Wie zal kunnen zeggen: wat doet Gij?
Het werd een zware en langdurige strijd om het fort Zeelandia. Negen maanden lang duurde het, eer aanvoerder Coyet de witte vlag liet hijsen. De aanvallers hadden grote verliezen geleden. Bij de vredesonderhandelingen werd bepaald, dat Coyet met de heldhaftige verdedigers met krijgsmanseer zouden vertrekken, maar ze mochten niet langer op Formosa blijven.
Na een moeilijke tocht, in gehavende scheepjes, bereikten ze tenslotte Batavia. Men zou verwacht hebben, dat de moedige mannen met blijdschap verwelkomd zouden worden. Niets van dat alles: de bestuurders van de Compagnie waren woedend, dat Zeelandia verloren was gegaan. En zoals het zo vaak gaat, dat de onschuldigen worden gestraft, zo gebeurde ook hier. Wie was de schuldige? Dat was de aanvoerder Coyet, die de sterkte niet had kunnen houden en die zich lafhartig had aangesteld tegen Kok-Seng-A.
Coyet werd dan ook opgesloten om voor zijn „slechte" daad te boeten. De eigenlijke schuldigen, de onhandelbare Van der Laan en de vijandige Verburch, gingen vrijuit. Jaren later werd Coyet ontslagen uit zijn gevangenisschap, op voorspraak van stadhouder Willem III.
Na de val van Zeelandia was Kok-Seng-A heer en meester. Alles wat aan het christendom herinnerde moest opgeruimd. En zo ging het schone, dat met liefde en opoffering was bereikt, verloren. De heerschappij van de gewezen zeerover Kok-Seng-A duurde niet lang: een jaar na de inneming van Zeelandia waren zijn dagen geteld; de wrede man, die zoveel goeds had vernietigd, werd gedood.
Verscheidene pogingen zijn door de O.I.C, aangewend om het mooie eiland Formosa weer in handen te krijgen, maar het was alles zonder resultaat. Twintig jaar na de dood van Kok-Seng-A kwamen enkele overlevende Nederlanders in Batavia aan, om daar het vreselijke, dat na het vertrek van Coyet was voorgevallen, te vertellen.
Slechts een paar dingen op Formosa herinneren aan de korte bloei van de zendingsarbeid: de berg Hambroek, genoemd naar de heldhaftige en eerlijke predikant, en het meer Candidius, de eerste zaaier van het Woord des levens op het eiland. Ja, en toch nog iets anders: in 1889 werd op aandrang van ds. Cambell Campbell de vertaling van een gedeelte van de Heilige Schrift te Londen herdrukt. De engelse en canadese zendelingen, die thans op Formosa arbeiden, maken van die vertaling van Daniël Gravius een dankbaar gebruik.
De tegenwoordige zendelingen bouwen eigenlijk voort op het werk, door de Hollanders eenmaal met zo veel zegen aangevangen, maar dat zo wreed werd verstoord. Formosa is nu de woonplaats van Tsjang-Kai-Tsjek, de gewezen leider van het chinese volk, dat voor het grootste gedeelte communistisch wordt bestuurd. Formosa is ook thans een begerenswaardig land, dat door het rode China graag zou worden ingepalmd. Zou Tsjang-Kai-Tsjek daar moeten verliezen, dan zou het werk van heden in het belang van het christendom weer totaal teniet worden gedaan.
Gods wegen zijn zo wonderlijk. Wij zouden alles zo anders doen dan de Heere in Zijn wijs voornemen uitvoert. Wij zouden van Formosa een christenland hebben gemaakt, dat als sterk bruggenhoofd aanvallen zou kunnen doen op het vaste land van China, om daar onder de Boeddhisten en de navolgers van Confusius, de blijmaar van het Evangelie te laten horen, Gode tot heerlijkheid. Zo heeft de Heere het echter niet gewild en wij moeten ons daarbij neerleggen, met de hand op de mond.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 januari 1957
Daniel | 8 Pagina's