JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Heeft de mens bewegingsvrijheid?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heeft de mens bewegingsvrijheid?

4 minuten leestijd

De werken Gods (16.)

In ons vorig artikel zagen we, dat de mens een eigen bestaan heeft ontvangen en dus ook een eigen bewegingsvrijheid. Wanneer we echter over bewegingsuri/'heid spreken, moeten we met deze uitdrukking zeer voorzichtig zijn, omdat zij zo spoedig tot misverstand aanleiding kan geven. We bedoelen geen bewegingsvrijheid van de mens tegenover God; maar een vrijheid van beweging ten aanzien van onze medeschepselen. Een huis, een stuk land, een boom, een rots, die alle hebben geen bewegingsvrijheid. Waar ze vandaag staan, staan ze ovelr hdnderd jaar nog, tenzij , ze ineenstorten; maar in ieder geval kunnen ze zichzelf niet verplaatsen. En nu zeggen wij dat, in onderscheiding van levenloze schepselen ën levenloze voorwerpen, die geen enkele bewegingsvrijheid bezitten, de mens wel degelijk vrijheid van beweging en van handeling bezit; hij kan — naar de mens gesproken — doen en laten wat hij wil. 84

Dat die bewegingsvrijheid algemeen erkend wordt, verstaat ieder duidelijk. U vraagt bijv. aan een vriend: „Komt u vanavond bij mij aan huis? " En reeds met het stellen van die vraag erkent u, dat de aangesprokene naar eigen believen ja of neen kan antwoorden. Dat hij dus u kan komen bezoeken als hij wil; en dat hij het laten kaïi, als hij niet wil.

Ieder, die dit artikel leest, is abonné op „Daniël." Dat bent u niet geworden zonder uw wil, maar het is uw eigen vrije keus geweest, toen u korter of langer tijd geleden u als lezer of lezeres van dit blad hebt laten inschrijven. En als er een agent zou gekomen zijn, die tot u gezegd had: „U moet dit blad gaan lezen; ik wil het, en u moogt niet weigeren, " dan zou u, in plaats van aan zulk een opdringen toe te geven, de brutale man hebben toegevoegd: „Of ik abonné wil worden of niet, dat zal ikzelf wel uitmaken; ik ben daarin geheel vrij, en ik doe en laat wat ik-zelf wil!" En daarin zou u dan volkomen gelijk hebben.

Maar evenzo zeker als wij mensen bewegingsvrijheid, en vrije wilskeuze bezitten tegenover en ten aanzien van onze medeschepselen, evenzo zeker staan wij tegenover God onze Schepper niet vrij in ons handelen en bewegen, maar wordt al ons doen en laten bepaald door Zijn Voorzienigheid, en wel bepaaldelijk door de daad van Zijn medewerking.

Door de onderhouding Gods — we zagen dat reeds eerder — verstaan wij, dat God door Zijn alvermogende kracht alles in en aan ons in zijn wezen, bekwaamheden en vermogens bewaart en instandhoudt; en door de medewerking Gods verstaan wij, dat de bedrijvigheid, de handelingen, de functionering van onze vermogens te danken zijn aan Gods Voorzienigheid, en dat Hij met Zijn kracht zó in ons doen en denken invloeit, dat wij wezenlijk tot stand kunnen brengen, wat wij ons voorstelden. Het Gereformeerde begrip van de medewerking Gods is dienvolgens, dat God met een bijzondere, onmiddellijk aanrakende werking ieder schepsel bij iedere beweging en werkzaamheid, eer het zich beweegt, voorkomt, bepaalt, gaan-

de maakt, in die beweging houdt en in alle onderoorzaken en hun bewegingen en werkingen als de eerste Oorzaak doordringt tot het laatste uitwerksel toe. Zo alleen wordt tegenover alle Pelagiaanse en Remonstrantse bekortingen van Gods souvereiniteit de volle waarheid en kracht erkend en geërbiedigd van het reeds genoemde apostolische woord: „In Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij."

Nu dringt zich echter een vraag aan ons op, wanneer wij zó de souvereiniteit Gods in het leven en de handelingen der mensenkinderen handhaven. De vraag, waarop wij doelen, is deze: „Als de Heere God dan zo van ogenblik tot ogenblik met Zijn aldoordringende kracht de mens doet handelen en bewegen, is de mens dan toch eigenlijk niet geheel lijdelijk in zijn doen? En als God de Heere elke daad en elke gedachte niet slechts bestuurt, maar er zelf de kracht en de stuwing toe geeft, is God dan niet de schuldige oorzaak, wanneer de mens gedreven wordt in een richting, die zondig is, en is de mens dan zelf niet onschuldig en derhalve onstrafbaar? "

De beantwoording van deze vraag, die niet in een enkele regel kan geschieden, stellen we uit tot de plaatsing van ons volgend artikel, zo de Heere wil en wij leven; om dan te luisteren naar wat Gods Woord hierover zegt, en dat wel in aansluiting met de stem van het geweten. Want al wil ons boze hart het niet toestemmen, onze consciëntie moet toch God gelijk geven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 november 1956

Daniel | 8 Pagina's

Heeft de mens bewegingsvrijheid?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 november 1956

Daniel | 8 Pagina's