OFFERS
Het Schuldoffer.
•Dit offer verschilt in alles zeer weinig van het cle vorige keer besproken zondoffer. Ook in de Bijbel leest men op cle ene plaats het bevel om een zondoffer, op een andere plaats om een schuldoffer te brengen. In het algemeen kan men zeggen, dat bij het zondoffer het zwaartepunt viel op de zonden tegen het Heiligdom in de meest ruime zin van het woord, en bij het schuldoffer op het schuldig staan in de zonden tegen de naaste. Hieruit blijkt dus wel, dat beide offers zeer dicht bij elkaar liggen, zodat ze dikwijls als in één adem worden genoemd.
Wanneer b.v. cle Israëliet de tienden of eerstelingen niet brengt, onthoudt hij iets aan het Heiligdom, dus aan God, maar tegelijk ook aan cle priester, dus zijn naaste, aan wie een deel hiervan toekomt.
Wanneer iemand van een ander iets in bewaring heeft en hij weigert clat terug te geven, dan zal hij dat toch moeten doen en een vijfde deel van de waarde bovendien. Hiervoor moet een ram geofferd worden als schuldoffer. Dit betekent dus verootmoediging en schuldbelijdenis voor God en mensen.
Ook het schuldoffer wijst ons heen naar het grote Schuldoffer uit Jesaja 53: „Doch het behaagde de Heere Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien; Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des Heeren zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan."
God wil niet, clat wij ons zullen vergenoegen met een algemene overtuiging van cle verzoening, clie bij Hem is; maar wij moeten stilstaan bij de overweging van de bepaalde kracht van het offer tot wegneming en reiniging van de zonden door Christus. Tot clie reiniging
heeft Iiij zich geofferd voor al de Zijnen.
Wij hebben nu behandeld het brand-, zond-en schuldoffer. Deze drie hangen ten nauwste samen met de schuld van de mens en de vergeving daarvan. Genoemde offers vinden echter hun hoogtepunt in het offer op de Grote Verzoendag, waarover we nu gaan spreken. "
De Grote Verzoendag.
Deze grote dag voor Israël begon als de zon van de voorgaande dag is ondergegaan (de tiende van de maand Tisri.) Was iedere Sabbat een rustdag, dit is wel een rustdag bij uitnemendheid: Ook alle ziel, die enig werk op diezelve dag gedaan zal hebben, die ziel zal Ik uit het midden haars volks verderven." (Lev. 23 : 30). Al het materiële wordt uitgeschakeld, opdat men zich volkomen zou concentreren op het geestelijke. Dit wordt nog beklemtoond door het bevel, dat de Israëlieten „hun zielen verootmoedigen" moesten. Hieronder moet o.m. verstaan worden een vasten, een zich geheel onthouden van eten. Dit is een uiting van droefheid: Mijn hart is geslagen en verdord als gras, zodat ik vergeten heb mijn brood te eten." (Ps. 102 : 5).
Nu gaat het op de Grote Verzoendag juist om die verslagenheid des harten, veroorzaakt door de grote droefenis over de zonden. Het gaat echter ook om Gods vergeving ervan. Dus droefheid en blijdschap. Een oud-Joods geleerde schreef eens: ..Wie Israël nooit gezien heeft in die ogenblikken, waarin de Hogepriester zich achter het voorhangsel in het Heilige der Heiligen bevindt, die weet niet wat smart is; en wie Israël nooit gezien heeft in het ogenblik, waarin de Hogepriester het Heiligdom verlaat om het volk, dat op zijn terugkomst wacht, te zegenen, die weet niet wat vreugde is". Deze beide, smart en vreugde, zijn de kenmerken van deze grote dag in Israël.
Om te beginnen moest er een „heilige samenroeping" plaats hebben. Dit gebeurde door het blazen op twee zilveren trompetten: Als zij met dezelve blazen zullen, dan zal de gehele vergadering tot u vergaderd worden aan de deur van de tent der samenkomst. (Num. 10 : 3). Dat verzamelen van de duizenden kunnen wij ons moeilijk voorstellen. Onze fantasie zal wel te kort schieten. Misschien kunnen zij, die op de Dam in Amsterdam de tienduizenden, de dicht opeengepakte massa tijdens één of an-• dere nationale gebeurtenis wel eens gezien hebben, zich nog het best een voorstelling maken. Het was in ieder geval een geweldig ontroerende gebeurtenis. Dit verzamelen had plaats des morgens om ongeveer 9 uur en dan begon op de Voorhof meteen de eerste handeling: et morgenoffer, een gedurig brandoffer. Gedurig, omdat het zich dagelijks herhaalde.
De hoofdpersoon in dit offer is voor deze. dag de Hogepriester, die op de Grote Verzoendag alle eenvoudig priesterwerk ook moest verrichten, naast het grote en heilige, dat straks nog komt.
Verder gebeurde het brengen van dit morgenoffer precies als op alle andere dagen. Daarna begonnen pas de handelingen en plechtigheden, die speciaal voor cleze dag verordineerd waren.
We zullen daar D.V. in een volgend artikel over schrijven.
Want mijn leeftijd is door wenen, Als een ijd'le rook verdwenen; Mijn gebeent', in droeven stand, Als een haardstee uitgebrand, Mijne ziel, door rouw bezweken, Kwijnt als gras in dorre streken; '/c Heb in mijn ellend vergeten Mijn gewone spijzen 't eten. Ps. 102 : 2.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1957
Daniel | 8 Pagina's