JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

HET RECHTSGEDING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET RECHTSGEDING

6 minuten leestijd

Daarna toonde hij mij Jozua de hogepriester, staande voor het aangezicht van de engel des Heeren; en de Satan stond aan zijn rechterhand om hem te wederstaan. Doch de Heere zeide tot de Satan: De Heere schelde u, gij Satan, ja de Heere schelde u, die Jeruzalem verkiest; is deze niet een vuurhrand uit het vuur gerukt? " (Zacharia 3 : 1-2)

Onder de nachtgezichten welke Zacharia mocht aanschouwen, neemt dit vierde visioen een zeer voorname plaats in. Bij dit gezicht is geen troongeest aanwezig om de betekenis de ziener duidelijk te maken, want de persoon aan Zacharia getoond, is voor hem geen onbekende. Het is Jozua de hogepriester; met Zerubbabel de vorst had hij leiding gegeven bij de terugkeer der ballingen uit Babel, en menigmaal had de profeet hem gezien in de uitoefening van zijn hogepriesterlijke ambtsbediening. Zacharia ziet nu Jozua als hogepriester staan voor het aangezicht van de engel des Heeren, deze engel is Christus; van Hem alleen geldt: r is geen schepsel onzichtbaar voor Hem, maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen desgenen, met welke wij te doen hebben. (Hebr. 4 : 13).

Jozua staat in de goddelijke vierschaar, deze rechterlijke handeling gaat niet buiten zijn persoon, doch bijzonder d G z geldt het zijn hogepriesterlijke bediening waarin hij het wedergekeerde bondsvolk vertegenwoordigt. Jozua als ambtsdrager aangeklaagd bij cle Rechter der ganse aarde, niet door mensen maar door Satan, welke staat op cle plaats waar een aanklager staan moest in een rechtsgeding, namelijk aan de rechterhand van cle aangeklaagde.

Het oogmerk van Satans aanklacht is clat God als rechtvaardig Rechter wraak vorderend en wraakoefenend Jozua en degenen welke hij vertegenwoordigt straffen zal met het eeuwig en rechtvaardig doemvonnis. Immers, dit vonnis is ook over Satan en zijn volgelingen uitgesproken toen hij als engelenvorst en met hem een heirschare engelen van God hun Maker en Gebieder afvielen. Hoe goddeloos en onrechtvaardig Satan zelf is, zijn aanklacht evenwel heeft een rechtsgrond in Gods heilige wet, welke eist van elk redelijk schepsel volmaakte gerechtigheid en heiligheid. Alzo is Satan een rusteloze wederpartij der ware Kerke Gods, en toch, in cleze weg, zal borggerechtigheid, geworteld in Goddelijke verkiezing en gegrond in Christus' lijdelijke en dadelijke gehoorzaamheid, godverheerlijkend worden gekend van en geschonken aan 's Heeren gunstgenoten. Alleen in zulk een rechtsgeding hebben Satan's aanklachten een tegenovergestelde uitwerking, en eenmaal in cle grote gerichtsdag zal clat worden bevestigd, want cle verklager onzer broederen, die hen verklaagde voor onze God dag en nacht, is nedergeworpen, en zij hebben hem overwonnen cloor het Ook in dit rechtsgeding zal cle verklager verstommen, niet door cle aangeklaagde Jozua, noch door het volk clat hij vertegenwoordigt, integendeel geen woord ter verdediging komt over zijn lippen. Naar Gods bevel moest de hogepriester heilige klederen dragen tot heerlijkheid en sierlijkheid, doch Jozua's klederen zijn vuil. Hierin wordt getekend cle onreinheid, schuldigheid, snoodheid, afschuwelijkheid en schuldigheid der zonden van het priesterschap en Israëls volk. Krachtens Zijn rechtvaardigheid en heiligheid kan en mag de Goddelijke rechter geen ander vonnis vellen dan het rechtvaardig doemvonnis: De Heere verdoemt u Jozua en Israëls volk; en met een afgrondelijke haatlust verwacht Satan dan ook geen ander vonnis. En Jozua, ofschoon hij zijn mond niet opendoet, zijn hart spreekt cle oprechte taal van een waarlijk ingewonnene voor het rechtvaardig oordeel Gods.

'k Erken mijn schuld, die U tot straf bewoog;

Uw doen is rein, Uw vonnis gans rechtvaardig.

God is Rechter. Sela. Hij beslist ten gunste van Jozua en het volk, doch de Heere zeide tot cle Satan: De Heere schelde u, gij Satan! Ja cle Heere schelde u. Als de souvereine Jehova spreekt de Engel des Heeren in gerechtigheid tot cle wederpartijder, die in machteloze siddering moet horen clat zijn eeuwig doemvonnis gehandhaafd blijft. Doch Jozua en cle ganse kerk zal behouden worden, daarom clat God Jeruzalem verkoren heeft, cle Engel des Heeren spreekt tot Satan over het souvereine welbehagen

Gods, het onveranderlijke besluit welke als Goddelijke heilsorde aan de verbondssluiting voorat ging.

Onze Dordtse vaderen stelden op grond van Gods Woord tegen de remonstranten vast:

deze verkiezing is een onveranderlijk voornemen Gods, door hetwelk Hij vóór de grondlegging der wereld een zekere menigte van mensen, niet beter of waardiger zijnde dan de anderen, maar in de gemene ellende met de anderen liggende, uit het gehele menselijk geslacht, van de eerste rechtheid door hun eigen schuld vervallen in de zonde en het verderf, naar het vrije behagen van Zijn wil, tot de zaligheid, uit loutere genade uitverkoren heeft in Christus. Deweke Hij ook van eeuwigheid tot een Middelaar en Hoofd van alle uitverkorenen en tot een fundament der zaligheid gesteld heeft. En opdat zij door Hem zouden zalig gemaakt worden, heeft Hij ook besloten hen aan Hem te geven en krachtiglijk tot Zijn gemeenschap door Zijn Woord en Geest te roepen en te trekken, of met het ware geloof in Hem te begiftigen, te rechtvaardigen, te heiligen en in de gemeenschap Zijns Zoons krachtiglijk bewaard zijnde, ten laatste te verheerlijken, tot bewijzing van Zijn barmhartigheid en tot spijs van de rijkdommen Zijner heerlijke genade. De oorzaak van deze genadige verkiezing is het eeuwige welbehagen Gods, niet daarin bestaande, dat Hij enige hoedanigheden of werken der mensen uit alle mogelijke voorwaarden tot een voorwaarde der zaligheid heeft uitgekozen; maar hierin, dat Hij enige bepaalde personen uit de gemene menigte der zondaren Zich tot een eigendom heeft aangenomen, gelijk geschreven in Rom. 9 : 11, 12 en 13.

Duidelijke schriftuurlijke taal onzer vaderen; Jeruzalem is verkoren, onwankelbare grond, dit antwoord moet Satan verstommen. En cle weg langs welke Gods Kerk zalig wordt is de weg des verbonds, geen nieuw-werkverbond, doch genade verbond bevestigd op Christus' lijdelijke en dadelijke gehoorzaamheid. Uit het vuurbrand des gerichts wordt Gods volk gerukt, een vuur dat de waardeloze stoppels van hun eigengerechtigheid verteerd. Een eerbiedig zwijgende Jozua legt zijn leven af in het beminnen van God en Zijn deugden en eeuwig genadewonder, het genadewerk wordt aan hem verheerlijkt. Zijn vuile

klederen worden weggenomen en wisselklederen aangedaan, alzo beantwoordt Jozua en het volk volkomen aan cle goddelijke gerechtigheid.

Wie zal beschuldiging uitbrengen tegen cle uitverkorenen Gods? God is het, die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het die gestorven is; ja wat meer is, clie ook opgewekt is, die ook ter rechterhand Gods is, die ook voor ons bidt.

Alzo roemt het geloof dat de toegerekende gerechtigheid van Christus omhelst in vrije gunst clie eeuwig Hem bewoog.

Gij toch, Gij zijt hun roem, de kracht [van hunne kracht, Uw vrije gunst alleen wordt d' ere [toegebracht, Wij steken 't hoofd omhoog, en zullen [d' eerkroon dragen, Door U, door U alleen, om 't eeuwig [welbehagen, Want God is ons ten schild in ['t strijdperk van dit leven En onze Koning is van Israëls God [gegeven. (Psalm 89 : 8)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 september 1956

Daniel | 8 Pagina's

HET RECHTSGEDING

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 september 1956

Daniel | 8 Pagina's