Jaarwisseling 1956-1957
Een jaar vlood heen(; God heeft het opgeschreven In het gedenkboek voor Zijn aangezicht. Eén bede slechts is ons in 't hart gebleven. „Rechtvaardig Heer, treed niet in het gericht.
Gij hebt gezorgd, bij nachten en bij dagen. Uw gunst was niet verdiend, maar wel Uw straf. Vergeef ons Heer, vergeef ons zondig klagen En het vergeten van wat Gij otis gaf."
Straks, als het klokgelui weer heeft geklonken, Sirenes loeiden door de winternacht, Dan is dit jaar in d' eeuwen weggezonken „En dan o Heer, wat is 't dat ik verwacht? "
Wij horen reeds de naderende schreden In 't volkerenrumoer van Oost tot West. „Kom haastig Heer, " zo klimmen de gebeden Ten hemel met de rook van Boedapest.
De vromen vouwen bevende de handen En bidden met de Geest en met de Bruid „Kom haastig Heer, " nu over alle landen De hemelklok het „Maranatha" luidt.
Welhaast vergaat de wijsheid aller wijzen God slaat de koninkrijken met Zijn hand. Maar Sions berg zal onbeweeglijk rijzen Uit d' ashoop van de laatste wereldbrand.
Die Hem verbeiden en Zijn komst verwachten Vertwijflen niet bij oordeel en gericht Maar bidden om bij dagen en bij nachten In 't licht te wancTlen van Zijn aangezicht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 december 1956
Daniel | 8 Pagina's