JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

„Schoonheid" in de literatuur

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Schoonheid" in de literatuur

5 minuten leestijd

Het is een aangename gewaarwording te vernemen dat geschreven artikelen met belangstelling worden gelezen: dan is onze schrijverij niet slechts bladvulling voor de krant, wat ook de bedoeling nimmer is geweest en zal zijn.

Er werd me een vraag gedaan, of de beschouwingen over het bezingen van „de schoonheid" bij Boutens nu stopten en de lezers nu zelf maar moesten bepalen wat ze ermee aan zouden vangen.

Het spreekt haast vanzelf, dat men (om niet eentonig te worden) steeds niet met het zelfde kan komen aandragen. Als de vraagsteller het artikel over Boutens gelezen had in het eerste nummer van de zelfde jaargang van „Daniël", dan zou hij meteen al een antwoord hebben gehad; omdat daar kritiek op de schoonheidsbeleving werd geleverd, achtte ik het niet raadzaam er weer op terug te komen. Toch valt het wellicht voor, dat slechts nu en dan de artikelen over de Letterkunde worden gejezen en dan is het niet ondienstig om op het zelfde aambeeld te hameren, gedachtig aan het gezegde: de gestadige drup holt de hardste steen.

De „beweging van Tachtig" gaf in Nederland een litteraire vernieuwing. Er was een gemeenschappelijke afkeer van de litteratuur der ouderen. Die letterkunde moest „gekraakt" en dus ging men negatief te werk. Maar er moest ook iets positiefs voor in de plaats gesteld: men moest het leven ondergaan als een oneindigheid van zinnenlust en zielevreugde; het leven wilde men herscheppen in schoonheid, waarbij al het banale en gelijkvloerse werd uitgebannen.

Wel drie krachten werkten bij de mannen van „Tachtig" samen om hun doel te bereiken: een vreselijke afkeer van het bestaande, een bijzondere begaafdheid en dan niet te vergeten: de jeugdige drift. Het doel dat bereikt moest worden, noemde men Schoonheid. Later gingen de kopstukken uit elkander en streefde ieder een meer bepaalder doel 11a. Zo ver kwam men met dc jacht naar Schoonheid, dat het een aanbidden werd. Perk durfde te schrijven:

„Schoonheid, o Gij, Wier naam geheiligd zij,

Naast U aanbidde cl'aard geen andren God.' Verwey schreef:

Ik ben een dichter en der Schoonheid zoon. Alles wat schoon is, is m' een vreugd altijd.

De grondtoon is inderdaad niet meer louter Protestants Christelijk, hetgeen uit bovengenoemde cijfers wel genoegzaam blijkt.

Nogmaals dat cijfer van 17 % onkerkelijken. Het grijnst ons aan en dwingt ons tot positieve bezinning op wat wij zelf voor ons Nederlandse volk kunnen doen. Het protestantisme ligt verdeeld, maar dit kan niet verhinderen om de opgelegde taak van de zending ter hand te nemen.

Zending overzee is een grote plicht, Zending onder de Roomsen vindt terecht plaats, Zending onder de onkerkelijken is dringend nodig: „redt hen, die ten dode waggelen".

Mijn hart is menslijk, maar of 'k lach of lijd, Mijn lachen en mijn leed zijn beide schoon.

En zó zal ik, die altijd dichter ben, Nooit enkel lijden, daar geen ogenblik Der schoonheid wonder van mijn ziel zal vlièn.

Wat nu Boutens betreft: hij komt voort uit de school van „Tachtig" en is „de belijder van een schoonheid, die uit de eenzame diepte der menselijke ziel voortkomt":

Mijn bleke denken dwaalt tot u door diepe nachten Als moede schapen naar haar eindelijke stal; Zij maken wit de nacht met schemerblanke vachten, Weidend de duisternis van 't weligdonkre dal.

E11 in de nanacht lig ik leed-en vreugd-verlaten, E11 schuiflen d' uren zacht als door ontvolkte stad, Tot met de morgenzon haar ongetrooste blaten Om toegang keert en schreit op 't dauwdoor week te pad.

Deze dichters trachten de schoonheid te zien in cle schepping, in hun hele wezen, dus ook in cle scheppingen van hun poëzie en proza. Willem Kloos sprak zelfs: „Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten.'

We vinden nergens het opklimmen uit cle natuur tot Hem, Die alles heeft geschapen om Zijnzelfs wil. Dat Boutens zich eenzaam gevoelt en niet kan bereiken wat hij wil, is niet cle eenzaamheid, die we ons hebben berokkend, door God cle rug toe te keren en dienstknechten te worden van de ongerechtigheid. Vandaar clat er geen sprake is van zonde en geen toevlucht nemen tot cle fontein, die geopend is voor het huis van David. Als er een enkele keer gesproken wordt over Gocï, dan is die God niet de Vader van cle Heere Jezus Christus, maar Iets clat bestaan moet als Opperste in dit wereldrond. Dat wij met die Opperste moeten verzoend worden, omdat wij goed uit Diens handen zijn voortgekomen, daarvan lezen we niets. Het is bij deze mensen daar ook niet om te doen. Zij hebben een gevoelige natuur, die spoedig is aangedaan en ontroerd en van die ontroering gaan ze spreken in vaak prachtige taal. Dat uitbeelden van hun gevoelens is voor hen schoonheid en het is het hoogste wat bereikt kan worden. Ze komen nooit zo ver als Jesaja (40):

„Heft uwe ogen op omhoog, en ziet, Wie deze dingen ge-

schapen heeft; Die in getal hun heir voortbrengt; Die ze alle bij name roept, vanwege de grootheid Zijner krachten, en omdat Hij sterk van vermogen is; er wordt er niet een gemist."

En job wordt niet geëvenaard, wanneer deze zegt:

„Ziet, dit zijn maar uiterste einden Zijner wegen; en wat een klein stukje der zaak hebben wij van Hem gehoord? . Wie zou dan de donder Zijner mogendheden verstaan? "

INDEX.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 september 1956

Daniel | 8 Pagina's

„Schoonheid" in de literatuur

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 september 1956

Daniel | 8 Pagina's