JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Van oud naar nieuw

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van oud naar nieuw

5 minuten leestijd

RONDKIJK

Dit is dan weer de laatste rondkijk, die dit jaar in „Daniël" opgenomen wordt. Als ons blad verschenen is, resten nog maar enkele uren en 1956 is weggezonken in de schoot der eeuwen. Voorbij.

Blijde en droeve dagen, zorg en leed, hebben zich afgewisseld. Er zijn vreugden geweest, maar ook diepe smart. Vreugden, dat er een mens geboren werd, dat er 'jubilea waren onder onze familie en kennissen, dat we slaagden voor het examen, een mooie baan kregen en talrijke andere meer.

Maar ook diepe smart. Dat we vader, moeder, vrouw of kind moesten verliezen; dat we weervden aan de groeve en nóg wenen, omdat we telkens de pijn gevoelen van de diepgeslagen wond.

Bij de wisseling van het jaar is het de gewoonte nog eens op te halen wat er in ons persoonlijk leven, in onze familie is gebeurd. Dat kan zijn nut hebben. Als we een ernstig leven lijden, gaan we niet klakkeloos aan de dingen die ons het naast staan, voorbij. En als het goed is, hebben wij met alles in God de Heere, te eindigen. Zowel met onze vreugde als met onze droefheid. Als we blijde dagen mochten genieten hadden we dat niet om onze verdienste, want we kunnen nergens geen rechten noch aanspraak op maken. We zijn vanwege onze zonden allerlei ellendigheden, ja, de dood zelve onderworpen. Wat hebben wij, dat we niet hebben ontvangen?

En als smart en droefheid, zorg en moeite ons deel is, dat we dan niet bijten in de steen. Ons hart is van nature zo opstandig, omdat we niet tot lijden zijn geschapen. Daar komt onze diepe val in uit. We kunnen het zo gemakkelijk zeggen en beschrijven om maar „eenswillend" te zijn met de weg — een diepe weg soms — waarin de Heere ons leidt, maar we moeten eenswillend worden gemaakt. Er is op dit terrein zoveel fatalisme, geloof in het onvermijdelijk noodlot, dat niets met de ware berusting heeft te maken. Het zijn er maar weinigen, die het bij alles wat hun wedervaart de catechismus kunnen nazeggen: „dat gezondheid en krankheid, rijkdom en armoede en alle dingen, niet bij geval, maar van zijn Vaderlijke hand ons toekomen." Dat zijn de gelukkigen, die door het dierbare geloof bij tijden boven de omstandigheden uitkomen', die kunnen spreken van „noch hoogte, noch diepte zal ons kunnen scheiden van de liefde van Christus."

In de oude formuliergebeden, achter in onze Bijbel — jongens, leest ge ze wel eens? — staan ten deze zulke kostelijke zaken. Daar lezen we in het gebed voor de zieken: „Kastijd ons liever hier, dan dat wij hierna met de wereld zouden moeten verloren gaan. Geef ons, dat wij dezer wereld en al wat aards is, mogen afsterven, opdat wij dagelijks, naar het evenbeeld van Jezus Christus, meer en meer vernieuwd worden."

Dat is van oud in nieuw gaan! We gaan nu het oude jaar uit en het nieuwe hopen we weer in te gaan. Als we dat nu eens mochten doen, wat bovengenoemde ziekentrooster zegt, alles wat aax'ds is afsterven en vernieuwd worden naar het evenbeeld van Christus, dan zou dat een gelukkige wisseling zijn. We zoeken onze bevrediging in de wereld en het bevredigt nooit. Een onzer ouden heeft eens gezegd, dat de ronde wereld nooit ons driehoekig hart kan vervullen. Er blijven altijd gaten, leegten over. Dat kan alleen de ware vreugde in God, een vreugde, die de wereld niet kent.

We leven in een geweldig decadente tijd. Er zijn spanningen in de wereld, als nooit te voren. Geruchten van oorlogen — geruchten wie had ooit gedacht dat die zo'n spanning zouden kunnen teweeg brengen, maar het staat in de Bijbel! — een koude oorlog, die misschien in een als nooit gekende zal overgaan. Dit jaar zijn we er nog voor gespaard, in onderscheiding van andere landen. Denk maar aan Hongarije, waar duizenden zijn gevallen en tienduizenden in de vreemde moeten ronddolen, verdreven van huis en haard. Beseffen we dat voorrecht, bij de overgang van oud en nieuw gezellig vertoevend in eigen familiekring?

Intussen woelt en werkt de geest van de antichrist door. Laten we ons niet in slaap laten sussen door de hoogconjunctuur waarin we leven! Alles verandert, wisselt, niets bestendigs hier beneên. Eén ding is nodig! — Als straks het kostelijke van het snode onderscheiden wordt, hoe zullen wij dan bestaan? Dat moet een vraag zijn, die ons bezig houdt. Onze vormelijke godsdienst, onze ijver, ons verenigingsleven, hoe nuttig en nodig, zal ons niet baten. Er zal iets moeten zijn, we zullen iets moeten weten van die mystieke kennis, van die verborgen omgang met God, want Hem te kennen is het eeuwige leven. Dat wordt zachtjes aan een vreemde taal op de wereld, men neemt maar aan, men „gelooft" maar, zonder iets te kennen van de waarachtige wedergeboorte, van die zeei zoete, wonderbare, verborgene en onuitsprekelijke werking des Heiligen Geestes. We mochten daar naar staan en leren vragen. Wie daar iets van kent, zal door het geschonken dierbare geloof de stormen die over de levenszee aanbreken, weten te doorstaan.

Van oud naar nieuw! Onze gereformeerde vaderen hadden geen aparte Oudejaarsavondviering. Eerst na de Franse revolutie moet dat ingeburgerd zijn geworden. Misschien komt dat daardoor, dat onze vaderen zich niet lieten ophouden door het oude, en dit deden om met kracht de loopbaan te lopen, die hun voorgesteld was. Onze ouden leefden, naar ik meen, meer in de toekomstverwachting dan de vromen van onze tijd.

Uw Koninkrijk kome! Dat wil zeggen: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarin gerechtigheid woont! Het oude voorbijgegaan — en dan — ziet, het is al nieuw geworden! De parousie, de wederkomst van Christus is aanstaande. Zijn komst op de wolken. Aan welke kant zullen wij dan staan? Die vraag mocht ons jonge leven beheersen. Niet alleen in oudejaarsstemming maar elke dag opnieuw.

Dat het onze jonge lezers en ook onze verenigingen zowel stoffelijk als geestelijk in het komende jaar wel moge gaan, is de hartelijke wens van uw

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 december 1956

Daniel | 8 Pagina's

Van oud naar nieuw

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 december 1956

Daniel | 8 Pagina's