Stem en tegenstem
Immers is er een God, Die op aarde richt (Ps. 58). de
Immers is er een God, Die op aarde richt (Ps. 58). de
Het is volkomen begrijpelijk, dat de na-oorlogse generatie van dichters het vreselijke van het bloedbad tracht uit te beelden; clat hun werken spreken van vernieling, dood, angst en eenzaamheid; dat er grote vertwijfeling is zonder uitzicht: zal het wrede slachten zich niet spoedig herhalen?
Hella Haasse (dichteres geboren 1918 te Batavia) laat in liet kleine bundeltje „Stroomversnelling" een Stem spreken in cle Rei van stedelingen over het dogma van het staal: niets is bestendig clan de macht, die zich uit in vernieling, marteling en onrechtvaardigheid.
De Stem begint:
Geslacht tot rouw geboren — wat bleef ons toebehoren uit deze smeltkroes tijd dan pijn en eenzaamheid?
Zij, die in deze smeltkroes moeten leven, zullen brakke droesem in cle mond hebben, met een stekend gevoel in de ingewanden:
Den feilen dorst te stillen van wie nu leven willen: één mondvol droesem, brak en heet die onze darmen vreet.
De wegvoering had plaats in het jaar 3414 na de schepping of anders gezegd 586 j. vóór Chr. Dit jaartal staat vast. In de ongewijde oude geschiedenis komt men het herhaaldelijk tegen, speciaal in de Babylonische chronologie.
In de derde lijst hebben we alleen de koningen van Juda genomen. We hadden net zo goed die van Israël kunnen hemen en we zouden dan hetzelfde resultaat gekregen hebben. Ook zouden we de koningen van Juda inet die van Israël hebben kunnen combineren. Orn het niet te ingewikkeld te maken, hebben we dat maar nagelaten.
Zo hebben we dus aan de hand van een drietal lijsten aangetoond, dat er tussen schepping en het begin onzer jaartelling ongeveer 4000 jaren liggen. We hebben dat gedaan op grond van gegevens uit de Heilige Schrift.
De eerste lijst bestrijkt de tijd van schepping tot Abraham, de tweede van Abraham tot Salomo en de derde van Salomo tot de wegvoering.
We hopen met deze artikelenserie onze studerende jonge mensen een vastere grond onder de voeten gegeven te hebben dan alle mogelijke ongeloofstheorieën.
EINDE.
Het bundeltje vei Scheen in het jaar 1945, dus waren cle indrukken van cle wereldbrand nog vers:
Geen vogels zijn te horen bij 't razen der motoren — cle rode adem van 't kanon brandt heter dan de zon.
En dan te moeten bedenken, dat de Heere alles zo schoon heeft gemaakt; dat er een lusthof Eden wasl Welke bloemen gaan nu van onder het puin bloeien? Hoor maar hoe cle dichteres het zegt:
O wereldhof — o wondertuin er bloeien schedels uit het puin van dit verloren Eden.
De steden moesten het in cle eerste plaats ontgelden; daarom ook Rei van stedelingen:
De Zaaier sloeg met milde hand tienduizend trechters in het zand — het vruchtbaar zand der steden.
En hoe werden die gaten geslagen? Door cle bommenwerpers, die als een zwerm bijen aankwamen. De sirenen loeiden in de stad, maar het geluid was ijl, vanwege het dreunend geluid der luchtreuzen. En het gevolg was? In zes regels zegt Hella Haasse alles:
Een grijsmetalen bijenzwerm dook gonzend naar het ijl gekerm van wachtende sirenen
en aan den harden grond ontsproot liet brandend bloeïsel van den dood: een roos van bloed en stenen.
Als dit alles gehoord en gezien is, elke dag op nieuw, wat moet dan de slotsom zijn?
Voor ons het dogma van het staal, het onrecht en de martelpaal — en dit van dag tot dag gewis: Dat God niet is en nergens is.
De uitspraak is gevolgd, die zo velen in de bange oorlogsjaren hebben gebezigd: als er een God was, dan zou Hij dat toch niet kunnen gedogen!
Maar dan komt er in de Rei van stedelingen een Tegenstem, die een teken vraagt van God:
Zendt ons een weerlicht, een signaal, dat Gij, dienvolgens 't oud verhaal de mens hebt naar Uw beeld gemaakt — nog steeds aan onze einder waakt.
En het teken is er:
Hoog boven wat aan scherven viel — de krater van het projectiel, het puin der kathedralen —
Staat fonk'lend aan den horizon als middernachtelijke zon Uw helle ster te stralen.
En wie eenmaal dit teken ziet hervindt zichzelf en twijfelt niet: Daar valt niet meer te vragen.
De dichteres vindt dus haar rustpunt in de aanwezigheid van God, ook in de oordelen. Nu is het jammer, dat ze verzwijgt, hoe ze God vindt. Dat zal alleen maar kunnen in het Aangezicht van de Heere Jezus Christus. Deze laatste Naam wordt niet genoemd; er staat alleen: Wij hebben God gevonden:
De ziel blijft ongeschonden Wij hebben God gevonden — een vaste wal, burcht van bazalt waarvoor de vijand valt.
Wie zich dus heeft bezonnen bezit onoverwonnen de laatste loopgraaf in het zand: Dié stelling houdt nog stand!
INDEX.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 oktober 1956
Daniel | 8 Pagina's