Hongarije
RONDKIJK
Na alles wat zich de laatste weken in Hongarije heeft afgespeeld en er nog plaats heeft, kan uw rondkijker niet nalaten, daarover ook iets in „Daniël" te schrijven. Het ligt niet in zijn bedoeling, het monsterachtige bloedblad, dat in Boedapest door de Sowjet is aangericht, en waarover in heel de vrije wereld — ook in ons land — vol afschuw is gesproken en geschreven, ten voeten uit te tekenen. „Daniël" is daar het blad niet voor; we geven sléchts een klein stukje historie van dit roemruchte volk, dat niet voor de eerste keer voor haar vrijheid moet vechten en knopen daar enkele beschouwingen aan vast.
Hongarije, gelegen aan de Donau, in het hart van Europa, is een betrekkelijk klein land, 93.000 km2 groot, dus bijna driemaal zo groot als Nederland. Het is echter niet dicht bevolkt, het telt maar ruim 9 miljoen mensen. Daarvan is 66% rooms-katholiek en 27% Protestants. Een groot deel van die 27% is Calvinistisch, n.l. 21%. De oudste universiteit van Hongarije, die van Debreczin, is een gereformeerde of hervormde universiteit. Reeds in de 16e eeuw kwamen jonge mannen theologie studeren in ons land, zodat er tussen Hongarije en Nederland steeds sterke banden hebben bestaan. Menige Hongaarse theoloog studeerde in Amsterdam of Utrecht; de bekende Prof. Severijn ontving zelfs èen ere-doctoraat van genoemde universiteit.
De verwantschap van Nederland bestaat al van eeuwen terug, waarbij we maar behoeven te herinneren aan Michiel Adriaanszoon de Ruijter, die in de haven van Napels 26 Hongaarse predikanten, die door de roomse vervolging op de galeien waren geklonken, uit de hand van hun vijanden heeft bevrijd. Te Debreczin is voor de Zeeuwse Admiraal een standbeeld opgericht.
De Hongaren zijn een Aziatisch volk van Mongoolse afkomst. In oude tijden heeft de koning der Hunnen, Attilla, er zijn hoofdkwartier gehad en, ofschoon ze niet van deze barbaren afstammen, is het eerste deel van hun naam (Hon) aan de Hunnen ontleend. Sedert 1000 jaar n. Chr. is het een onafhankelijk . rijk geweest, nadat omstreeks 900 de Magyaren of Hongaren, , een volk uit Zuid-Siberië, zich er had gevestigd.
Door de eeuwen heen is een ontembare vrijheidszin het kenmerk der Hongaren geweest en voor hun vrijheid zijn stromen bloeds gevloeid. Vele oorlogen aijn over dit land heengegaan, waarom het een veelbewogen historie heeft. Omstreeks 1700 werd het door de Oostenrijkers veroverd, tot 1918 is het met dit land verbonden geweest. Na de eerste wereldoorlog kwam een nieuwe periode van onrust. Onder Bela Kun kwam er een communistische Radenrepubliek, die echter maar één jaar bleef bestaan. Admiraal Iiorthy trad op als regent. De daarna gesloten vrede met Trianon beroofde Hongarije van vele km2 grond, die het verloer aan Roemenië, Joego Slavië en Tsecho Slowakije. Hongarije slonk tot een derde deel van het oude koninkrijk. Ten tijde van Hitier verbond men zich met Duitsland tegen de Russen, ofschoon de meeste Hongaren anti-nazzi waren.
In 1944 bezetten de Russen het land, dat zwaar werd geteisterd. Vooral Boedapest had hevig te lijden. Sympathie voor het communisme was er niet, want in 1945 stemde slechts 17% voor de communisten! Na 1947 nam de macht van het communisme toe en werd de beruchte Rakosy de grote man. Hongarije werd een satellietstaat van Rusland. Kardinaal Minzentie werd in 1948 tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld. Ook binnen de communistische partij vonden zuiveringen plaats; de gewezen minister van Buitenl. Zaken, Rajh, werd op bevel van Stalin vermoord. Na de destalinisatie werd hij gerehabiliseerd en een herbegrafenis gegeven. Rakosy verdween en onder de gematigde communist Nagy scheen een betere tijd aan te breken.
We kennen verder de geschiedenis van de laatste weken. De Russen stonden meer vrijheid toe, maar slechts tot een bepaalde grens. Zij wensen n.l. de absolute zekerheid te hebben, dat de strook van landen, die zich op het voorterrein naar het Westen bevindt, volledig in hun macht blijft. Toen de Hongaren naar de volle vrijheid grepen, kwam van het Kremlin in Moskou het bevel in Hongarije een afschuwelijk strafgericht te houden, om de andere oost-europese volken, de lust tot een opstand tegen het Sovjet-communisme te doen vergaan.
Het gebeurde in Hongarije heeft de vrije wereld wakker geschrikt. Het communisme is — ondanks de lach van Boelganin c.s., waardoor velen .werden betoverd — in zijn ware gedaante voor het voetlicht getreden. Het communisme is niet veranderd en verandert ncoit. Het slot van het communistisch manifest van Marx en Engels uit de vorige eeuw luidde: „dat hun doeleinden slechts bereikt kunnen worden door ïe gewelddadige omverwerpingder ganse maatschappij. Laten de heersende klassen voor de communistische revolutie sidderen." Er is dus in het systeem nog niets veranderd. Hoogstens zal het uit opportunistische overwegingen af en toe de teugels wat vieren, maar als het paard, dat de vrijheid wenst, wat hard aan de teugels rukt, wordt hem het bit wreed in de mond getrokkeni. Het bloedbad in Hongarije is er het bewijs van. # « *
We hebben dit stukje historie gegeven, omdat men een volk uit zijn geschiedenis moet leren kennen. Nederland heeft dit met Hongarije gemeen, dat het ook zijn vrijheid heeft moeten bevechten. Denk maar aan de 80-jarige oorlog tegen Spanje. En wat is ons kleine land groot geworden, cmdat het naar Gods Woord en Wet wenste te leven. En hoe is het nu? Indië zijn we kwijt, we zijn in feite een vazalstaat geworden van de grote mogendheden. Waarom? Omdat we van het heilspoor zijn afgegaan. Daarom kan vreze ons hart vervullen. Het is goed, dat we met dat naar vrijheid smachtend volk meeleven, dat we voor de vluchtelingen onze beurzen openzetten, ons geld en ons goed er voor geven en er voor bidden en vragen dat de dageraad der bevrijding spoedig voor hen aanbreekt. Dat alles is noodzakelijk. Maar er ligt voor ons volk in zijn geheel een grote les in. Nooit, nooit zullen we kunnen bestaan tegen de Gode vijandige machten, indien we de Heere der heirscharen Zelf niet aan onze zijde hebben. Dat is eens zo geweest in ons kleine land. Overheid en onderdaan, we zullen in de schuld moeten, hoofd voor hoofd. Erkennend, dat we ons het waardig hebben gemaakt om vanwege ons afwijken van Gods geboden onder de voet te worden getreden. Toen Israël van de Heere afweek, verkocht Hij ze in de hand der omliggende volkeren. In terugkeer tot Zijn Woord en Zijn inzettingen kan er alleen verwachting zijn. De vrees voor een derde wereldoorlog met al zijn verschrikkingen, erger dan ooit te voren, is niet ongegrond. De Heilige Schrift leert ons, om op de tekenen der tijden te letten. Oorlogen en geruchten van oorlogen, ze volgen elkaar nu snel op. De Kerk des Heeren, overgebleven als een hutje in de komkommerhof, komt meer en meer in de verdrukking. Gods volk, midden in het rumoer der volkeren, kan soms ook zo met bange vrees vervuld zijn. Tot hen echter richt de Heere Zijn vertroostend woord: hebt goeden moed, Ik heb de wereld ovei'wonnen! Zij hebben dus met een overwonnen vijand te doen. Al deze dingen moeten geschieden — en nog is het einde niet! Maar dan zegt de Heere Jezus, als dit zal beginnen te geschieden, zo ziet omhoog en heft uw hoofden opwaarts, omdat uw verlossing nabij is. Gelukzalig volk, die onder die zegen besloten ligt. Atoombommen hebben daar geen vat op. Wie tot dat volk behoort, ligt onder de grootste veiligheid besloten.
RONDKIJKER
P.S. Van de redaktie ontving ik nog enkele brieven over de vakbonden. Met veel interesse heb ik er kennis van genomen, vooral van de brieven uit Rijssen. De inzenders zullen begrijpen, dat we er niet over bezig kunnen blijven; Daniël is geen strijdblad om al de meningen tegenover elkaar uit te meten. Het punt — ik onderstreep dit nog eens — is aangesneden om eens te weten hoe men er in onze kringen over denkt. De cijfers die men mij uit een van de Ger. Gemeenten zond van leden, die bij neutrale vakbonden zijn aangesloten, hebben mij ontsteld. Ik moet dat ten sterkste veroordelen. Wat niet wil zeggen, dat ik daarmee de Chr. vakbonden wil preconiseren. Met de inzenders ben ik eens, dat ook daaraan veel kleeft wat uit de boze is. Het komt mij voor dat het een vraagstuk is, dat niet door uw rondkijker, maar door kerkelijke bevoegdheden in onze gemeenten (classes en synoden) behandeling behoeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 november 1956
Daniel | 8 Pagina's