Vakbonden (II)
RONDKIJK
Op het artikel dat ik de vorige keer geschreven heb over de Vakbonden, kwamen enige brieven binnen, waar ik erg blij mee ben. Eer ik daar iets over mededeel, moet ik eerst een misverstand wegnemen. Een van de schrijvers was van mening, dat ik min of meer het aansluiten bij een vakbond wilde propageren en ook, dat ik critiek zou hebben op de uitspraak van de Generale Synode in 1922. Ik moet zeggen dan is het niet goed gelezen, want geen van beide is waar. Ik heb het vorige stukje geschreven om contact met de jongerengroep te krijgen en uit hun eigen mond eens te horen, hoe zij over deze dingen denken. Gezien het aantal brieven dat ik ontving zou ik zeggen: mijn opzet is gelukt.
Een zeer uitvoerig epistel ontving uw rondkijker van een lezer te Uttecht die zeer goed in de materie is georiënteerd — namen noem ik liever niet — welke een fel tegenstander bleek te zijn van de vakorganisaties, zoals deze zich in onze tijd openbaren. Deze scribent wees op de statuten waarin in art. 2 de Bijbel wel als Gods Woord wordt aanvaard en als enig richtsnoer erkent, maar in diezelfde statuten (huish. reglement C.M.B. art. 62) wordt gesteld, wanneer bij geheime stemming tot staken wordt besloten, zulks met bekrachtiging door het bondsbestuur zal worden geproclameerd. De mogelijkheid tot staken is er, en art. 13 huishoudelijk reglement laat zelfs nog ruimte, om een niet door de bond geproclameerde staking te financieren. Onze vriend uit Utrecht zegt zeer terecht: „hoe men zulks allemaal op Gods Woord baseren kan is mij volkomen een raadsel." Hij voegt er aan toe, dat op grond van de uitspraak van de Gen. Synode van 1922 het lidmaatschap (in dit geval van een Chr. vakorganisatie) niet geoorloofd is. De Generale Synode spreekt daar echter geen oordeel over uit („geen oordeel uitsprekende over maatschappelijke organisatie" staat er) maar wel over stakers of uitsluiters. Die komen onder censuur. . Het komt mij voor, dat de Synode het aansluiten bij een vakorganisatie aan het geweten over laat, evenals het verzekeren onder de consciëntie gevallen wordt gerekend. Door geredeneerd heeft de schrijver echter volkomen gelijk, omdat men bij toetreding als lid de statuten onderschrijft en bij een e.v. stakingsafkondiging verplicht is daaraan actief deel te nemen. Dit doende, zal men geen lid van de Ger. Gemeente kunnen zijn.
Hierboven zei ik reeds blij te zijn met de ontvangen reacties, omdat ik daaruit iets mocht vernemen van. de strijd die enkelingen om hun beginsels wil hebben te voeren. Onze Utrechtse vriend schreef mij voorbeelden, hoe ongeorganiseerden op sommige bedrijven worden geboycot omdat ze zich tegen hun geweten in niet wilden laten dwingen te organiseren. Uw rondkijker heeft daar groot respect voor, te meer, omdat voor zulken dikwijls promotie onmogelijk wordt gemaakt.
De andere brieven liggen in dezelfde geest. Een belijdend lid van onze gemeenten uit Apeldoorn, aangesloten bij een chr. vakvereniging schreef mij dat de ervaringen die hij er had opgedaan, zozeer in strijd waren met Gods Woord, dat hij zich had laten schrappen. Ook was er een zeer sympathieke brief bij van een jonge landbouwersknecht uit Zeeland die de „machtsontplooiing" in de chr. vakbond zo zeer tegenstond, dat hij met zijn geweten in conflict kwam om er langer lid van te blijven. Alleen was ik het niet met de laatste schrijver eens, wanneer hij voor de keuze gesteld zou worden, liever lid tc worden van de N.V.V. dan van het C.N.V. In het vorige artikeltje heb ik duidelijk gesteld, dat men 1 daar de „doorbraakmannen" mee steunt en dit is zeker geheel in strijd met Gods Woord. Meedraven in een socialistische organisatie komt toch niet overeen met onze beginselen.
Ik was mij bewust een vraagstuk te hebben aangesneden, dat niet gemakkelijk is. Toch ben ik blij, dat ik het gedaan heb. Er wordt vaak angstvallig over gezwegen, terwijl we toch midden in dit probleem zitten. Er zijn jongeren, die nu openlijk hun mening hebben geschreven.
Concluderend kunnen we zeggen, dat ook bij de Chr. vakorganisaties gesproken wordt „van de rechten van de mens", dat stakingen zo nodig worden uitgeroepen, dat er gestreefd wordt naar medezeggenschap in de bedrijven. „De wettelijk geworden ondernemingsraad is daar reeds mede het resultaat van" schreef mij iemand. Terecht voegde hij er aan toe: „En hoewel deze nog geen verontrustende bevoegdheden heeft, is ze als een eerste stap te beschouwen op de weg van algehele democratisering van het bedrijf, wat een aanranding betekent van de Goddelijke ordinantiën omtrent het bezit. Organisering van een bedrijf ligt alleen op het werkterrein van de directie die het bedrijf exploiteert. Ieder ingrijpen van de werknemer al is het dan ook collectief, acht ik aanmatigend, zelfs revolutionair."
Zijn er van onze jongens aangesloten bij een chr. vakorganisatie of worden zij er toe aangedrongen, mogen zij deze dingen eerst wel eens ernstig overdenken.
Als men er lid van is, is het zaak zijn overtuiging niet onder stoelen of banken te steken, maar eerlijk voor zijn mening uit te komen.
We zullen het nu hierbij laten. Het geschrevene zal mogelijk aanleiding geven, dat op onze J.V.'s dit vraagstuk, waaraan vele facetten vastzitten, verder wordt doorgesproken. Als we met Gods Woord te rade gaan, zal het niet moeilijk zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 november 1956
Daniel | 8 Pagina's