Contactavond van bestuursleden der Jongeliiigsverenigingen
Zaterdag 29 sept. j.1. werd te Dordrecht in het vergaderlokaal van het kerkgebouw aan het Kasperspad een vergadering gehouden van bestuursleden onzer jongelingsverenigingen.
Er was voor deze contact-samenkomst een flinke bclun^slcllizig, .v'? « - door de voorzitter van deze vergadering, de weleerw. heer ds. H. Rijksen in zijn openingswoord met dankbaarheid werd geconstateerd.
Om 4 uur opende ds. H. Rijksen deze vergadering, liet zingen Ps. 119 : 17, las Ps. 119 : 9—24 en ging voor in gebed. In zijn openingswoord heet de voorz. de aanwezigen hartelijk welkom en spreekt er zijn blijdschap over uit, dat zovelen aan de oproep hebben gehoor gegeven; onze verwachting, aldus de voorz. wordt wel overtroffen. Wij hopen op een vruchtdragende bespreking, die aan het J.V. werk ten goede zal mogen komen. Want helaas moeten wij allerwege een afbrokkeling waarnemen van het verenigingsleven.
Er zijn veel oorzaken te noemen, die daartoe de aanleiding zijn, maar het is onze dure plicht te trachten met al wat in ons is op deze afbrokkeling een rem te zetten en tegen verdere afbrokkeling een dam op te werpen.
Met de wens dat uitwisseling van gedachten, hoe men het hier en daar op de verenigingen doet, het J.V. werk in het algemeen ten goede zal komen, besluit ds. Rijksen zijn openingswoord.
Er ontspint zich nu een levendige discussie, waarbij voornamelijk de volgende vragen naar voren komen:
„hoe kunnen wij het beste onze (jongere) leden animeren voor het J.V. werk"?
„hoe moet onze werkwijze op de J.V. zijn"?
„op welke wijze scheppen wij de juiste sfeer op onze vergaderingen"?
Hierover gaan voornamelijk de gesprekken. Een enkele maal wordt daarbij ook het woord „sleur" genoemd en dat vinden sommige vrienden niet zo'n prettig woord. Maar toch niet geheel ten onrechte, want menige vereniging werd opgeheven omdat men te weinig op voldoende variatie in de vergaderingen had gelet.
Toch blijkt uit de bespreking, dat het op de verenigingen in het algemeen nogal meevalt. Alleen het aantal leden is dikwijls de grote zorg. Maar juist dan kan het nodig blijken door vernieuwing van gedachten een grotere mate van belangstelling te wekken bij onze jongeren. En dat vernieuwing van werkwijze hier en daar nog wel nodig blijkt en heel goed is in te voeren, kwam duidelijk openbaar in de suggesties die verschillende verenigingen hun zusterverenigingen ten goede deden horen.
Dan blijkt het bijv. onjuist te zijn om altijd en elke week voor een bijbels onderwerp een „inleider" aan te wijzen. De vereen, te Middelburg bijv. houdt regelmatig een bijbelbespreking. Met een tevoren bekend hoofdstuk worden dan achtereenvolgens enkele verzen gelezen, waarover gevraagd kan worden. Door deze werkwijze behoeven de leden niet al te dikwijls een „onderwerp" te maken, wat o.a. voor velen ook wel eens een bezwaar is. Opvallend is, clat juist deze besprekingen de beste zijn.
En vooral niét prompt op het tweede deel van elke vergadering altijd een onderwerp Vaderl. of Kerkgesch. maar ook de mogelijkheid openlaten dat cle problemen van onze tijd, voor zover onze jonge mensen er mee te maken hebben, onder de ogen kunnen worden gezien, om te weten wat men de smadeï zal antwoorden.
Vóór alle dingen dient elke studie op cle J.V. ondergeschikt te zijn aan het gezag van Gods Woord. Dat Woord te onderzoeken, blijft cle voornaamste taak onzer verenigingen.
Ook het punt „leiding" kwam een en andermaal ter sprake. Een belangrijke zaak. Veelal maakt clat uit, of het op een vereniging „gaat" of helemaal niet „wil".
De voorz. der J.V. moet eenvoudig zijn en er rekening mee houden clat zijn leiding vooral op cle jongere leden is gericht. Ook moet hij trachten te bereiken, clat alle leden bij de bespreking betrokken zijn of worden. Er komt clan een goed begrip voor elkaar onderling.
- Zijdelings kwam ook de klacht ter tafel, dat men op de vergaderingen zo zelden eens een lid van de kerkeraad ziet, terwijl belangstelling van clie zijde toch zo zeer wordt begeerd en op prijs gesteld.
De voorz. merkt terecht op, dat het weinige bezoek van kerkeraadsleden op on-
ze vergaderingen, allerminst wil zeggen, dat er van de zijde der kerkeraden geen belangstelling zou zijn. Vrij algemeen is het tegendeel juister, zij dragen veelal onze verenigingen een warm hart toe; maar onze ambtsdragers zijn overladen met werk, dat moeten wij ons goed realiseren.
Van groot belang is ook, clat elke vereniging propaganda onder de jonge vrienden maakt. Wanneer enkele leden — dat mogen enkele maanden later wel weer eens een paar andere zijn — regelmatig adressen afgaan, waar jongens zijn, die heus wel lid der J.V. zouden kunnen wezen, clan zal men zeker wel eens resultaten hebben. Maar er moet ook aan gewerkt worden. En dan komen wij veel te kort. Of er wordt in deze richting niets gedaan, of het wordt veel te gauw nagelaten.
Uit cle besprekingen van deze middag is wel gebleken, clat het in deze tijd wel niet meevalt het verenigingsleven gaande en staande te houden, maar dat er ook met veel dingen rekening moet worden gehouden, waardoor de juiste sfeer wordt verkregen en de animo wordt gestimuleerd.
Bovendien en bovenal hoe nodig het is, dat de Heere Zelf de lust tot deze arbeid schenke, hoe nodig ook, dat wij het biddend van Hem verwachten.
Nadat mijnheer Molenaar in dankgebed is voorgegaan, heeft de voorz. deze geslaagde vergadering gesloten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1956
Daniel | 8 Pagina's