JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Vergankelijkheid en heimwee

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vergankelijkheid en heimwee

4 minuten leestijd

Nog eenmaal kom ik op het bundeltje „Stroomversnelling" van Hella Haasse terug. De dichteres schrijft een gedicht „In het park". In dat park is het bladstil. Dat zegt de dichteres niet zó, maar dat maken we op uit haar woorden:

De hemel ligt verdronken in het meer. De wilgen staren roerloos neer in hun reflcxie, en cle zwanen trekken plechtig zilv'ren banen.

Het is of cle wilgen met welbehagen op hun reflexie (weerspiegeling) neerzien. Ook de zwanen zwemmen, niet omdat het nodig is, maar om zichzelf te behagen; uit plezier. En toch: alles lijkt zo vredig, maar dat is cle buitenkant slechts. Hoor maar:

Het groen is jong, maar droomt de weemoed al van herfsten bruin en bladerval. Mijn lijf draagt — als de slanke loten — bloei en dood in zich besloten.

Het jonge groen van de wilgen is er om straks weer te verwelken; zo is het ook met het leven van de mens na de bloei zal zeker het sterven komen. Het is een kringloop van komen en gaan en clat zelfde beeld zal steeds worden gezien:

De onvergank'lijke vergank'lijkheid: een caroussel, dat buiten tijd en ruimte wentelt: ik, de zwanen, bomen en gras — wij groeien, tanen, vergaan, en keren weer — en altijd weer mèt ons een spiegelbeeld in 't meer en op het water zilv'ren voren. —

De dichteres voelt zich verwant aan de zwanen en aan de wilgen en het water: ze heeft evenals die dingen een tijd van leven; de tijd gaat door, ook al is zij er niet meer; die tijd was er ook vóór dat zij werd geboren. Zij zegt dat op deze manier:

Tussen dood en dood geboren, en stervend in een leven eindeloos, der zwanen zuster, en aan roos en wilg en water hecht verwant drink ik mijn Fosco aan de waterkant.

Let op deze laatste regel: te weten, dat we hier niet blijvend zijn, leven we toch ons leventje op de manier om er van te maken wat er van te maken is; onder het overdenken van het vergankelijke, ook van onze eigen vergankelijkheid, nemen we de geneugten van het leven. Fosco staat met een hoofdletter en er wordt daardoor uitgedrukt alle soort genietingen, die er zijn; dat die genietingen nogal hoog worden aangeslagen!

Het bundeltje sluit met een geheel ander gedicht, waarin de dichteres zegt, dat alles wat op aarde voor haar wordt bereid, van God komt. Zij is op de aarde, maar heeft haar oorsprong uit God: de ziel heeft haar oorsprong van Boven, en daarom is die ziel als een gekooide vogel, die ontvluchten wil uit het ondermaanse. Hier komen we dicht terecht bij het platonisch verlangen, dat we opmerkten bij de dichter Boutens. Er is een heimwee naar het volmaakte. Geen wonder, want de Heere heeft ons goed en naar Zijn Beeld geschapen.

De eerste zin van Augustinus' „Belijdenissen" luidt: „Heere, ons hart is onrustig, tot het rust vindt in U." Maar eer die grote kerkvader tot deze uitdrukking komt, is er een oprechte schuldbelijdenis aan vooraf gegaan. Helaas, dan vinden we niet bij hen, die slechts heimwee hebben naar een vermoed geluk, dat veraf is van het aardse leven, dat vol angst, gevaar en teleurstelling is. Het slotvers luidt:

Wie van de volle beker proeft die Gij ons daag'lijks toebereidt weet dat die wijn geen krans behoeft — zij smaakt naar eeuwigheid. Gij wijst mij in dit dorre land een groen-beschaduwd, heimlijk pad waar boom naast boom een fakkel brandt van bloesem en voldragen blad. Gij wijst — dit is onnoemlijk veel — de ziel haar verre oorsprong aan van wiekendragend lichtjuweel diep uit uw diepsten glans ontstaan. Gekooide sterrenvogel, zing! van bloem en blad en hemelwijn — Oneindig wijkt de traliekring voor wie zich vrijzong van zijn pijn.

INDEX.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 december 1956

Daniel | 8 Pagina's

Vergankelijkheid en heimwee

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 december 1956

Daniel | 8 Pagina's