JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

BRIEVEN UIT AMERIKA

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BRIEVEN UIT AMERIKA

9 minuten leestijd

Geliefde vriend,

In mijn vorige brief heb ik enkele gedeelten uit een preek van Robert Smith overgenomen. Het waren slechts enkele korte citaten om U duidelijk te doen worden, dat er ook „Amerikaanse oude schrijvers" zijn. Deze werken zijn meestal niet bekend onder ons Nederlandse waarheid-minnende publiek, omdat hun werken nimmer in het Nederlands vertaald werden. Daarom acht ik het een voorrecht U in kennis te brengen met de getrouwe gezanten, die in dit land in vorige tijden hebben gewerkt en die de waarheid hebben verkondigd naar de mening van de Geest Gods en die gesproken hebben naar het hart van Jeruzalem,

Daar ik in het slot van mijn vorige brief aan U schreef niet helemaal klaar gekomen te zijn met hetgeen ik aanhalen wilde uit die preek van Robert Smith, zal ik nu nog een paar citaten uit deze preek en enkele uit dc andere aanhalen. Ik zal het echter kort maken met deze citaten, want het lag in mijn voornemen om U ook nog iets over de Amerikaanse Nationale dankdag te schrijven.

In mijn laatste brief schreef ik hoe deze schrijver in zijn predikatie allereerst voorstelde, dat de ziel, die door de Heilige Geest tot het eeuwige leven bearbeid wordt, een verbreking des harten ontvangt onder de overtuigende kracht van de Wet Gods', welke door de Heilige Geest in zijn ziel gebracht wordt. Zodoende plaats voor de verkondiging van Christus gemaakt hebbende, gaat de schrijver voort en zet uiteen, hoe door het geloof de ziel de heerlijkheid van Christus, als de van God geopenbaarde zaligmaker leert zien. Wij halen nu de schrijver zelf aan:

Door het geloof is de ziel overtuigd van de kracht van Christus om te zaligen, zelfs een ziel ao schuldig en verdorven als deze is, want Cod heeft hulp besteld bij Eén, Die machtig is om te verlossen. Eén, Die volkomen in staat is om te zaligen hen, die door Hem tot God gaan, ziende dat Hij altijd leeft om voor zulken tussen te treden. De vrees rijst zo licht op in het hart van de overtuigde zondaar, dat Christus in overeenstemming met Zijn heerlijkheid hem niet zou kunnen zaligen, omdat hij zo menigmaal zijn hart en oren voor de uitlokkende beweegredenen en aandringende roepstemmen om zich tot Hem te wenden en te leven, gesloten heeft. Maar zodra hij verlicht geworden is om te zien de algenoegzame volheid van Immanuel, ontvangt hij een kennis van de oneindige waarde in Zijn bloed om uit te wissen de hoogste schuld en de zwartste zonden. Nu gelooft hij volkomen, dat de gerechtigheid en de verzoenende kracht van het bloed van de Zaligmaker volkomen beantwoordt de eisen van een verbroken wet, voldoet de vordering van gerechtigheid, uitblust het vuur van een oneindige wraak, God ten hoogste verheerlijkt en de hemel ontsluit voor de walgelijkste zondaar, terwijl hij tevens al de krachten ziet in de genade om hem daartoe te bereiden. Daardoor vindt hij in Christus een geneesmiddel voor al zijn kwalen, en een rijke volheid voor al zijn gebreken: Pardon voor zijn schuld, reiniging voor zijn smet, vrijheid voor zijn gebondenheid, bedekking voor zijn naaktheid, gezicht voor zijn blindheid, kracht voor zijn zwakte, rijkdom voor zijn armoede, troost voor zijn droefheid, het brood des levens voor zijn honger, en het water voor zijn dorstige ziel. En dit alles tot de verheerlijking van de oneindige rijke genade. Hoe doet dit gezicht van een volkomen Zaligmaker de zinkende ziel oprijzen en hem als van de dood tot het leven brengen."

Tot zover deze aanhaling. In aanmerking nemende hoe de schrijver in zijn voorgaande predikatie de ellende van de zondaar voorstelde, zien wij hoe aan die arme en ellendige, naakte zondaar de uitnemendheid van een volkomen zaligmaker gepredikt wordt. De schrijver onderwijst voorts in deze preek de gemeente om niet de zaligheid of de gronden der hoop in de mens te zoeken. Luister hoe hij voorts spreekt:

„Maar de valse belijder bouwt op een andere grond. Hij vertrouwt als zijn gerechtigheid voor God zijn overtuigingen, zijn berouw, zijn gestalten, en de door hem volbrachte plichten, welke met enige ernst door hem ondernomen waren, of hij hoopt dat deze dingen hem aannemelijk maken voor Christus. Dat op grond daarvan de gerechtigheid van Christus hem aangenaam in de ogen des Heeren maken zal. Zodoende maakt hij een zaligmaker van zijn eigen godsdienstige oefeningen, die in de plaats van de gerechtigheid van Christus stellend of deze verenigende met de gerechtigheid van Christus als de grond van de vergeving en aanneming bij God. Hij verdeelt

zijn zaligheid tussen zichzelf en Christus. Hij maakt een verkeerd gebruik van de voorstelling van zulke beloften als deze: Kom herwaarts tot mij alle, die vermoeid en belast zijt en Ik zal U rust geven. Gij verbindt de belofte van rust met zijn neergebogen zijn, niet met het komen tot Christus, terwijl deze belofte verbonden moet worden met het geloven of het komen tot Christus, niet met zijn neergebogen zijn als een voorwaarde of recht op deze zegening, of als een recht om te komen.

Terwijl Christus de neergebogen ziel bij name noemt en hem uitnodigt om tot een vrije genade de toevlucht te nemen. Alsof onze Heere gezegd had: gij vermoeide en de zonden-moe-zijnde ziel, die nergens meer rust vinden kan, kom herwaarts tot mij, en Ik zal U verlichten wegnemende al Uw lasten en rust aan Uw vermoeide ziel geven. Maar liet karakter van deze aanbieding verkeerd vattende, zoals wij zagen, neemt de bedrogen zondaar de belofte, maar niet de zaligmaker. Hij past zich de zegen toe, niet omdat het uit vrije genade aangeboden werd, maar omdat hij iets ervoor aan te bieden had. Dit is een zeer listig bedrog des harten, een fijn gesponnen draad van eigen gerechtigheid, waarmede velen zich zelf bedriegen, in het bijzonder in tijden van algemene ontwaking. Op deze verborgen rots slaan zij aan stukken, juist toen zij tot de haven der rust schenen te zullen komen. Dit zijn de droeve vergissingen van ongetwijfeld zeer velen in onze dagen." Tot zover over deze preek. Zoals ge zult begrijpen heb ik maar enkele korte dingen en aanhalingen kunnen weergeven. Het is een predikatie, waarin de geest van de onvolprezen Engelse theologen spreekt. Ge beluistert hierin de volkomen ellende van de mens, zoals Gods Woord deze leert en tevens de volkomen genoegzaamheid van een enige Zaligmaker, welke het Evangelie ons leert, waarbij het werk van de Heilige Geest ons tevens gepredikt wordt door de volkomen Zaligmaker dierbaar te maken voor een volkomen verloren zondaar.

Nu blader ik het boek door en neem de laatste predikatie. Deze preek is gedaan door Natlian Kerr, predikant van de eerste Presbyteriaanse kerk in Goshen, in de Staat New York. Deze dienaar des Woords sprak deze predikatie uit in een vergadering van predikanten en richt zich in zijn rede tot zijn medebroeders. De predikatie handelde over Romeinen 9 : 21: eeft niet de pottenbakker macht over het leem, om te maken uit dezelfde klomp het ene vat ter ere en het andere vat ter onere. Zijn thema was: e souvereiniteit Gods, zo ten aanzien van de genademiddelen als de genade zelf. Op de volgende wijze richtte hij zich in een speciale toespraak tot zijn medebroeders:

„Nu wordt ik ertoe geleid om in de eerste plaats mij te richten tot U, mijn geliefde en eerwaarde broeders in het Evangelie van onze Heere Jezus Christus. Hetgeen alreeds gezegd stelt onze gedachten voor het grote belang van het ambt en het werk, waarin wij gesteld zijn. Wij zijn onderwezen om de mens te beschouwen als zijnde in een staat van zonde en schuld, blootgesteld aan de wraak van een Almachtige en Heilige God; voorts dat Christus, door een verscheidenheid van middelen en door onze dienst, vaten ter ere vormt uit de grote massa van verdorven mensen. Dit is een gedachte, die ons opwekken moet, namelijk dat al degenen, die niet door het Woord, besturing, Evangelie en Geest van Christus geformeerd zijn tot een vat ter ere, vaten ter onere zijn. Er is niets meer nodig om de mens tot het uiterste van verdorvenheid te voeren, dan dat God Zijn genade van hem weerhoudt. Zo, neem ik aan, verhardde God het hart van Farao; zo zendt God tot sommige sterke misleiding, zodat zij de leugen geloven en verloren gaan. Daar wij moeten oordelen, dat niemand tot een vat ter ere zal komen, dan degenen, die door de formerende werking van de genademiddelen en een goddelijk krachtdadige genade vernieuwd zijn naar het beeld Gods, hoe weinige vaten ter ere zijn er dan in onze dagen? De verborgen dingen zijn voor de Heere God; Zijn geopenbaarde wil is de regel, waarnaar wij ons hebben te gedragen in de bediening van het Evangelie. Het is mogelijk, dat wij in de ogen des Heeren heerlijk zijn, alhoewel zeer weinig vruchten op ons werk te zien zijn. Wij weten niet, wie, onder degenen, die tot dusverre geen tekenen van heiliging gegeven hebben, de Heere verkoren en verordineerd heeft tot het eeuwige leven. Maar het is ons werk om wetende de schrik des Heeren, de mensen te overtuigen, dat zij met God verzoend moeten worden. Om te wederleggen, te bestraffen, te vermanen in alle lankmoedigheid en leer. Als goede uitdelers van de verborgenheden Gods hebben wij te trachten om het Woord der Waarheid recht te snijden. Wij moeten vasthouden tegenover onze medemensen de striktheid, de geestelijkheid en de onveranderlijkheid van de Wet Gods. Wij moeten nauwkeurig beschrijven de totale machteloosheid van het menselijke hart en de gevaren van de wegen der zonde. Wij moeten onderzoeken de verborgenheden van de vermomde hypocrieten en hen te betuigen, dat niets minder dan heiligheid des harten, ware verootmoediging, een nederige afhankelijkheid en gevonden zijn in Christus ons baten zal.

Ongetwijfeld zal het ten hoogste betamelijk zijn om veel stil te staan bij de uitnemendheid, de heerlijkheid en algenoegzaamheid van Christus en de verzoening, die Hij bereid heeft. Daarenboven zullen wij goed doen ons te herinneren, dat Christus tot Zijn eerste dienaren gezegd heeft: Zonder Mij kunt gij niets doen. Paulus mag planten, Apollos natmaken, maar God geeft de wasdom. Onze tijd om als dienaren en in-

strumenten van Christus in deze wereld werkzaam te zijn is kort: dagelijks sterven wij. Daarom zal het goed en betamelijk zijn te gedenken: Alwat Uw hand vindt om te doen, doe het met alle kracht."

Ik zie, geliefde vriend, dat ik alweer te lang U bezig gehouden heb en zal daarom voor ditmaal afbreken. Niet na U gewenst te hebben, dat de genade van onze Ileere Jezus Christus met U en de Uwen zij en dat wij daardoor bereid mogen worden om Hem te vrezen met oprechtheid des harten.

Uw U gedenkende vriend,

A. VERGUNST.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1956

Daniel | 8 Pagina's

BRIEVEN UIT AMERIKA

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1956

Daniel | 8 Pagina's