JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Op de Karmel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Op de Karmel

2 minuten leestijd

Israël is opgeroepen. Isrels stammen treden aan. Ook zien wij de Baaipriesters, Naar 't Gebergte Karmel gaan. Israël, nu moet ge kiezen! 't Gaat om Baal of om God. Zelft hebt gij alree ervaren. Allerdroevigst is ons lot. De gescheurde aarde predikt: God is vreeslijk in zijn daan. Als de hemel is gesloten, Kan geen Baal helpen gaan. Als Elia heeft gebeden, 't Was een mens precies als gij — Wel dan hebt ge het ervaren, Door Gods almacht kwijnen wij.

Baals priesters mogen huppelen, Springen, dansen rond 't altaar, Maar geen vuurstraal daalde neder, Op 't geroep der priesterschaar. Bloedend moge men zich wonden, Blijven roepen uur na uur, Het geroep wordt niet beantwoord. Alles is er, maar géén vuur!

Gods profeet weet tijd en wijze. Nu is het Elia's beurt. Hij die Baals woeste dienaars, Spot slechts waardig heeft gekeurd, Hij moest 's Heeren altaar helen, Dat helaas verbroken was. En dus nam hij twaalf stenen, Daardoor toonde hij alras: 't Volk mag niet gescheiden leven, Israël hoort één te zijn. Bij dat altaar staat Elia, In zichzelven o zo klein.

Vuur daalt neder van de hemel. Israël heeft weer aanschouwd: Aan Elia zijn Gods woorden, Wederom hier toevertrouwd. Nu heeft Israël gekozen. Het klonk luid: De Heer' is God. Afgeslacht zijn Baals dienaars, Allervreeslijkst was hun lot.

Karmel's hoogte predikt luide: Kiest U wien ge dienen zult. Hink toch niet op twee gedachten, Wijl God nimmer halfheid duldt. Baal kan U nimmer helpen. Van de Heere moet 't verwacht. Hij is 't Die nog weer na dezen, Aan Zijn Israël gedacht. Bij het ruisen van de regen, Liep Elia voor zijn vorst, Die hem een beroerder Isrels, In zijn woede noemen dorst. Milde regen allerwegen, God gedacht aan Zijn verbond, Waar Hij toch Tiog een Elia, Biddende voor Isrel vond. Ja, een toegesloten hemel, Moet alsdan wel open gaan. Want God laat geen ware bidder, In z'n hulpeloosheid staan.

En toch was ook die Elia, Maar een mens gelijk als wij, Bidt, u zal gegeven worden, Is de les voor U en mij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 oktober 1956

Daniel | 8 Pagina's

Op de Karmel

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 oktober 1956

Daniel | 8 Pagina's