniël" komt ook ditmaal weer ter tafel. Hierin lopen voorstellen van de ver. te Leiden en Zeist ongeveer parallel. Onze jongeren weten er veelal zo weinig van af, wat er in andere kringen heerst, vooral in onze zo sterk gecompliceerde tijd.
En nu gaat het er niet om hiervan alles af te weten uit instemming. Maar evengoed als men de remonstrantse gevoelens moest kennen om het gereformeerde standpunt te handhaven, moeten onze jonge mensen op de hoogte zijn van de opvattingen in andere kringen om te beter te weten waarom wij behoren tot de Gereformeerde Gemeente en dat ook te kunnen verdedigen.
I.v.m. actuele vraagstukken van onze tijd waarover men ook gaarne voorlichting ontvangt, worden o.a. genoemd het evangeliesatie-vraagstuk, de vakorganisatie, het rassenvraagstuk e.a.
De voorz. vraagt zich in zijn antwoord af: waartoe is „Daniël" in het leven geroepen? Laten wij maar op eigen terrein blijven."
Afgev. van Dijk te Kampen dringt ook op dit laatste aan. Velen weten dikwijls niet wat onze eigen opvattingen zijn.
Anderzijds heeft het hoofdbestuur in zijn vergadering van hedenmiddag dit alles onder de ogen gezien en er is iemand bereid gevonden artikelen te schrijven, waarin de kwestie kerkelijk standpunt, bijzonder kerkelijk besef tegenover eigen gemeente duidelijk zal worden behandeld, temeer daar er plaatsen zijn waar jonge mensen zo heel gemakkelijk eigen gemeente vaarwel zeggen, zich bij een andere kerk voegen, zonder goed te weten wat daar gaande is, tenslotte diep
teleurgesteld zijn en dikwijls alles vaarwel zeggen.
Ook de kwestie „evangelisatie" komt ter sprake, bijzonder in een vraag van de J.V. te Oudewater of de J.V. hierin een taak heeft.
Afgev. v. d. Brink geeft de nodige toelichting.
De voorz. zegt, dat deze zaak op de classis Rotterdam aan de orde is geweest. Hoewel ons volk aan „evangelisatie" weinig denkt, heeft ieder een persoonlijke plicht tegenover zijn naaste. Overigens moeten wij de zaak zuiver stellen. En dan is het zo, dat het evangelisatiewerk behoort tot de kerk. Zou b.v. een gemeente het evangelisatiewerk ter hand nemen, dan is die taak kerkelijk. De J.V. heeft hier geen taak; wat anders is het als de kerk van de medewerking van de J.V. en haar leden gebruik zou maken, door b.v. geschriften te verspreiden.
Onder de minder belangrijke zaken behoren o.a. de keuze van plaats voor de jaarvergaderingen van het L.V. De ver. te Ridderkerk zag dat gaarne zo geregeld dat de meest centraal gelegen plaatsen Gouda, Rotterdam en Utrecht daarvoor in aanmerking kwamen.
Algemeen is de vergadering vóór Utrecht wat dus aangenomen wordt.
De J.V. te Rotterdam-Z. doet een zeer goede suggestie aan de hand om meer plaatselijke commissies voor de militairen te vormen. In Rotterdam-C. en - Z. zijn dergelijke commissies. Van tijd tot tijd zenden ze een pakje aan hun vrienden in militaire dienst, maar jongens in dezelfde kazerne, uit andere plaatsen, maar evengoed tot onze gemeenten behorend, moeten dan toezien.
De voorz. geeft deze goede gedachte in aller overweging.
Een geheel andere zaak wordt in het midden gelegd door de J.V. te Rotterdam-C. Het gaat over het deelnemen aan een convent van J.V.'s van verschillende Geref. gezindten en het uitwisselen van meningen en gedachten.
De voorzitter geeft de mening van het Hoofdbestuur weer en ontraadt ten stelligste hieraan deel te nemen. We zien hier zo duidelijk een uiting van de jeugd die zo gemakkelijk spreekt, en een mening heeft over dingen, waar de ouderen geen raad mee weten.
Ds. Rijksen maant Rotterdam-C. tot grote voorzichtigheid. Onze Gemeenten gaan hier niet voor. Zou dat gebeuren, dan kan ook de jeugd volgen. Isolement is hier beslist geboden.
Een tweede gedachte van Rotterdam-C. is het vormen van discussie-groepen op de vergaderingen. Dit komt meer voor bij verenigingen van een ander gehalte dan de J.V. hoewel het ook op J.V.'s wel in gebruik komt.
Ds. Rijksen geeft de mening van het H.B. weer als hij zegt, dat dit niet moet worden doorgevoerd bij bijbelse onderwerpen. Bij een vrij onderwerp is dat te doen, hoewel er veel afhangt van de grootte der vereniging en de plaatselijke omstandigheden. Of men echter bereikt, dat sommige, veelal jongere leden „los" komen, is de vraag.
Al deze nieuwe dingen, op zichzelf niet te veroordelen, daar het absoluut niet principieel is, hebben meestal niet de resultaten, die men er van verwacht.
„Laat de jeugd ook zelf in „Daniël" aan het woord komen", zegt de ver. van Zeist. Dat kan inderdaad; de gelegenheid daartoe staat al twee jaar open. Een goede inleiding op de J.V. of wat het ook mag zijn zal in „Daniël" worden opgenomen, mits de redactie het geschikt acht. Het hangt dus geheel van de verenigingen of de leden zelf af, maar men dient ook zelf critisch te zijn; van iets klakkeloos overnemen in ons blad is natuurlijk geen sprake.
De huishoudelijke vergadering is hiermede aan het eind en wordt na dankgebed door dhr. T. Molenaar door de voorzitter gesloten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 maart 1957
Daniel | 8 Pagina's