JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Weg uit rumoer en angst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Weg uit rumoer en angst

Afscheid van de jeugd

5 minuten leestijd

Over de na-oorlogse literatuur kan weinig maar ook veel gezegd worden: men kan er zich heel gemakkelijk van af maken door te zeggen, clat het onzin is, maar er is ook een grote boom over op te zetten. Het gaat in de regel zo, clat men iets mooi moet vinden om niet voor achterlijk aangezien te worden: als critici zeggen, clat iets er mag zijn, durft men nauwelijks het tegenovergestelde beweren, want men moest eens aan onze smaak en onze ontwikkeling gaan twijfelen.

Nu zou ik om geen lief ding in cleze rubriek stemmen laten spreken, die voor mij ook wartaal zijn; waarvan men cle draad niet kan vinden en de uiteindelijke bedoeling van zulke nonsens, met de grootste inspanning, niet te weten kan komen. Toch is er werk verschenen van mensen, die iets te zeggen hebben op onnavolgbare wijze; die zich moeten uiten, niet om ook eens iets te publiceren, maar waarbij het echt móéten is geworden.

Vier jaren geleden werd cle Van der Hoogtprijs toegekend In Parijs voleindigde hij zijn beroemde werk: „Over het recht van oorlog en vrede", waaraan hij op Loevestein was begonnen.

In 1631 besloot hij naar het vaderland terug te keren in de hoop dat men hem zou dulden.

Bittere pillen moest hij slikken, niets moesten zij van hem hebben en opnieuw was hij genoodzaakt cle Nederlanden te verlaten. Hij begaf zich naar Duitsland, waar hij twee jaar verbleef. Daarna werd hij gezant van Zweden in Frankrijk. Op een terugreis van Zweden in 1645 stierf hij in Rostock.

Zo stijerf Hugo cle Groot in cle vreemde, na vier en twintig jaar zwerven.

In de Nieuwe Kerk te Delft werd hij begraven. In 1781 werd door zijn familie een grafmonument opgericht en sedert 1786 staat op de Grote Markt te Delft zijn standbeeld, waarin met gouden letters zijn verlatijnsfce naam Hugo Grotius is gegraveerd.

Op zijn grafmonument is een Latijns grafschrift gegrift, vervaardigd door Petrus Burmannus Secundis. Dit Latijns grafschrift is cloor de letterkundige Witsen Geysbeek als volgt vertaald.

„Het Wonder van Europa, ah wijze al 'd aard ten zegen; 't Gewrocht, waarin natuur zich zelf veredeld heeft; 't Vernuft, als beeld der deugd, tot 's hemels top gestegen, 't Sierand, dat 's menschen stand' zeer ven' te boven streeft; Dien de achtb're Godsdienst als verdediger waardeerde, En cedren toereikte op den Libanon gehaald; Dien Mars met lauren, met olijven F al las eerde, Toen hij het recht van vrede en oorlog had bepaald; In wien de Seine en Theems het wonder der Bataven Aanschouwen, 't hof ten dienst van Zwedens rijksvorstin. Ontwijk dit lijkgesteenf: De Groot ligt hier begraven. Gij die niet gloeit van zucht naar kunde en vrijheidsmin.

aan Schulte Nordholt voor diens dichtbundeltje „Levend Landschap".

Uit cleze titel blijkt al, clat cle dichter geen stadsmens is, maar de rust tracht tc zoeken buiten het drukke gewoel, op het platteland* Met het landschap bedoelt hij dan niet zozeer het stukje grond, maar wel cle plaats waar zijn voorvaderen hebben gewoond; hij voelt zich verbonden met cle tijd, die voorbij is gegaan, zoals mensen staan kijken naar oude kastelen, die boekdelen kunnen spreken: men voelt zich teruggezet in de tijd, toen er nog niet gesproken werd over atoombommen en kunstmanen en men niet beducht moest zijn voor radio-aktieve stoffen, die optreden na proefnemingen met cle moderne vernielingswerktuigen.

Er is dan in de benauwde wereld een heimwee naar een plaats met een ongerepte natuur, waar men niet bang behoeft te zijn voor sluimerende gevaren. Dit wordt zó uitgedrukt:

Dit is het landschap waar ik mij verschuilen kan als het leven mij naar 't leven staat. Moerasgebied met grassen, poelen, kuilen, waar donker water geen geheim verraadt. Men hoort er 's avonds het gekras van uilen.

In de volgende strofe ademt alles vrede:

En hier en daar op 't onverwachts daartussen heldere plekken, waar dan bomen staan, die met een groene mond de hemel kussen en 's avonds dromen bij een lichte maan.

En zo is het nu altijd daar geweest; dat is de plek, die de dichter zoekt. Daarom zegt hij:

Dit is het landschap —, ongerept gebied. En ik voel, luistrend naar het oeroud riet, een rust van eeuwen al mijn onrust sussen.

Bij het ouder worden, wanneer er een streep is gezet onder ons jonge leven, kan er een verlangen zijn naar de tijd van onze jeugd. Maar die jeugd keert nooit weerom. Het leven gaat verder: het ene geslacht gaat en het andere komt. Alles schuift langzaam (maar in de gewaarwording snel) voorbij. De dichter is getrouwd en hij kan nu niet meer over zijn jonge leven gaan piekeren. Hij moet zich geven aan zijn levensgezellin, al gaat het ook moeilijk om zich in de nieuwe situatie te schikken. Het moet een nieuw begin van een nieuwe levensperiode worden.

Heel mooi beeldt de dichter deze overgang uit in het sonnet, dat tot titel heeft „Opnieuw beginnen" en dat zo luidt:

Stil in de winternacht sta ik te horen de verre treinen aan de overkant. Maar het zal niet meer wezen als te voren, de treinen rijden door een donker land,

rijden voorbij achter het donker water naar bossen waar mijn hele jeugd aan hing. Wat vroeger was, wat wezen zou voor later, wordt een geluid en een herinnering.

Niet meer dan dat, dan een herinnering op weg naar mij, maar onderweg verdronken. Huiverend keer ik om, mijn woning in.

Nu heeft hij echt afscheid genomen van het vroegere tijdperk van zijn leven. Hij keert nu in zijn woning, want daar ligt nu de nieuwe toekomst; zijn vrouw wacht hem heel huiselijk op met koffie en ze lacht en schreit, nu ze bemerkt, dat haar man de besliste stap heeft gedaan. In drie regels beeldt Schulte Nordholt dit op een prachtige wijze uit:

En jij — de koffie staat al ingeschonken — hebt mij, door tranen lachende, vergeven, dat ik zo ver en lang ben uitgebleven.

INDEX.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1956

Daniel | 8 Pagina's

Weg uit rumoer en angst

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1956

Daniel | 8 Pagina's