VRAGENBUS
Correspondentie voor deze rubriek aan: T. MOLENAAR, Leede 18. Rotterdam Zuid
P. de L. te H.I.A. vraagt wat het verschil is tussen Antineonomianen en Antinomianen.
Antwoord. Laat ik beginnen met de Antineonomianen.
Het woord is samengesteld uit 3 U bekende namen. Namelijk uit: anti wat tegen, neo wat nieuw en nomes wat wet betekent. De Neo-nomianen leerden, dat in het Evangelie voor de rechtvaardigmaking een nieuwe wet gegeven was, omdat Christus daarvoor de Wet van het Oude-Testament volbracht en dus afgeschaft had, en dat in het Nieuwe-Testament, krachtens de wet der Genade, geloof en bekering geëist werden, om voor God rechtvaardig te worden. Christus heeft door Zijn voldoening aan de Wet van het Oude Verbond de zaligheid voor allen mogelijk gemaakt, maar zij wordt alleen het deel van hen, die de nieuwe wet van het Evangelie volbrengen door te geloven en zich te bekeren.
De Antineonomianen leren daarentegen, dat dit een wettische opvatting van het Genadevervond is. Zij noemen het een verkapt Pelagianisme te stellen, dat geloof en bekering van 's mensen zijde verdienende oorzaak zijner rechtvaardigmaking zou zijn. Zij leren, dat de grond der rechtvaardigmaking alleen ligt in de toegerekende gerechtigheid van Christus, en eindelijk dat de Wet der 10 geboden eeuwig is, wijl in Gods natuur gegrond, door Christus volbracht en voor de gelovigen als regel des levens gehandhaafd.
Zij bewaren dus de zuiverheid van de leer der genade Gods en moeten wel onderscheiden worden van de Antinornianen. Zij zijn niet tegen de Wet, maar wel tegen de wettische opvatting van het genadeverbond, alsof daarin een nieuwe wet, de wet des geloofs en der bekering gegeven is, om op grond daarvan door eigen werken zalig te worden.
De Antinomianen zijn ons meer bekend. Zij zijn aanhangers van het antinonisme. Onder deze naam wordt, in de meest algemene zin, aangeduid de gedachte, dat de wet der zeden door het Evangelie is te niet gedaan, en clat de gelovigen niet gehouden zijn tot het doen van goede wférken. De Antinomianen stellen zich tegen de heiligmaking.
Paulus heeft reeds tegen hen moeten waarschuwen die zeiden: Laat ons het kwade doen, opdat het goede daaruit kome." En Jacobus heeft met name tegen dezulken moeten schrijven in zijn zendbrief, om aan te tonen, clat de mens niet alleen uit het geloof maar óók uit de werken gerechtvaardigd wordt, en dat gelijk het lichaam zonder geest dood is, zo ook het geloof zonder werken dood is. De Heere Jezus heeft gezegd, dat alle boom, clie geen goede vrucht voortbrengt uitgehouwen zal worden en in Hebr. 12 : 14 kunnen we lezen, dat zonder heiligmaking het niet mogelijk is de Heere te zien. Daarom hebben onze Hervormers en met name Calvijn terecht geleerd, clat hoewel Christus de Wet volbracht heeft, de gelovigen clie Wet van node hebben, allereerst als spiegel voor cle zonde, om daaruit kennis van zonde en ellende te verkrijgen, maar ook als richtsnoer voor het leven der dankbaarheid. Hiermede in overeenstemming leert onze Confessie in art.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1956
Daniel | 8 Pagina's