Een Ongelijke Strijd
Goliath is toch verslagen, Aan zijn spottaal, veertig dagen, Komt nog onverwachts een eind, Als daar Jesse's zoon verschijnt.
David, in de kracht des Heeren, Dorst dit alles te trotseren. ; Want deez brute Filistijn, Zal geen overwinnaar zijn.
In Gods kracht ging David henen, > Met een slinger en vijf stenen. Waarvoor deze Goliath, In het minst geen vreze had.
Hij zal deze jongeling doden, Vloekte David bij zijn goden. Goliath durft zeer veel aan. Hij zal David straks verslaan.
David had maar een begeren: Deze in den Naam des Heeren, j Als Zijn vijand te verslaan, Daarom dorst hij heen te gaan.
Zou God Davids hoop beschamen? Straks zal men 't alom beamen: 't Volk van Isrel heeft een God, Die men niet vergeefs bespot.
David heeft naar Gods behagen, Hier tienduizenden verslagen. Zie de Filistijnen vluchten, Wijl ze nu het ergste duchten.
In Gods kerk ten allen tijd, Een zeer ongelijke strijd. Aan 's verdrukkers zijde, macht. Maar als rrien in 's Heeren kracht, 't Zwaard des Geestes mag hanteren, Zal mer? dan nog meer begeren? Men velt Goliaths terneer, Als in dagen van weleer. Alle roem is uitgesloten, Voor des Heeren gunstgenoten. Het is enkel slechts gena. Solï Deo Gloria.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 september 1956
Daniel | 8 Pagina's