JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De processie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De processie

4 minuten leestijd

Na de jongste wereldoorlog wordt in Roomse kringen de wens voortdurend sterker om het processieverbod te laten vervallen.

Deze kwestie heeft een wending genomen sinds men deze wens via politieke stemmingen en juridische spitsvondigheden probeert door te drijven.

Sinds 1848 bestaat er in Nederland in zoverre een processieverbod, dat volgens de wet alleen daar een openbare godsdienstoefening buiten de gebouwen en besloten plaatsen gehouden mag worden, waar zij reeds in 1848 naar de wetten en reglementen was toegelaten. Hoe staan wij als Protestanten en als Nederlandse burgers tegenover de processies?

Om deze vraag zuiver te kunnen beantwoorden dient men enerzijds helder voor ogen te stellen wat nu eigenlijk een processie is en anderzijds wat de roeping van de overheid omvat.

De processie is iets totaal anders dan bijvoorbeeld de straatevangelisatie of een politieke toespraak. Deze beide laatste activiteiten kan men beschouwen als vormen van een principeverkondiging. Zij houden een oproep aan het straatpubliek in. Men kan zich aan deze „oproep tot het geweten" onttrekken en doorlopen.

De processie is geen vorm van verkondiging, want de aanschouwer wordt niet voor een beslissing gesteld.

De openbaringsvorm van de processie stelt het publieke leven voor een voldongen feit.

Volgens Roomse visie wordt bij de processie het Allerheiligste, n.1. Jezus Christus in broodsgedaante, uit de kerk op straat gebracht en feestelijk rondgedragen.

Bij de omgang wordt geen keuze meer verwacht en zeker geen afwijzing verdragen. Er wordt alleen op knielende, aanbidding gerekend. Uit het voorgaande komt duidelijk naar voren, dat de staat in een groot onzichtbaar kerkgebouw wordt herschapen. En de dwangpositie waarin niet-Roomsen tijdens processies komen te verkeren is wel het kernpunt van deze materie.

De straatruimte clie cloor een processie in beslag wordt genomen is gemeengoed voor alle burgers. Wordt nu zulk een terrein tijdelijk beheerst cloor een openbare godsdienstoefening, clan is dit absolutisme. Van Roomse zijde wordt wel opgemerkt clat men ook ten opzichte van cle straatprocessie zijn vrijheid behoudt — men kan neutraal reageren en het geheel negeren. Wie cle processie echter afwijst en geen aanstoot wil geven is genoopt een andere weg te kiezen, want cle straten zijn niet meer vrij. Het eenvoudige Roomse kerkvolk neemt geen neutrale houding aan tegenover passerende personen die geen eer bewijzen aan de hostie en treedt dan meermalen dreigend op.

Over de roeping van de overheid is weinig te zeggen. Als men verwijst naar het onverkorte Artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis is men snel klaar. Dit Artikel laat geen ruimte voor de overheid om te schipperen, want het geeft duidelijk aan hoe er gehandeld moet worden ten opzichte van: afgoderij en valse godsdienst.

Ten aanzien van dit Artikel mag wel eens vermeld worden, dat het in de praktijk weinig gediend heeft. Als bewijs kan b.v. aangevoerd worden de houding van cle overheid tegenover de Remonstranten. In 1619 werden 38 Remonstrantse predikanten het land uitgezet omdat zij de Acte van Stilstand niet ondertekenden. Dit was en drastisch en naar Artikel 36. Echter let op, reeds 11 jaar later wordt in Amsterdam hun eerste kerk geopend en in 1634 wordt eveneens te Amsterdam het Seminarium der Remonstranten in gebruik genomen.

Het bindend gezag van cle belijdenis is dan reeds doorbroken.

De Roomsen en Doopsgezinden worden eveneens op de duur geduld.

De tegenwoordige verhoudingen zijn geheel gewijzigd. Het gereformeerde volksdeel clat zich nog achter het ongewijzigde Artikel 36 stelt, maakt een klein deel uit van het gehele volk.

De Roomsen zijn numeriek ontegenzeggelijk sterk en worden in hun wensen gestut cloor al degenen die de geestelijke vrijheid propageren.

Het openbaar toestaan van de processie zou een grote overwinning betekenen voor Rome en een slag in het aangezicht van het gehele Protestantisme inhouden. Tot slot mag evenwel geconcludeerd worden, clat processies te veroordelen zijn uit godsdienstige en wettige overwegingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 november 1956

Daniel | 8 Pagina's

De processie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 november 1956

Daniel | 8 Pagina's