Veracht de dag der Kleine dingen niet
Het Chinese volk was verslaafd aan het opiumschuiven; ook de bevolking van de plaats Lungang-Fu, waar Studd verblijf hield, kon moeilijk het gebruik van dat vergif voor lichaam en geest missen. Zendeling Studd had dit grote gevaar voor de mensen al lang met droefheid aangezien, maar wat moest hij er tegen beginnen? Hij vond geen toenadering tot de bevolking; erger nog, hij en zijn vrouw kregen overal de schuld van als er iets verkeerd ging. Toch had Charles tenslotte iets gevonden. Hij ging een huis inrichten, dat plaats zou kunnen bieden aan vijftig mensen. In dat huis was plaats voor die ongelukkigen, die uitgemergeld waren geworden door het gebruik van opium.
Slechts twee mensen kwamen opdagen toen het huis in gereedheid was gebracht. Langzamerhand vermeerderde dit getal en vooral, toen men bemerkte dat er baat bij werd gevonden. Voor velen volgde 11a de kuur in het „ziekenhuis" een volledig herstel en daarvoor waren de stakkers dankbaar. Verscheidene duizenden opiumschuivers zijn in de jaren, dat Studd daar woonde, tijdelijk opgenomen in het huis en het grootste gedeelte van de verpleegden kon gezond naar huis terug keren.
Zo ging ook de vijandschap verminderen en heel langzaam durfden enkelen de woning van de zendeling zelf betreden. De zendeling en zijn vrouw begonnen te winnen. Nu kon er ook gesproken worden over het eigenlijke werk waarvoor de zendeling was gekomen. Pas 1111 het vertrouwen enigszins was verkregen, kon gesproken worden over de dingen die ter zaligheid van node zijn.
Na een toespraak van Studd bleef een Chinees achter in het zaaltje zitten en begon een gesprek met de zendeling. De Chinees had gehoord, dat er genade te vinden is in het bloed van de Heere Jezus, maar dat kon toch niet voor hem, want. . . . hij was een opiumschuiver, een dief, een moordenaar! Hij was te groot zondaar!
We kunnen begrijpen hoe hier de zendeling een gepaste gelegenheid werd geboden om te spreken over de onuitsprekelijke liefde, die er in Christus is; dat de Heere Jezus Zijn leven gegeven heeft, niet voor vrienden, maar om zondaren met Cocl te verzoenen. Hij, die zijn zonden belijdt en laat, zal barmhartigheid geschieden.
De woorden van Studd hadden ingang in het hart van de Chinees. De man kwam tot diep berouw over zijn schuld, maar kreeg ook te geloven, dat in Christus zijn eeuwig behoud lag. Toen hij zo ver was gekomen, riep hij uit: „Nu moet ik naar de stad gaan, waar ik al mijn zonden en misdaden heb bedreven, en daar de blijde Boodschap brengen."
Zie hem daar gaan en hoor hem zijn vrienden en bekenden aanspreken, dat ze de zonden moeten laten en tot het geloof in Jezus Christus moeten komen! Met ernst en overtuiging spreekt hij, dat voor de grootste der zondaren nog zaligheid te zoeken en te vinden is.
Maar o, wat had die prediking een vreselijke uitwerking! De bevolking werd met nijd vervuld en door een joelende menigte werd de man naar de hoogste ambtenaar van de stad gebracht. Deze gezaghebber (mandarijn) veroordeelde de prediker tot tweeduizend slagen: clie dwaze dingen moesten ineens en voorgoed maar afgeleerd.
De straf werd dadelijk voltrokken. Met een bamboestok werd zo lang geslagen tot de arme man voor dood bleef liggen. Gelukkig ontfermden zich enige vrienden over hem en brachten de doodgewaande Chinees naar het ziekenhuis van Studd. Daar kreeg hij een zorgvuldige verpleging en na verloop van enige tijd kon hij overeind in bed zitten. En wat zei hij? „Als ik geheel beter ben, ga ik naar dezelfde stad terug om van het evangelie te getuigen."
In het ziekenhuis probeerde men hem van dat plan af te brengen, maar daar kwam niets van in: hij zou gaan en niemand mocht hem tegen houden! Nadat hij helemaal was hersteld, ging hij weer naar de stad en sprak over het geloof in cle Heere Jezus.
De gevolgen waren weer net als de eerste keer: weer werd hij voor cle mandarijn gebracht. Deze veroordeelde hem nu tot gevangenisstraf. Men kon zo'n man beter maar opsluiten, dacht men.
De cel, waar de man gevangen werd gezet, had open vensters en door clie vensters sprak cle gevangene cle voorbijgangers aan. Een menigte nieuwsgierigen verdrong zich 0111 die vensters en cle moedige man liet niet na clie mensenmassa aan te spreken. Dat werd spoedig bekend bij cle stadsregering en cleze zat echt met het geval. Wat moesten ze toch met zo'n man beginnen? Na lang overleg besloot men cle man maar vrij te laten, want in cle. gevangenis predikte hij nog meer dan wanneer hij in vrijheid was. Zo werd de man verlost.
Was zo'n voorval geen schone vrucht op het moeizame werk van Studd? Het had vijf jaren geduurd eer cle zendeling deze vrucht mocht aanschouwen. De Heere ziet niet naar het vele: er is blijdschap in de hemel over één zondaar clie zich bekeert. Er is blijdschap over één afgedwaald schaap, dat terecht wordt gebracht, meer clan over negen en negentig, die cle bekering niet van node hebben. Filippus moest een verre reis maken voor één moorman, die straks zijn weg met blijdschap zou gaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 februari 1957
Daniel | 8 Pagina's